Dossier Adoptie III: het verdriet van de biologische ouders

, door (ja) en (ab)

adoptie 1200

Lees ook deel 1 en deel 2 van 'Adoptie Zonder Grenzen'

'De genocide dreigde en broeder René kon mijn kinderen in veiligheid brengen, zei hij. 'Je raakt ze niet kwijt: na hun studie komen ze terug''

In het knusse kabinet van haar praktijk als psychologe vertelt Miranda Aerts (33) over haar adoptie. Het is inmiddels achtentwintig jaar geleden. Ze was vijf. En ze snapte niet waarom zij, als enige van vijf kinderen, naar België moest om deel uit te maken van een blank gezin met een blanke dochter en twee blanke zonen. Ze herinnert zich dat ze boos in Zaventem is geland. En dat de boosheid pas jaren later is verdwenen, toen ze als jongvolwassene op een rootsreis van de vzw Zonder Grenzen haar Rwandese moeder terugzag en de ware toedracht over haar adoptie vernam: ook zij was hier beland via de ondoorgrondelijke wegen van broeder René De Roeck, de man van Zonder Grenzen die de kinderen in Rwanda rekruteerde en ze persoonlijk in België afleverde.

Miranda Aerts «We waren al enkele dagen in Rwanda toen we met ons gezelschap bij de kapel in Butare aankwamen. De kapel is de plek waar Rwandese moeders verzamelen als ze vernemen dat Imelda De Graef (voorzitter van Zonder Grenzen, red.) in het land is. Veel moeders komen daar elk jaar opnieuw wachten in de hoop op een teken van leven van hun kinderen. Mijn mama heeft ook lang gewacht, dat besefte ik meteen toen ik haar herkende. Dat vóélde ik in alles wat ze uitstraalde. Maar ik kon het haar niet vragen: zij spreekt alleen Kinyarwanda, en ik ben die taal niet meer machtig. ’s Anderdaags heeft mijn Rwandese broer, die Frans en Engels spreekt, voor ons getolkt. En toen heeft ze verteld hoe het indertijd was gegaan.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven