Koppensneller Herman Brusselmans: Psychische hulp nodig? 60 dagen wachten

, door (hb)

H et Vlaams parlementslid Björn Anseeuw van N-VA poneert: ‘De helft van de psychische problemen bij volwassenen ontstaat vóór de leeftijd van 14 jaar.’ En de kwestie ter zake is dat de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg de toevloed aan jongeren met het zot in hun kop niet aankunnen, en dus moeten de jongeren wel ’ns 60 dagen wachten. Daarbij gooi ik de mening op tafel dat die krankzinnige kleuters en pubers toch gerust nog twee maanden lang gek kunnen blijven voor ze bij één of andere geestelijke gezondheidszorger gepleurd worden, die hun dan vragen stelt als ‘En denk je al lang dat je een paraplubak bent?’ of ‘Op welke momenten van de dag wil je je vagina opvullen met gestoomde bloemkool?’ of ‘Zijn je ouders dan zulke klootzakken dat je hen tijdens hun slaap in brand wilt steken?’ Jongeren zijn altijd zo mesjogge als een achterdeur geweest. En vroeger bestond Geestelijke Gezondheidszorg niet eens. Ik weet waarover ik spreek. Ik was een jaar of acht, en in de veehandel van m’n vader Gust Brusselmans stond ik in de koeienstal, en ik dacht: zal ik eens in die koe kruipen? Ik was al bezig met de grote schaamlippen van dat beest opzij te duwen om alvast m’n hoofd in de spleet te rammen, toen m’n vader mij betrapte en zei: ‘Ben jij helemaal kierewiet geworden?’ ‘Maar pa,’ zei ik, ‘op school hebben we geleerd dat runderen vier magen hebben, dat mag ik toch zeker wel ’ns controleren?’ M’n vader gaf mij een plets tegen m’n bakkes en stuurde me zonder eten naar bed. Ik sloop de trap af en hoorde m’n ouwe tegen m’n moeder Lea zeggen: ‘Met die Herman van ons is er iets aan de hand. Die spoort niet helemaal.’ ‘Ach Gust,’ zei m’n moeder, ‘jongetjes van die leeftijd zijn toch altijd een beetje raar?’ ‘Ja?’ zei m’n vader. ‘Dat hij in de kut van een koe wil kruipen, dat noem jij simpelweg een beetje raar? Ik noem dat stapelwaanzinnig.’ ‘We kunnen nog wat afwachten,’ zei m’n moeder, ‘en als hij nog meer vreemde dingen doet, zullen we met hem bij dokter Moeras gaan.’ Dokter Moeras was onze huisarts, die ze evenmin alle vijf op een rij had. Ooit zei hij tegen een vrouw met pijn in haar rug: ‘Laat mij ’ns aan je kont ruiken, dan weet ik meteen hoe het zit met die stomme rug van jou.’ De vrouw, Dikke Rita uit de Noordstraat, deed haar rok en onderbroek uit, sperde haar benen open en dokter Moeras stak z’n neus in haar reet. Daarna zei hij: ‘Hoe het met je rug zit, wie kan het wat schelen, maar dat je enorm stinkt uit je anus, dat kan ik je wel verzekeren. Koop een stuk zeep en je problemen zullen misschien opgelost geraken.’ Maar goed, de neiging om in een koe te kruipen was ik redelijk snel kwijt, maar toen voelde ik ineens de aandrang opkomen om met m’n fiets achteruit te rijden, met een trechter op m’n kanis, en met zwemvliezen aan. De eerste keer dat ik dat probeerde, liep ik een schouderbreuk op, de tweede keer reed ik in de Durme, en na de derde keer was ik ervan overtuigd dat ik op deze wijze de Ronde van Frankrijk kon winnen. Ik schreef een brief aan Eddy Merckx, waarin ik meldde: ‘De volgende keer ben ik aan de beurt, eikel.’ M’n vader onderschepte de brief, en zei tegen m’n moeder: ‘Nu ben ik het beu met die aap, breng ’m naar dokter Moeras.’ Ik wilde met m’n moeder op de duozit van de brommer van m’n broer achterwaarts naar dokter Moeras rijden en vroeg of ze tijdens de rit een potkachel op haar schedel wilde laten balanceren, maar ze weigerde, en we reden met de bus naar dokter Moeras in de Slangstraat. In die bus vroeg ik aan de chauffeur: ‘Kun je honderdtachtig per uur vlammen, want we moeten dringend ergens heen.’ Tevens stak ik een vinger in z’n oog en rochelde ik in z’n toupet. Tenslotte bereikten we dokter Moeras, en m’n moeder zei tegen hem: ‘We denken dat onze Herman niet geheel normaal is in z’n hersens.’ ‘Dat kan gebeuren,’ zei dokter Moeras, ‘en derhalve zal ik aan z’n kont ruiken.’ Ik was daardoor zo van slag dat ik z’n kabinet uit spurtte, en van de consternatie achter een struik ging schijten in het bos rond de Rode Kapel. En ondanks al deze symptomen ben ik na m’n veertiende heel normaal geworden. Dus schaf die Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg af en laat alle jongeren gek blijven.

Humo 4021/39 26/09/2017

Dit artikel verscheen in:

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven