Dwarskijker over Camping Karen & James, Allah in Europa en Van Gils en gasten

, door (rv)

Camping Karen & James

VIER – 18 september – 449.223 kijkers

Ik weet nog dat optimisten de televisie vroeger ‘het venster op de wereld’ noemden. Heden is dat fameuze venster soms versmald tot een spleet in een schutting waardoor je camping Fort Bedmar in De Klinge kunt zien, naar verluidt ‘een klein paradijs voor mensen met een warm hart’. In dat veronderstelde hofje van Eden herkent het ruime publiek onmiddellijk twee televisiepersoonlijkheden die, zoals het hoort in hun vakgebied, het toiletblok schoonmaken met een cameraploeg erbij. Eén van hen raakt buiten zinnen, zet schrikogen op en slaakt schorre angstkreten zodra ze een hooiwagen ziet, de iele geleedpotige spin wier bewegingspatroon ik in mijn knapenjaren ten plattelande lang kon gadeslaan. Er viel vaak geen hol te beleven in dat gat: een middagje naar hooiwagens staren dan maar. De andere televisiepersoonlijkheid drukt zijn ontredderde collegaatje op het warme hart dat ze dringend in therapie moet gaan. Ze geven om elkaar, dat lijdt geen twijfel. Nadat Karen Damen en haar GBF James Cooke vorig jaar in ruil voor een mooie gage deden alsof ze tegen de armoedegrens aanzaten in ‘Nieuwe buren’, spelen ze nu voor onderhoudspersoneel, receptionist en animator in ‘Camping Karen & James’. Een gevalletje van opwaartse mobiliteit. Ze delen een caravan die er in de jaren 70 secondelang goed heeft uitgezien – dit klinkt warempel alsof ik het over mezelf heb. Het tweetal is en moet in dit programma nadrukkelijk zichzelf zijn en flapt er dan ook van alles uit, zelfs over hun onderscheidenlijke waterhuishouding. De ene moet ’s ochtends al met meer aandrang plassen dan de andere. Een gedachtewisseling over verschillende soorten urine kwam in hen op als kakken: pis van volwassenen vond Karen Damen oneindig veel viezer dan – ik citeer vrijmoedig – kinnekespis. Het moet gezegd: zij heeft zich, nu ze die onzin van K3 niet meer hoeft te zingen, geheel van het algemeen Nederlands bevrijd. Ze klinkt dan ook voluit alsof Ruud De Ridder en zijn zoon Sven haar om beurten souffleren. Van een kennis mag ik de landelijke onwil om behoorlijk Nederlands te leren spreken, niet meer jammer vinden: ‘Waar jij je nog druk over maakt,’ zei hij laatst in behoorlijk Nederlands. Ik vat de situatie even voor mezelf samen: ’t is kut en ’t wordt vast nog veel kutter.

‘Die schriêwde bekan,’ zei Karen Damen over een ontroerde jongen die aan progeria leed, een ziekte die je tijd van leven en je jeugdige uiterlijk veel te snel doorspoelt. In dit programma melden zich week na week bijzondere campinggasten aan, die ik, zonder bot te zijn, mensen met een beperking mag noemen, of in ieder geval: mensen die iets problematischer uit het kansspel der genen te voorschijn zijn gekomen dan de meesten. De 19-jarige progeriapatiënt Michiel was, als je de vaart van zijn verouderingsproces in aanmerking neemt, al een jaar of 170. Hij praatte wonderlijk onthecht over zijn levenseinde en vond dat hij in die negentien jaar meer had mogen beleven dan de meeste mensen denken. Ik was al stil, maar ik werd er nog ietsje stiller van. Een andere progeriapatiënt zei bij een bezoek aan een alpacafokkerij: ‘Ik zou een alpaca willen zijn. Dat is chic.’ Zo had ik het nog niet bekeken. Toen ze met Karen Damen en James Cooke bij die alpacafokkerij vandaan reden, haalden ze ineens herinneringen op aan overleden lotgenoten. Hoge kinderstemmetjes die nuchter maar toch niet onbewogen vaststelden dat die of die er al niet meer was, als echte bejaarden aan hun stamtafel in het dorpscafé.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven