Gerda Wilms, striptease-artieste en de vrouw van GAIA-frontman Michel Vandenbosch

, door (ja)

gerda wilms 1200

'Mensen hebben snel hun oordeel klaar. Maar striptease is hard werken: het is niet zomaar wat onnozel doen in je blote flikker'

Alles welbeschouwd is het geen huis waarin Gerda Wilms (53) woont. Het is een asiel voor verwaarloosde en verlaten dieren, waarin ze ook nog een plekje voor zichzelf heeft weten te bemachtigen. Zappa, een prachtige zwarte bouvier, houdt de wacht. Hij is de heer des huizes, en drukt zijn snuit onbeschaamd in het kruis van de bezoekers die hij niet herkent. Binnen wemelt het ook van de dieren: konijnen, tijgers en olifanten – de pluchen beesten buitelen over elkaar heen. En wat rest aan vrije ruimte, wordt in beslag genomen door getuigschriften van het Wereld Natuur Fonds, levensgrote foto’s van dolfijnen en een altaartje met de urnen van de overleden lievelingen van het baasje, de dieren van haar leven.

Gerda Wilms «Ik koop geen dieren. Heb ik nooit gedaan. Dit zijn allemaal geadopteerde dieren, sukkelaars die thuis niet meer welkom waren. Op dit moment heb ik er vierendertig: kippen van de legbatterij, een haan die zogezegd te veel lawaai maakte, konijnen, zwerfkatten, eenden en één grote hond. Valt goed mee, hè. Ik heb er ooit nog vierenvijftig gehad. Wat hier binnenkomt, laat ik niet meer gaan: de verbondenheid met die dierenzieltjes is te innig. Zelfs na hun dood verlaten ze me niet. (Fluistert) De meeste zijn hier begraven, behalve de paarden natuurlijk. En ik heb een altaartje in de woonkamer, met urnen waarin ik de as van de gecremeerde dieren bewaar.

»Ik wou dat ik meer kon doen, véél meer, maar op deze manier hoop ik wel mensen twee keer te laten nadenken voor ze een dier in huis halen.»

HUMO In je biografie ‘Naakt als harnas’ zeg je dat je al je hele leven een grotere verbondenheid voelt met dieren en de natuur dan met mensen.

Wilms «Ik ben een Brusselse van geboorte, maar zelfs in de stad ging ik al met de honden van de buren wandelen. En als ik een pluchen beest kreeg, monteerde mijn grootvader er een plankje met wieltjes onder zodat ik het met een leiband uit kon laten. Het gelukkigst voelde ik mij in het buitenverblijf van mijn grootouders, een groene oase in de rand van Leuven, waar ik elk weekend naartoe trok. Daar hielden ze konijnen en katten, en de buren hadden een papegaai en een pony. Het paradijs! Nu ik zelf op de plek van mijn grootouders woon, heb ik het gevoel dat ik thuis ben gekomen: ik ben geworden wie ik ben.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven