Na zijn euthanasieverzoek: de verrassende verrijzenis van Jean-Pierre Van Rossem (73)

, door (ms)

jean-pierre van rossem vrijbeeld

'Mensen klampen me geregeld aan op straat: 'Van Rossem, zijt ge nog niet dood?' Ik moet me bijna verontschuldigen dat het nog niet gebeurd is'

Door een deur die op een kier stond, ben ik een klein appartement op de negende verdieping binnengedrongen, met zicht op het uiteinde van België: de Oostendse pier. De gastheer is aan tafel blijven zitten, omdat hij zo moeilijk loopt. De aankleding is kaal, een goed deel van de ruimte is ingenomen door tegen elkaar aangeschoven schilderijen; op een ezel een onaf doek. Van Rossem komt moeizaam recht, de rondleiding begint meteen. ‘Pas op, de olieverf is nog niet droog. Dat duurt makkelijk drie weken. Het meest werk ik met acryl, dan kun je een vlek makkelijk van de vloer krabben.’

Het is figuratief werk. ‘Dit is de haven van Antwerpen. Dit is een vluchtelingenkamp.’ Voor de meeste doeken is hij verre van mild: ‘Dit lijkt helemaal op niks! Het is nog proberen, hè, ik had veertig jaar niet meer geschilderd. Academie heb ik nooit gevolgd. Ik ken genoeg schilders, ze hebben me technieken aangeleerd.’ Hij heeft een goed doek gevonden. ‘Dit zijn glazen huizen, vooral geïnspireerd door Kiefer.’

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven