20 jaar na de Bende van Nijvel (2): de Pfaffs van de Belgische onderwereld

, door (hilde geens)

philippe de staerke 1200

'Johnny de Staerke is een wilde kat: wraakzuchtig, onbetrouwbaar en levensgevaarlijk'

Sint-Pieters-Leeuw is een lelijk dorp geworden. De ooit zo adembenemende vergezichten zijn met het bekende Belgische vakmanschap verknoeid. Toen de De Staerkes hier opgroeiden, moet de gemeente tussen Halle en Brussel een ware lusthof geweest zijn. Hier hebben de Daltons geravot in de straten, beemden en moerassen van Zuun en Negenmanneke, waar tuinders of berkuzen nog altijd prei, selder en sla telen voor de hoofdstad.

In de jaren ’70 en ’80 was Sint-Pieters-Leeuw erg in trek als pied-à-terre voor Belgische topgangsters. De blonde reus Patrick Haemers woonde er met Denise Tyack in een afgelegen villaatje. Even verderop verbleef ‘Dikke’ Marcel Castris, tot hij gearresteerd werd na een inbraak bij de politie van Dilbeek (hij was er aan de haal gegaan met de inhoud van de wapenkast). En de Brusselse afdeling van de bende van AlbertBruno’ Farcy - volgens rijkswachtrapporten uit die tijd de koning van de Belgisch-Franse onderwereld - werd ingerekend bij een prostituee die in de straat van vader Henri de Staerke woonde.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven