Rijkswachtofficier Arsène Pint: 'Natuurlijk werd de rijkswacht niet door extreem-rechts geïnfiltreerd. We zijn zèlf rechts!'

, door (hilde geens) en (rs)

arsene1200
© Belga

Lees meer over de Bende van Nijvel

Arsène Pint is een gepensioneerd Rijkswachtofficier. In de jaren zeventig was hij mede-oprichter van de anti-terroristenbrigade van de Rijkswacht: de Groep Diane, het latere SIE (Speciaal Interventie eskadron). Pint heeft het allemaal meegemaakt: de jaren zeventig en tachtig, de Belgische anni di piombo, de loden jaren, de jaren van de gefluisterde staatsgrepen, van het autoritaire kolonelsregime bij de Rijkswacht, van de affaire François, van aanslagen, wapendiefstallen en klandestiene rechtse cellen bij de Rijkswacht, van Madani Bouhouche en Robert Beijer, de bende van Nijvel, het kwalijke fanatiek anticommunistische zakenmilieu rond spekslager Paul Vanden Boeynants, van Benoît de Bonvoisin, Paul Latinus en zijn extreem-rechtse militie de WNP, en van de zware Brusselse misdaadmilieus rond Philippe De Staerke en Patrick Haemers. Later zou Pint als gebiedscommandant van Gent ook nog betrokken zijn bij het onderzoek dat substituut Willy Acke en onderzoeksrechter Freddie Troch in Dendermonde begonnen na de Bende-aanslag in november 1985 op de Delhaize in Aalst. Voor het eerst is Pint bereid daarover te praten. Dat is niet niks. Rijkswachtofficieren hebben niet echt de gewoonte over pijnlijke onderwerpen te spreken.

'Een Rijkswachter aarzelt niet. Je kon die jongens vragen wat je wou'

Eén zo’n pijnlijk onderwerp is het SIE. Eén van de grote mysteries rond de Bende van Nijvel is, wie op 3 januari 1982 bij dit eskadron een pak gesofistikeerde wapens gestolen heeft. Waarom werd deze diefstal – duidelijk een inside-job – nooit opgehelderd? En heeft de Bende van Nijvel die gestolen wapens gebruikt bij de aanslagen? Pint zelf was na de moordpartij in Aalst heel ongerust en zei: ‘Het zullen toch niet die van ons zijn?’ Want in en rond dat SIE bewogen zich een paar heel bedenkelijke heerschappen: Rijkswachtkolonel René Mayerus, de oprichter van het SIE, de Franse extremist en geweldenaar Francis Ferrari-Calmette, en hun gezamenlijke vriend Madani Bouhouche.

ARSÈNE PINT: “Wij hebben de Groep Diane opgericht in het begin van de jaren zeventig, want plotseling was er het internationale terrorisme: de Rote Armee Fraktion en van die dingen. Een beperkt ministercomité nam in 1973 de beslissing. De uitvoering kwam in handen van toenmalig minister van Defensie Paul Vanden Boeynants. De antiterroristische groep moest er binnen de week zijn hè. VDB was een minister die snel werkte.
Wij zijn onmiddellijk het personeelsbestand van de Rijkswacht gaan nakijken op zoek naar gewezen paracommando’s, die nog voldoende jong en fit waren. We zijn begonnen met een dertigtal mensen, maar drie, vier jaar later waren dat er al tachtig. In het begin dachten we dat we enkel snipers, scherpschutters nodig hadden. Maar het werd al snel duidelijk zo’n antiterrorismegroep heel wat ingewikkelder in elkaar moet zitten. Wij gingen op bezoek bij het Duitse commando, de GSG 9, onder leiding van Ulrich Wegener, en we nodigden de veiligheidsdiensten van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al uit.

HUMO: U hebt de groep Diane opgericht samen met de ondertussen overleden Rijkswachtkolonel René Mayerus, een man die we terugvinden in de schema’s van de extreem-rechtse WNP, maar van wie niet precies geweten is welke rol hij daarin speelde.

PINT:Ja Mayerus was de baas van het toenmalige Mobiel Legioen. Ik was de adjunct van Mayerus. Ik was verantwoordelijk voor de operaties van het Legioen.

HUMO: Wat was Mayerus voor een man?

PINT:Mayerus was stafbevrethouder, en een relatief bekwame kerel. Ik heb hem leren kennen toen hij kapitein was en instructeur in de Rijkswachtschool. Hij had heel veel vrienden bij het lagere Rijkswachtpersoneel. Als die jongens een probleem hadden, of zelfs géén probleem, dan kwamen ze naar Mayerus. Hij gedroeg zich heel vijandig tegenover de hiërarchie: hij lag voortdurend met zijn oversten overhoop.
Mayerus was ook een tijd in Duitsland geweest. Daar heeft hij veel mensen leren kennen van de Bundessichterheit, van Duitse politiediensten. Toen hij later commandant van het Legioen was, kwamen die mensen hem ook geregeld goeiedag zeggen.
Hij was een gewezen weerstander en daarom was ik heel verwonderd toen ik zag dat hij zogezegd in het personeelsbestand van de WNP van Paul Latinus zat. Dat was zijn stijl niet. Dat hij Latinus heeft gekend, is mogelijk, maar dat hij in die structuur zat…
Mayerus had een grote mond. Hij zei veel, maar als er op aankwam…

'Ik zei: ‘ik zit met een gevoel dat ik niet kwijtgeraak. Ik wil een onderzoek naar alles wat met de Groep Diane te maken heeft.''

HUMO: Wat voor dingen zei hij?

PINT:Hij dronk graag een whisky en dan begon hij: ‘Dat land hier, dat trekt op niets, en die politici… Er is geen autoriteit. Nom de Dieu, il faudra un bon coup d’état.’

HUMO: U hebt hem dat horen zeggen?

PINT:Misschien wel ja. Maar ik nam dat serieus. Dat werd toen in veel kazernes gezegd, en dat zeggen ze misschien nog steeds: ‘Ze zouden beter grote schoonmaak houden in de politiek’, van die dingen. Misschien heb ik het zelf ook wel gezegd.

HUMO: Had Mayerus politieke connecties?

PINT: Ik heb hem nooit met politici gezien…. Maar in die tijd passeerde bij ons iedereen met een hogere graad via kabinetten van Landsverdediging, die van P.W. Seghers, van Paul Vanden Boeynants, van Frank Swaelen… Toevallig zaten toen alleen maar PSC- en CVP-politici op Defensie. Mayerus is zelf nooit in een kabinet terechtgekomen. Hij was niet discreet genoeg. Hij was een flapuit. Later is men over hem dingen gaan vertellen die volgens mij niet kloppen. Maar ik weet wel – tenminste, dat hebben ze mij gezegd – dat hij zich in de jaren ’75, ’76, toen hij commandant van het gebied Brabant was geworden, met de BOB is gaan bemoeien. En dat was totaal niet de gewoonte. Een full colonel die zich interesseerde voor de onderzoeken die de BOB deed.

HUMO: Wij hebben gehoord dat hij zich zelfs na zijn pensioen met de BOB is blijven bemoeien. Toen bleef hij op bezoek komen bij de Rijkswacht en ging hij informatie halen bij het hoofd van de infosectie van de BOB, Roger Tratsaert, die de politieke informatie beheerde die de Rijkswacht toen opsloeg. ‘Het lag er vingerdik op dat hij een boodschappenjongen van de Amerikaanse inlichtingendiensten was,’ wordt over hem gezegd.

PINT:De ‘Men’ – dat was zijn bijnaam – reed over de tong. Iemand heeft me ooit gezegd: ‘Nom de Dieu, de ‘Men’ zit altijd te rommelen bij de BOB.’ Waarom? Dat weet ik niet.

HUMO: Heeft Mayerus zelf mensen naar het SIE gebracht?

PINT:Ja. Mayerus zei: ‘Ik ken iemand die te vertrouwen is. Een uitstekend wapenmaker.’ Dat was adjudant Evance Collard, die wapenmeester van het SIE is geworden. Wat mij betreft, was er niets aan de hand met Collard. Het was een betrouwbaar en discreet man en zeker geen extremist. Dat was ook nodig: hij had een vertrouwensfunctie bij het SIE. Hij was altijd aanwezig als we nieuwe wapens of materialen uittesten.

HUMO: Beschikte de Groep Diane toen over exclusieve wapens en materiaal dat bijna nergens anders te krijgen was?

PINT:Ja. Ik ging geregeld naar de Directie Operaties of naar de generaal om materiaal vragen waar zij nog nooit van hadden gehoord. Riot guns bijvoorbeeld. Nu heeft elke veldwachter een riot gun. Maar toen…. We wilden riots voor het SIE, zodat we goed gemikte traangasprojectielen zouden kunnen afvuren. De Rijkswacht had alleen van die zware dingen waarmee je allen maar kon hopen dat je granaat een beetje in de goeie richting zou gaan. Met een riot gun kon je heel precies werken. En ook heel lokaal, want het traangaspatroon in een riot gun is veel kleiner dan een traangasgranaat en daarmee kun je heel gericht werken. Dan hoefde je geen volledig gebouw onder de rook te zetten en het veertien dagen lang onbewoonbaar te maken. Dat is bijvoorbeeld in Middelkerke gebeurd waar een man die een officier had doodgeschoten, in een frituur met traangas werd aangevallen. De eigenaars van die frituur hebben veertien dagen lang geen friet meer moeten bakken.
Maar als ik op de staf kwam en zei: ‘Ik wil vijf riot guns,’ deden ze heel moeilijk en vroegen ze: ‘Waarom? Wil je soms konijnen gaan schieten?’ En als ik revolvers wilde, zeiden ze: ‘Om cowboy te spelen?’. Maar ze gaven me altijd wat ik wilde.

'Een linkse terrorist loopt op sportschoenen. Die kerels in Aalst droegen commandoboots'

HUMO: Hebt ú de Heckler und Koch-wapens gekocht die in 1982 uit de garage van het SIE werden gestolen?

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven