Op zoek naar de reus met David Van de Steen, die de Bende van Nijvel overleefde

, door (ab)

david van de steen 1200
© Imagedesk

'Mijn grootvader was ervan overtuigd dat de rijkswacht een vuile rol had. We zijn vaak uitgelachen, maar hij had dus toch gelijk!'

‘Iedereen klaar? Stilte voor opname!’ Een keiharde knal, alsof er vuurwerk ontploft, gevolgd door hysterisch gehuil. Drie gemaskerde mannen met vuile zwarte jassen en bemodderde schoenen lopen tussen de winkelrekken en schieten op alles wat beweegt. Klanten en kassiersters vluchten in paniek weg, appelsienen en flessen rollen over de vloer, een snoeprek wordt aan flarden geschoten, ruiten springen kapot, een kale man krijgt een kogel in zijn achterhoofd en valt ter plekke dood neer. Kleine David kruipt met angstige ogen door de winkel en duikt achter een pilaar op de groenteafdeling, de blauwe ballon aan zijn pols danst achter hem aan. Hij schrikt van elke knal. ‘En... cut!’ roept regisseur Stijn Coninx.

We zijn in Turnhout, in een nagebouwde vestiging van Delhaize op de filmset van ‘Niet schieten’. Buiten beeld achteraan in de winkel volgt David Van de Steen, intussen 41, alles op de monitor. ‘Zo was het 32 jaar geleden,’ zegt hij met een goedkeurend knikje. ‘Dit is realistisch. Het geweld, de brute agressie, het lawaai van de schoten, de paniek in de winkel… In het echt vliegt er wel meer bloed in het rond, maar dit benadert toch sterk wat ik zelf heb meegemaakt.’

Al twee maanden volgt David van heel dichtbij de opnames van ‘Niet schieten’, een verfilming door Stijn Coninx van het boek over zijn leven dat we in 2010 samen hebben geschreven. Hij kijkt toe hoe zijn filmouders en filmzusje worden neergemaaid op de parking van de winkel, en hoort de laatste woorden van zijn zus Rebecca – ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’ – die avond meer dan twintig keer uit de mond van de 13-jarige Zita Wauters, die Rebecca speelt. 32 jaar na datum woont hij de begrafenis van zijn familie bij op het kerkhof van Aalst. Wanneer de camera’s beginnen te draaien en zijn grootvader bloemen op de drie zwarte kisten legt, begint het plots te stortregenen, net als in 1985. Toen was hij er zelf niet bij: hij lag zwaargewond in het ziekenhuis en volgde de begrafenis van zijn familie op tv. Even krijgt hij een krop in de keel wanneer hij Jan Decleir, die zijn grootvader speelt, ziet breken bij de identificatie van de drie lijken in het dodenhuisje. Maar hij herstelt zich snel. ‘Rebecca had meer brandplekken in haar gezicht, van de kruitresten,’ zegt David tegen Stijn Coninx tussen twee takes door. Zonder verpinken gaat hij door: ‘En het gat van de kogel bij mijn moeder zat lager, net onder de hals. Er was een heel stuk weggeschoten, daarom hebben ze haar aangekleed met een brace rond de nek.’

Het is vreemd om hem zo nuchter en met schijnbaar gemak over de gruwelijkste details te horen praten en hem aanwijzingen te zien geven over hoe het destijds allemaal is verlopen. ‘Het doet me niet zoveel, ik kan mijn gevoelens volledig uitschakelen,’ vertelt hij. ‘Zelfs mijn vrouw begrijpt dat soms niet helemaal. Maar voor mij is dit fictie. Dit is níks in vergelijking met wat ik zelf in het echt heb meegemaakt. Ik leef al meer dan dertig jaar met deze beelden.’

En het is belangrijk dat ze ook getoond worden, zonder iets te verbloemen, vindt hij. ‘Niet wegens het spektakel, maar omdat mensen gewoon niet weten hoe beestachtig het eraan toeging. Als je dat niet beseft, kun je ook de rest niet begrijpen.’

'Als er morgen iemand op zijn sterfbed zegt dat hij het heeft gedaan of de daders aanwijst, zou ik er niet mee kunnen leven dat die vrijuit gaan'

DE LODEN JAREN 80

De voorbije twee maanden nam ik verlof bij Humo om met David te werken aan een tweede boek, dat uitgeverij Lannoo volgend jaar uitbrengt bij de release van de film van Stijn Coninx. Het wordt een actualisering van het eerste boek, ‘Niet schieten, dat is mijn papa!’, dat we zeven jaar geleden bij uitgeverij Vrijdag hebben gepubliceerd. Intussen is er veel gebeurd. Veel mensen die het eerste boek lazen, zochten contact met David en vertelden hem hun stukje van het verhaal. Voor het nieuwe boek gingen we hen opnieuw opzoeken. Politiemensen die er die avond bij waren en vandaag nog steeds nachtmerries hebben. Verpleegsters die David hadden verzorgd. Mensen die net weg waren uit de Delhaizewinkel vóór het noodlot toesloeg. Ex-speurders uit het onderzoek. Tipgevers zoals Marc Van Damme, de scheepskok die jeugdvriend Christiaan Bonkoffsky herkende in robotfoto nummer 19 als de reus van de Bende van Nijvel.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven