Doodrijders, deel 2: Humo sprak met chauffeurs Geert en Cynthia

, door (hvt)

1200

'Soms word ik boos op mijn slachtoffer. Hij heeft mijn leven op z'n kop gezet'

Lees hier deel 1

GEERT: 'IK WAS EEN WRAK'

GEERT (49)«Ik was een bon vivant, een pleziermaker. Tot 1 juli 2004. Ik ben buschauffeur, en was met mijn bus op weg naar de stelplaats. Ik reed op een brede voorrangsweg, waar je 70 mocht rijden. Plots kwam er iemand van links de straat overgelopen. Ik heb hem met de rechtervoorkant van mijn bus geraakt. Ik zag een flits van een magere man, meer niet.

»Vanaf dat moment zitten mijn herinneringen vol zwarte gaten. Mijn bus stond redelijk snel stil. Ik zag meteen dat het fataal was: zijn hoofd lag heel vreemd naast zijn schouder en zijn benen lagen alle kanten op. Ik heb de dispatching verwittigd, maar het was een cameraploeg van VTM die eerst arriveerde. Gelukkig was ik nog helder genoeg om te zeggen: ‘Ik wil niet in beeld en ik beantwoord geen vragen.’ Dat hebben ze gerespecteerd. In paniek ben ik rondjes beginnen te lopen rond mijn bus, tot de hulpdiensten er waren. De politie heeft meteen mijn tachograaf gecontroleerd: bleek dat ik 68 reed. Die agenten zijn me zelfs nog komen zeggen: ‘Voor wat het waard is, je kon er niks aan doen.’ En toch begin je daar achteraf aan te twijfelen.

»De vrouw en de zoon van het slachtoffer bleken op 300 meter van de plaats van het ongeval te wonen. Ze hadden de klap gehoord en zijn komen kijken. Die vrouw is ter plekke ingestort. De zoon is naar me toe gekomen en heeft gevraagd of ik de chauffeur was. Hij heeft me een hand gegeven, heeft zich omgedraaid en is weggegaan. Ik weet nog altijd niet waarom.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven