Damn good coffee! Onze Man bezoekt Twin Peaks

, door (ss)

1200

‘Diane, I am entering the town of Twin Peaks…’ Meer precies het échte Twin Peaks: het gehucht Snoqualmie, op honderd kilometer van Seattle. ‘Welcome to Twin Peaks – Population 55.201’ stond er indertijd op het bord aan de gemeentegrens. Dat bevolkingscijfer daalde elke volgende aflevering naarmate er meer lijken opdoken in de reeks, en het bord is later gejat door souvenirjagers.

'Toen David Lynch 15 was, zei zijn vader tegen hem: 'Ik geloof dat het beter is dat jij nooit kinderen verwekt''

‘A large house made of wood with many rooms, each occupied by different souls, night after night…’ Zo cryptisch omschreef de One Armed Man het Great Northern Hotel van Twin Peaks. Salish Lodge, gebouwd in 1916, stond model voor het hotel in de televisieserie. Ik boek kamer 315, waar FBI Special Agent Dale Cooper ook sliep. Ik krijg kippenvel als ik onder mijn slaapkamerraam het water van de White Tail-waterval uit de begingeneriek als perpetuum mobile zie neerstorten. Daarachter, aan de overkant van de rivier Snoqualmie, begint het in nevels gesluierde woud met die wiegende douglassparren, een miljoen kerstbomen, ook al is het nog lang geen Kerst. Tot op mijn terras wolkt de waterdamp op, alsof de hel wat druk van de ketel laat.

Alan Stephens, de manager van Salish Lodge, vertelt me even later dat een Japanse toerist hem ooit vroeg om de waterval ’s nachts af te zetten. Welke scènes voor de nieuwe serie in dit hotel werden gefilmd, wil hij me niet vertellen. Hij wil zelfs niet bevestigen dát David Lynch hier heeft gefilmd, ook al is het hotel in meerdere afleveringen te zien. ‘Ik heb een confidentiality agreement getekend, je wilt niet weten wat me aan schadeclaims boven het hoofd hangt als ik die schend.’

Het toeval bestaat niet: aan de receptie checkt een man in die Gremillion heet, net als één van de minder bekende mensen die aan ‘Twin Peaks’ meewerkten. Op de titelrol treffen nerds zoals ik namen aan die zo exotisch klinken dat ze fictief lijken: Debby Trutnik, Lenny von Dohlen, Royal Dano, Rick Drapkin en Bambi Sickafoose. U hoeft ze niet te googelen, dat heb ik al gedaan: het zijn échte mensen.

Snoqualmie maakt deel uit van het niemandsland tussen Seattle en de Canadese grens. Hier lijken Washington en New York, waarmee veel Europeanen de Verenigde Staten identificeren, heel veraf. Te midden van deze beboste heuvels begrijp je waarom de burger hier wapens wil dragen: één sheriff, Truman in de serie, moet honderden vierkante kilometers controleren. Als er gevaar dreigt, komt hij steevast te laat en ondertussen ben je op jezelf aangewezen. Na vier dagen in Snoqualmie was ik klaar om me aan te sluiten bij een wapenclub.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven