Heleen Debruyne: 'Pietenpaniek'

, door (heleen debruyne)

Heleen Debruyne: 'Heleen Debruyne'

Sinterklaas: dat was een volwassen man in een raar pak. Net als die Pieten. Ik begreep niet goed waarom die hele maskerade nodig was, maar ik hield netjes mijn mond. Die zat toch vol met mandarijntjes en chocola. De andere kindjes vielen net niet in katzwijm voor die man met zijn vieze gelige baard. De vlekken op zijn groezelige vodden zagen ze niet, zijn opvallende West-Vlaamse tongval hoorden ze niet.

Het was niet aan mij om die pret te doorprikken. Dat liet mijn moeder me herhaaldelijk verstaan. ‘We konden het gewoon niet opbrengen elk jaar wekenlang tegen je te moeten liegen,’ verklaart ze haar onwil om mee te stappen in dat collectieve sprookje. Dat kon ik begrijpen. Mijn ouders hadden me niet in een god doen geloven, waarom dan in een halvegare heilige, een engerd die in een groot boek alles registreert wat je doet? Aan mijn sinterklaasloze jeugd houd ik bovendien trauma’s noch superioriteitscomplexen over, hooguit een wantrouwen voor zaken waar iedereen heel graag in wil geloven.

In deze tijden van Pietenpaniek wordt er onder kinderloze volwassenen bizar vaak over Sinterklaas gepraat. Mijn opinie over Piet – kinderen vinden die roetvegen even leuk als een volledig zwart gezicht, wat is het grote probleem? – wordt steeds breder gedragen. Nee, het is onthullen dat ik nooit in Sinterklaas heb geloofd, waar de monden van open vallen. Mensen kijken me aan alsof ik in een vluchtelingenkamp ben opgegroeid. ‘Nee!’ zeggen ze, ‘vreselijk! Waarom?’ Ik zie ze zich zorgen maken over de situatie in mijn gezin – comfortabel, dankjewel. Sommigen worden boos, vallen mijn ouders aan.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven