'Ik nog wel van jou': Elke Geurts' gevecht tegen haar echtscheiding. 'Ik hoopte dat ik hem weer mijn huis in kon schrijven'

, door (jm)

vrijbeeld

'Steeds maar datzelfde riedeltje afdraaien – voor iets kiezen, problemen ondervinden, weglopen – en dan dood: dat kan toch niet de bedoeling van het leven zijn?'

Geurts, die eerder drie knappe verhalenbundels en een roman heeft uitgebracht, is volop bezig met de praktische afhandeling van de scheiding wanneer ik haar in Amsterdam ontmoet – nog heel eventjes kan ‘ex-man’ het zonder zijn prefix doen. De emotionele rugbymatch die ze moest spelen, verslaat ze pittig in ‘het verhaal van de man naast wie ik in bed lag en die later niet met mij in één graf wilde’.

ELKE GEURTS «‘En ik ga dat verhaal veranderen,’ dacht ik. Met de taal zou ik alles rechtbreien. Op het moment dat mijn man het huis uitging, kreeg ik een column in Trouw. Die zou drie maanden lopen: dat moest voldoende zijn om mijn man weer het huis in te schrijven. Het leek me mooi, van de problemen in je huwelijk literatuur maken, en op het einde kunnen melden dat het allemaal weer goed gekomen is. Diep in mezelf wist ik natuurlijk dat het zo niet werkt, en toch: ik hoopte dat het mij wél zou lukken. Maar uiteindelijk is de werkelijkheid de baas. Zodra je in de narigheid zit, kun je niet zoveel met taal – voor een schrijver is dat een harde vaststelling.»

HUMO Maar door erover te schrijven, keer je de machtsrelatie toch minstens een béétje om. Hij gaat weg, maar jij beslist over het verhaal.

GEURTS «Je hebt gelijk: ik heb me niet alleen maar laten verlaten, ik heb er ook iets mee gedáán. Schrijven was het enige dat ik tegen de vernietiging kon inbrengen. En ja, door zelf een wereld te bouwen nam ik op z’n minst een stukje van de macht terug. Tegelijk heb ik me nooit geschaamd voor het verdriet en de hulpeloosheid. Dat je de loser bent als je verlaten wordt, het sukkeltje, daar herkende ik me niet in. Ik vond mezelf niet per se de zwakkere.

»Schrijven was ook een manier om me zichtbaar te maken voor mijn man. Ik kreeg te horen dat ik er onvoldoende was, fysiek en mentaal, en dit was mijn manier om te laten zien: ‘Hier ben ik. Hier kun je niet omheen.’ De schrijver in mij veerde op, baldadig en resoluut. (Denkt na) Dat is misschien wel het positieve dat ik aan de hele tragedie heb overgehouden: het besef dat ik echt een schrijver ben. Dat ik niet kan leven zonder schrijven. Het was het enige dat nog van me overbleef.»

HUMO Laten we die tragedie even reconstrueren. Het begint niet met een timide ‘We moeten eens praten’, of een voorzichtig ‘Ik twijfel aan onze relatie’. Wel met een helder ‘Ik hou niet meer van jou’.

GEURTS «Juist: dat er geen aanloop was, dat mijn man zo beslist was, smakte me in mijn gezicht. Maar hij is gewoon niet zo’n twijfelaar. Ik wel. Nu, ik neem aan dat hij er wel lang en grondig over had nagedacht, maar dat dat proces zich had afgespeeld vóór hij die woorden uitsprak. En ik wist niets van dat proces. Ja, allicht is dat wat er gebeurd is: hij zag een probleem, zocht in zijn eigen hoofd naar een oplossing, en kwam vervolgens met de conclusie. Terwijl ik denk: je detecteert het probleem, en dan probeer je samen een oplossing te vinden. Maar dat is dus niet gebeurd: ik werd voor iets onomkeerbaars geplaatst.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven