Koppensneller Herman Brusselmans: 'Jotie 't Hooft'

, door (hb)

Jotie T’Hooft werd geboren op 9 mei 1956 en stierf op 6 oktober 1977. Hij was een dichter die het leven niet aankon, die geboren was om te sterven, en die zelfmoord pleegde middels het inspuiten van een teveel aan cocaïne. Hij werd begraven in z’n geboorteplaats Oudenaarde. Z’n graf staat op een lijst om thans geruimd te worden, dat wil zeggen dat het wordt verwijderd, en dat er plaats wordt gemaakt voor een andere dode. Doden genoeg, ook in Oudenaarde. Wat ook kan, is dat het graf van T’Hooft niet wordt verwijderd, maar tot een beschermd monument wordt uitgeroepen, omdat hij een belangrijk persoon is geweest, die zowel in Oudenaarde als in de rest van Vlaanderen zoveel heeft betekend dat hij en ook z’n graf moeten blijven bestaan.

Is dat zo? Is Jotie T’Hooft een belangrijk persoon geweest? Ja, dat is hij. Hij was in de jaren 70, waarin binnen het kader van met name de literatuur dufheid, gebrek aan vernieuwing en schrijvers als onbetekenende krabbelaars de boventoon voerden, zeker belangrijk genoeg. Je had de ouderen, zoals Hugo Claus, Louis Paul Boon en Walter van den Broeck, en verder had je niks. Behalve Jotie T’Hooft. Die was 20, een opvallende jonge hond met de allure van een rock-’n-rollgod, en hij schreef gedichten zoals men ze in deze contreien in geen vijftig jaar onder ogen had gekregen.

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven