Een luisterend oor: Humo sprak met de hulpverleners van de Zelfmoordlijn

, door (sdj)

'Ik heb geleerd te zeggen: ‘Ik wil luisteren en ik ben er voor jou, maar jij bent degene die beslist of je het al dan niet doet’'

De Zelfmoordlijn zou niets liever willen dan nog meer vrijwilligers inzetten om aan de groeiende vraag tegemoet te kunnen komen. Maar van de tweehonderdvijftig vrijwilligers die zich bij elke sollicitatieprocedure aanmelden, blijven er na de zware selectie hoogstens dertig over. De meesten haken af als ze horen wat er van hen wordt verwacht. Ik bewonder ze mateloos, die mensen die kosteloos uren aan een stuk luisteren naar de wanhoop van anderen die niet meer willen leven. ‘Mensen laten je toe in het allermoeilijkste moment van hun leven,’ zegt directrice Kirsten Pauwels, die zelf nog af en toe de lijn bemant. ‘Dat is heel heftig, maar vreemd genoeg is elk gesprek vaak ook een verrijking voor jezelf.’

Marie, van wie de zoon vijftien jaar geleden zelfmoord heeft gepleegd, is al acht jaar vrijwilligster.

Marie «Ik heb gisteren tot één uur ’s nachts de wacht gehad, en ik kan na een intens gesprek nooit meteen naar bed. Ik moet eerst nog naar een stukje muziek luisteren en iets drinken. Zeker gisteren. Er gebeurde zoiets moois: aan het einde van ons gesprek zei de beller me: ‘Je mag gerust zijn, ik ga geen zelfmoord plegen.’ Hij draaide de rollen om! Hij begon míj gerust te stellen. Dat gaf me zo’n warm gevoel. Op zo’n moment ben ik echt dankbaar dat ik aan de lijn heb mogen zitten.»

Brigitte is afgestudeerd als psychologe en is nu een jaar vrijwilligster.

Brigitte «Ik heb een schriftje waarin ik stukjes van die gesprekken opschrijf, omdat ze me het gevoel geven dat ik echt iets voor de oproeper heb kunnen betekenen. Iemand die me na anderhalf uur praten zegt: ‘Ik voel me beter’, dat maakt mijn hele dag goed.»

Mark is al vijfendertig jaar vrijwilliger.

Mark «Ik mag echt zeggen dat ik mensenlevens heb gered aan de telefoon. Ik herinner me iemand die zei: ‘Ik wil gewoon even kwijt: de wereld is rot en ik maak er een eind aan. Dat is het.’ Die man wilde meteen ophangen, maar ik heb toen geroepen: ‘Wacht! Stop! Geef me de kans om u nog even te leren kennen.’ Hij bleek al met een wapen in zijn hand klaar te zitten, en ik hoorde hem er voortdurend mee ergens tegenaan tikken. Ik zei: ‘Dat wapen maakt u erg gespannen, geloof ik. Misschien kunt u die even wegleggen? Dan komt u wat tot rust.’ Dat had geen zin, vond hij, dan zag hij dat wapen nog. Hij is toen zelf op het idee gekomen om het wapen bij zijn buurman in de brievenbus te gooien. ‘Oké,’ zei ik, ‘ik blijf aan de lijn.’ Maar hij bleef weg. Ik dacht: ‘Het is te laat.’ Maar hij kwam toch terug, en het eerste wat hij tegen me zei was: ‘Je kunt niet geloven hoe opgelucht ik ben.’ Ik begon bijna te huilen.

»Nu, ik heb ook al oproepen gehad van mensen die aan het sterven waren – ze hebben pillen ingenomen en het praten verloopt steeds moeizamer. Soms kun je hen er op het nippertje van overtuigen een adres of een telefoonnummer te geven zodat ik de hulpdiensten kan bellen. Maar soms hoor je ze langzaam uitdoven.»

Brigitte «Ik ben ook eens door een vrouw gebeld die al medicatie had ingenomen. Ik heb toen eerst geprobeerd te weten te komen wat voor pillen het waren. Zodra ik dat wist, besefte ik: ik moet zo snel mogelijk iets doen. Bij de Zelfmoordlijn hebben we geleerd om onze tijd te nemen, maar dat kon op dat moment niet: het was als een tijdbom die tikte. Ik heb die vrouw zover kunnen krijgen dat ze ging overgeven, terwijl ik aan de lijn hing. Daarna heeft ze haar pyjama aangetrokken en is ze in bed gaan liggen. Toen pas durfde ik weer adem te halen.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven