Dossier Kinderarmoede (2): moeders over het leven op straat

, door (ja)

kinderen en armoede 1200
© Carmen De Vos

Lees ook deel 1: Kinderen en armoede: 'Wij willen een warme school zijn'

'Met 75 euro per week moest ik alles kopen: voedsel, drank, shampoo, pampers, ondergoed'

Strakke jeans, modieus winterjack, blonde lokken. Jessica*, een vrouw van halfweg de dertig, is ongeveer de laatste die je met armoede in verband zou brengen. Ze heeft vroeger nog modellenwerk gedaan, maar dat is een eeuwigheid geleden, zegt ze. Intussen heeft de storm van het leven hard over haar heen geraasd: in penibele omstandigheden brengt ze drie kinderen groot.

Jessica «Ik kom uit een gezin met twee kinderen: een oudere zus en ikzelf, een nakomertje. Ik zal niet zeggen dat we het thuis niet breed hadden, we hadden wat we nodig hadden, maar meer ook niet: merkkleding kregen we niet. Dat was te hoog gegrepen.

»Op mijn 18de ben ik getrouwd en bevallen van een zoon. Enkele jaren later volgde een tweede zoon. Daarna ben ik gescheiden.

»Na de scheiding heb ik me in het nachtleven gestort, met een grote verbetenheid alsof ik mijn jeugd wilde inhalen. In het weekend werkte ik in de horeca, na het werk ging ik op stap tot ’s morgens vroeg. Ik nam drugs om op de been te blijven: speed, cocaïne, pillen – noem maar op. Wat ik verdiende, gaf ik uit aan drugs en drank. Mijn ouders, die op mijn kinderen pasten, wisten niet wat er aan de hand was.

»Op een bepaald moment hebben we ruzie gekregen. Mijn ouders verweten me dat ik niet naar mijn kinderen omkeek, en ik werd boos. In een colère heb ik mijn valies gepakt, mijn jongste zoon in de auto gezet – mijn oudste zoon was bij zijn vader – en ik ben naar Antwerpen gereden, een stad waar ik niemand kende. Zo impulsief was ik toen. Ik dacht maar aan één ding: me amuseren. Ik liep weg van de dingen die moeilijk lagen, ik was bang voor mijn verantwoordelijkheid.

»In Antwerpen heb ik met mijn spaargeld een jaar lang gefeest, tot het op was. Toen hebben ze ook mijn zoon bij me weggehaald, die in de week op internaat zat. Mijn ouders konden het niet meer aanzien: ze hebben hem bij zich in huis genomen, maar eigenlijk kwam hij onder toezicht van de jeugdrechter.

»Na een korte relatie werd ik zwanger van een Afrikaan. De eerste maanden heb ik mijn zwangerschap ontkend: ik wilde het niet weten, ik had al genoeg aan mijn hoofd. Maar op een dag reed ik huilend op de autostrade en duwde ik het gaspedaal in, steeds dieper. Ik dacht: ‘Nu heb ik de keuze: ik ga door met leven, of ik maak er een eind aan.’ Het was heel heftig, leven of dood, maar ik heb voor het eerste gekozen. Ik wilde leven. Van de ene dag op de andere ben ik gestopt met de drugs. Ik heb ze nooit meer aangeraakt.»

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
heeft u een abonnement nodig:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven