Ali B in 'Patser': 'Daar ging mijn imago van knuffel-Marokkaan'

, door (dj)

ali b 1200

- Hoe ging het acteren je af?

Ali B «Ik ben er gewoon gaan staan, maar ik had al ervaring opgedaan in theatershows. Het grote verschil zijn wel de lange draaidagen. Je moet bijvoorbeeld twintig vechtscènes spelen en op het einde heb je gekneusde ribben. En dan blijkt dat de tweede take de beste was.»

- Ben je gewond geraakt?

Ali B «Ik moest constant vechten, knietje in het kruis, vallen. En ik ben nogal competitief ingesteld: als ik val, wil ik dat goed doen. In Marokko, waar we ook hebben gedraaid, moesten we improviseren tijdens een achtervolgingsscène. Er lag een krat op de weg, maar wist ik veel dat die kratten daar tien kilo zwaarder zijn dan bij ons. Ik schopte er met al mijn kracht tegen, maar hij voelde als baksteen aan. Fantastisch acteertalent, vond iedereen toen ze me pijnlijke grimassen zagen trekken (lacht).»

- En als je woede wilde voelen, stelde je je voor dat je kinderen iets werd aangedaan?

Ali B «Dat zat ik me dan een uur lang in te beelden. Ik lette op mijn ademhaling en mijn emoties en vervolgens begon ik opgefokt aan de scène. Zo erg zelfs dat Matteo Simoni, mijn tegenspeler, zei: ‘Rustig aan, Ali! Het is maar een film, hè.’ Die arme jongen. Hij kreeg het zo te verduren van mij (lacht).»

- Je speelt een zware crimineel die met een pistool staat te zwaaien. Daar gaat je imago van knuffel-Marokkaan.

Ali B «Dat maak ik wel weer goed in ‘The Voice Kids’. Als anderen gaan bepalen wat jij gaat doen, dan moet je ermee kappen. Dat ongrijpbare heb ik altijd gehad. De reacties die ik kreeg toen ik met Willeke Alberti een duet zong, man! En wat dacht je van stand-upcomedy? Iedereen zei: ‘Wat? Gaat Ali B grappen maken?’ Een jaar later was ik genomineerd voor de Poelifinario-cabaretprijs.»

- Een gezin met twee kids, rappen, theater maken, stand-upcomedy, coachen bij ‘The Voice’, een managementbureau en nu een film, waar haal je de tijd vandaan?

Ali B «Ongelofelijk, hè? Maar soms komt er een kans voorbij die je moet grijpen. Dat was nu het geval met Adil El Arbi en Bilall Fallah, twee fantastische regisseurs die we wellicht kwijtraken aan Hollywood. Ik ben de afgelopen vijftien jaar vaker gevraagd, maar ik kreeg nooit echt kriebels. Zij hadden met ‘Black’ al een geweldige film gemaakt, en met hen wilde ik het avontuur wel aangaan.»

© AD
 

Humo 4041/07 13 februari 2018

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 13 februari

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan