Een Belg in de Giro: Thomas De Gendt

humo-dossiers Donderdag 24 mei 2012 - 11u01, door (ssl)

Thomas De Gendt (25) begon met beperkte ambities aan de Giro, maar staat op twee bergritten en één tijdrit van het einde op plaats negen in het klassement. Twee weken geleden sprak Humo-journalist (ssl) met de wielrenner.

Thomas recht© Jelle Vermeersch

Van sommige wielrenners weet je bij de eerste pedaalstoot: dat is een kampioen. Anderen, met meer werklust dan talent, houden zich jaren staande in het peloton door drinkbussen en regenjasjes aan te slepen voor hun meer succesvolle ploegmaats. En dan heb je renners die gelóven dat ze tot de tweede categorie horen, maar van wie iedereen van zegt dat ze een kampioen hóren te zijn. Zo iemand is Thomas De Gendt.

'Ik wil niet eindigen zoals Wouter Weylandt vorig jaar'

In de Tour van vorig jaar verbaasde De Gendt de wereld, zichzelf incluis. Hij werd zesde in de koninginnenrit op Alpe d'Huez en een dag later zelfs vierde in de slottijdrit in Grenoble. Conclusie: De Gendt, de man van de lange ontsnapping, moet zich toeleggen op het rondewerk - wie zo kan klimmen en tijdrijden móét dromen van de gele trui.

Thomas De Gendt «Dat wordt de volgende stap in mijn carrière. Maar voor het zover is, moet er nog veel gebeuren: ik zal al meer weten na dit seizoen, als ik in twee jaar tijd de drie grote rittenkoersen zal hebben gereden.

»Vorig jaar ben ik fris uit de Tour gekomen, maar ik weet niet of dat toeval was of dat ik beter dan een ander herstel. Als ik over een paar weken stikkapot aan het einde van de Giro kom en de laatste bergritten in de bus zit, tja, dan zal die ambitie om ronderenner te worden wel getemperd zijn.»

HUMO José De Cauwer vroeg het zich vorige week in Humo nog af: 'De Gendt heeft de kracht, de uithouding en het recuperatievermogen van iemand die top 10 kan rijden in een grote ronde. De vraag is: wíl hij zichzelf voor dat ene doel opofferen?'

De Gendt «Ik weet wat ik nu kan: dat vind ik al heel mooi. Een rit in Parijs-Nice winnen en zo, dat is al meer dan wat ik dacht ooit te zullen kunnen.

»Als blijkt dat ik een ronderenner kan worden, zal ik daarin investeren. Dan zoek ik me een appartementje in Spanje of Italië, waar de kans op mooi weer groot is en waar ik op de cols kan trainen. Maar als ik niet zeker weet dat het iets zal opbrengen, ga ik geen zotte kosten doen - ik ben aan 't bouwen, hè.»

HUMO Moet je niet ambitieuzer zijn, en meer in jezelf geloven?

De Gendt «Het lijkt misschien alsof het me allemaal niet kan schelen. Maar geloof me: ik zit met meer in mijn hoofd dan je zou vermoeden. Ik hou er alleen niet van om mijn ambities op straat te gooien. Dat maakt de druk alleen maar groter.»

HUMO Herinner jij je eerste koers nog?

De Gendt «Het clubkampioenschap van De Jonge Trappers Hoogerheide in Etten-Leur, toen ik tien was. Dat was bij een wilde bond in Nederland waar je al mocht koersen vanaf je zevende - in België moest je destijds nog twaalf zijn om bij de aspiranten te mogen beginnen. De winnaar was Pieter Vanspeybrouck, die nu prof is bij Topsport Vlaanderen. Ik was derde. Bepaald trots was ik eerst niet, want een meisje was tweede geworden. Pas achteraf heb ik doorgekregen dat de meisjes een jaar ouder dan de jongens waren.

»Dat jaar heb ik negen keer gewonnen. Bij mijn derde koersje, in Roosendaal, was het al prijs. Trainen deed ik nochtans niet, behalve rondjes rijden in de tuin: we hadden een tweehonderd meter lang parcours dat door de wei liep.

»Winnen ging me goed af. Dan mocht je op het podium, kreeg je zoenen van de bloemenmeisjes en je mocht de grootste beker mee naar huis nemen - de eerste acht in de uitslag kregen een beker, en ik heb de mijne nog allemaal.

»Prijzengeld was er niet, alleen met de premiespurten kon je iets verdienen. Niet veel, hoor: tweeënhalve gulden, terwijl de inschrijving al anderhalve gulden kostte. De rest van het geld stopte mijn vader in een portemonneetje om de tol in de Liefkenshoektunnel te betalen.»

HUMO Hoe wist je eigenlijk dat je als kind in Nederland mocht koersen?

De Gendt «In de regionale pagina's van de krant stond een artikel over Paul Van Vlierberghe, die zich met jonge wielrennertjes bezighield. Mijn vader vroeg: 'Zou je dat niet liever doen dan voetballen?'

»Ik sjotte toen al drie jaar bij Kemzeke, samen met Kristof Goddaert, die nu profrenner is bij AG2R. Maar voetbal interesseerde mijn pa niet: ik kan me niet herinneren dat hij naar één match is komen kijken. En mij deed het ook niet zo veel: ik was geen dribbelaar, ik had geen hard en precies schot, en een keeper was ik ook al niet. Dus toen hij met dat krantenartikel afkwam, zei ik: 'Natuurlijk wil ik dat proberen!'»

HUMO Waar droomde je in die tijd van?

De Gendt «Ik wou gewoon coureur worden. Mijn broer Jürgen, die tien jaar ouder is, had ook al gekoerst. Toen hij ermee stopte, was mijn wereld ingestort: naar de koers gaan, dat was telkens een beetje vakantie geweest. Die jaren hadden geweldig veel indruk op me gemaakt.

»Vooral dan de kleedkamers: voor de wedstrijd rook het daar altijd naar kamfer en menthol van de massageolie, en erna stond iedereen samen zich te wassen in een teiltje water. De dag van de koers was voor mij de beste van de week.

»De andere dagen speelde ik thuis coureurke: eerst moest ik mijn benen insmeren - met water, want massageolie was te duur om mee te morsen - en daarna koerste ik tegen mezelf.»

HUMO Wie was toen je idool?

De Gendt «Tom Steels vond ik wel tof. Hij woonde in Sint-Niklaas, en ik zag hem soms door de streek fietsen. Mij pa had ook de gewoonte om 's maandags op de krantenpagina met de wieleruitslagen alle Waaslanders te onderlijnen, zodat ik meteen zag welke coureurs uit de streek goed hadden gereden.

»Steels was altijd de eerste naar wie ik zocht. Die keer dat hij in volle sprint met zijn bidon gooide, in de Tour, is één van mijn oudste herinneringen aan koers op televisie (in 1997 was dat, mikpunt was de Fransman Frédéric Moncassin, Steels werd meteen uit de wedstrijd gezet, red.).

»Ik keek ook op naar mannen als Ludo Dierckxsens, Jacky Durand en Jens Voigt, aanvallers die tot één kilometer voor de finish tegen het peloton bleven knokken, en dan af en toe wonnen, met tien meter voorsprong op de sprinters. Ik win niet vaak, maar áls ik win, is het wellicht ook op een manier die jongetjes sterk aanspreekt - zoals na mijn monsterontsnapping in de openingsrit van Parijs-Nice, vorig jaar.

»Ik kan me niet voorstellen dat je op die leeftijd de manier waarop Mark Cavendish wint kan bewonderen: tot tweehonderd meter van de finish moet hij achter zeven ploegmaats blijven rijden, en dan moet hij een beetje sprinten.»

HUMO Sprinters zeggen: 'Niets zo fijn als winnen in een sprint: dan vóél je de adrenaline spuiten.' Wat voel jij dan als je, zoals dit jaar in de voorlaatste etappe van Parijs-Nice, solo en met minuten voorsprong op het peloton eindigt?

De Gendt «Het peloton zat op tien minuten; mijn medevluchter Rein Taaramäe had ik eraf gereden, hij volgde op drie minuten: op vijfentwintig kilometer van de finish wist ik al dat ik zou winnen - ik mocht alleen niet vallen. Ik zat chill op mijn fiets, de camera bij me, auto's achter me.

»Toen ik over de meet reed, was er van adrenaline geen sprake meer. Ik heb weleens gelezen over tantrische seks - dat het uitstellen van je orgasme het vrijen eigenlijk béter maakt. Welnu: winnen zoals in Nice, dat is tantrische seks. Winnen in de spurt zou je dan kunnen vergelijken met een vluggertje - kort en hevig, maar óók plezant.»
 

1 reactie

reageer ook 

Zondag 22 juli 2012 - 18u54

eddy.roelandt

Beste Thomas, ik kijk wanneer het gaat naar al de koersen. Sinds een aantal jaren ben ik echt supporter van U, je supporterslokaal ligt in Beveren, en je bent er wel ongelooflijk aangenomen. Wij wonen ook in Beveren, en wanneer het over sport gaat is het alleen over U. Proficiat met uw huwelijk. Wij hebben haast elke dag kontakt met de zuster van uw broer Maria, samen werken als vrijwilliger in het rusthuis De Kroon in Sint-Gillis-Waas en je kan niet verstaan hoe fier zij is op U en heel gelukkig. Ik heb al verschillende foto's van U gekregen. Je kent mij niet, maar ik heb een vraag voor U, al is het een moeilijk. Graag zou ik in mijn leven een beertje ontvangen van een renner uit de Ronde van Frankrijk, ik weet dat dit moeilijk zal zijn, maar wanneer je daar de kans voor krijgt, wil ik dat zelf wel betalen.Je ziet die gele trui, de bolletjestrui, de jongeren trui (Van Galderen) met die die andere mensen of van jaren geleden dan hoop ik dat zo een beertje zou kunnen krijgen. Volgende vrijdag zijn wij weer op het criterium in Sint-Niklaas samen met tante Maria, en doe uw best om als eerste Waaslander dit criterium te winnen. Op voorhand bedankt en nog veel succes, want wij volgen U elke wedstrijd. GROETJES.

 

Reageer ook

Humo login:

(wordt nooit getoond)

Of login met facebook:

Deze week in Humo

werk

Jongeren en werk: Generatie Y

  Dinsdag 18 juni 2013 - 05u28

Twintigers willen vanaf dag één inspraak op het werk, ze onderhandelen bij hun sollicitatie al over vakantie, vermengen werk en privé zonder verpinken, zien er geen graten in een halfuur te laat te beginnen en hebben lak aan hiërarchie en titels. Hoe ga je om met generatie Y, geboren na 1986, in een tijd waarin vier generaties samenkomen op de werkvloer? Lees een fragment

Vorige HUMO's

Cover 3798 18-6-2013Cover 3797 0-6-2013Cover 3796 4-6-2013Cover 3795Cover 3794 21-05-2013Cover 3793 14-05-2013

Jouw aanraders

nieuws op twitter

Naar twitter
De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven