Bob Dylan

14581_dylan1.jpg

Interview door Cameron Crowe in Humo 2433 en 2434 (23-30 april 1987)

Bob Dylan werd op 24 mei 1941 als Robert Zimmerman geboren in Duluth, Minnesota. Toen hij zes jaar was, verhuisde hij met zijn familie naar het grauwe mijnstadje Hibbing. Hij voelde er zich al snel de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt. Terwijl zijn klasgenoten onschuldig rondfietsten, droomde hij van zware motoren en leren jekkers. De controversiële film 'Blackboard Jungle' had hem diep geraakt, en 's nachts luisterde hij naar de rhythm & blues-zenders van Chicago. In de lokale platenzaak vroeg hij naar de nieuwste singles van Hank Williams, Jimmy Reed, Chuck Berry, Howlin' Wolf en John Lee Hooker. Hij vormde zijn eerste groepjes: The Golden Chords, The Shadow Blasters, Elston Gunn & The Rock Boppers. Medestudenten aan de high school konden hun oren niet geloven: de tengere knaap zong als een jonge Little Richard. Het was duidelijk dat Hibbing dit talent niet lang voor zichzelf zou kunnen houden.

BOB DYLAN « Mijn vader had zijn baan in Duluth verloren omdat hij tijdens een epidemie polio had gekregen. We trokken noodgedwongen in bij mijn grootmoeder Florence, die in Hibbing woonde. Een jaar of twee hebben we in haar woonkamer geslapen. Ik sliep op een opvouwbaar bed, dat weet ik nog. Mijn vader werd opgenomen in het elektriciensbedrijfje van zijn broers Paul en Maurice. En hij heeft er de rest van zijn leven gewerkt. Hij doorstond veel pijn en heeft eigenlijk nooit meer behoorlijk kunnen lopen. Ik heb het pas veel later beseft, maar het moet hard geweest zijn voor hem, want tevoren was hij een sterke en actieve kerel... Hoe dan ook, mijn ooms namen hem als partner. Ik deed soms wat aan de vrachtwagen, maar het was niet de bedoeling dat ik dat zou blijven doen... Hibbing was geen arme en geen rijke stad, iedereen had zowat hetzelfde. Echte rijkaards woonden er niet; de kerels die de mijnen bezaten woonden duizenden kilometers verderop.

» Ik heb altijd gitarist en zanger willen worden», zegt Dylan. 'Vanaf mijn tiende, elfde of twaalfde was dat het enige waarvoor ik belangstelling had... 'Henrietta' was het eerste rock 'n' roll-nummer dat ik hoorde. Daarvóór luisterde ik veel naar Hank Williams. En daarvóór naar Johnny Ray. Dat was de eerste zanger op wiens stem en stijl ik zeg maar verliefd werd. De manier waarop hij 'When Your Sweetheart Sends a Letter' zong, daar werd ik helemaal koud van. Zijn stijl sprak me aan, ik wilde me ook kleden zoals hij. Ik was toen nog erg jong. Eind '78 ben ik hem tegen het lijf gelopen, in een lift in Sydney, en ik heb hem toen verteld wat voor een indruk hij in mijn jeugd op me heeft gemaakt... Ik heb nog steeds een paar platen van hem.»

Met zijn high school-diploma op zak reisde Dylan in 1959 eerst naar het Minneapolis/St.Paul-gebied. Hij begon college te lopen aan de universiteit van Minnesota maar bracht al gauw meer tijd door in het bohémiendistrict Dinkytown, waar hij optrad in een koffiehuis, The Ten O'Clock Scholar. Dylan werd er opgenomen in het artistieke wereldje en het was daar dat hij voor het eerst kennis maakte met de folkblues van zangers als Big Bill Broonzy, Leadbelly, Roscoe Holcomb en de onvolprezen Woody Guthrie.

DYLAN « In die tijd zong ik country-deuntjes als 'Ruby Lee' van The Sunny Mountain Boys en bluesy spullen als 'Jack O'Diamonds' van Odetta, en door mijn rock 'n' roll-achtergrond verbond ik op een of andere manier, onbewust, die twee stijlen. Daardoor klonk ik heel anders dan de doorsnee folkzanger, die ofwel een purist was ofwel een klassiek zanger die ook wel eens een folksong bracht. Ik trad alleen op, met een gitaar en een harmonica, of als duo met Spider John Koerner, die vooral ballads en blues speelde. We klonken prachtig, een beetje zoals de Delmore Brothers. Mijn stem klonk altijd beter, dat hoorde ik, als ik een partner had.»

 

De buitenkant

DYLAN « Minneapolis was de eerste grootstad waar ik gewoond heb, als je het zo wil noemen. Ik kwam uit de wildernis en belandde spontaan bij de beatniks, de bohémiens, de beboppers, dat liep allemaal door elkaar... St. Louis, Kansas City, je trok van stad tot stad en overal vond je hetzelfde, mensen die kwamen en gingen en nergens lang bleven. Je zag voortdurend bekende gezichten. Ik had toen al uitgemaakt dat de maatschappij, zoals die in elkaar zat, maar nep was, én dat ik er niets mee te maken wilde hebben... Er was veel opstandigheid toen, in het hele land. Je kon het voelen, er was veel frustratie, het was de stilte voor de storm, er stond iets te gebeuren. Waar ik was trokken de mensen gewoon voorbij, met een gitaar, een trompet of een koffer aan de hand. Het was zoals in de verhalen die je hoort: vrije liefde, wijn, poëzie, en niemand had een cent.

» Toch werden er voortdurend feestjes gegeven. Meestal in lofts of pakhuizen of zoiets, soms in een park of in een steeg, gewoon waar er plaats was. Het was er altijd afgeladen vol, amper plaats om te staan en te ademen. Er werden altijd een boel gedichten voorgedragen: Into the room pëople come and go talking of Michaelangelo, measuring their lives in coffee spoons... What l'd like to know is what do you think of your blue-eyed boy now, Mr. Death. T.S. Eliot, e.e. Cummings. Suzie Rotolo, een vriendin van me in New York, heeft me later de Franse dichters leren kennen, maar toen was het Jack Kerouac, Ginsberg, Corso en Ferlinghetti...

» Het was onvergetelijk, die hele scène, meisjes en kerels die me soms aan heiligen deden denken. Sommigen werkten zo nu en dan, als kelner, als barman of als verdelger van ongedierte. Maar voor de meesten was werken volstrekt onbelangrijk: je moest eten, dat was alles. Vóór alles had je het gevoel dat ze ergens niet bij hoorden. Ze stonden aan de buitenkant, het was nooit een formule, het was nooit 'in' of zoiets. Iedereen in Amerika droeg toen grijze flanellen pakken, Amerika was straight, puriteins als de pest, zeer claustrofobisch, en als er iets gebeurde dat echt de moeite waard was, dan gebeurde dat aan de buitenkant, uit het gezicht. En het zou nog jaren duren voor de media het zouden herkennen, aan hun boezem prangen en belachelijk maken. Hoe dan ook, ik heb het nog meegemaakt en het was fantastisch... elke dag was een feestdag, het leek wel voor me gemaakt, het heeft me even diepgaand beïnvloed als Elvis Presley. En ik wist dat ik naar New York moest, daar droomde ik al heel lang van.»

Dylan werkte een strategie uit. Hij speelde solo als zanger­gitarist in het koffiehuis annex pizzeria The Purple Onion. The Purple Onion lag aan de rand van de stad langs een grote snelweg en Bill Danialson was de eigenaar. Hij kon goed met Dylan opschieten en liet hem af en toe in de zaak overnachten. Het was een erg strenge winter in het Midwesten en Dylan was van plan in de club te blijven spelen tot het zou stoppen met sneeuwen, en dan naar het Oosten te liften. Daar kwam niets van in.

DYLAN « Op een goeie ochtend stond ik op en vertrok ik. Ik had er al zo lang aan lopen denken dat ik het goed beu was. Sneeuw of geen sneeuw: het was tijd dat ik vertrok. »

En Dylan liftte, traag maar zeker, naar New York.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven