Rik Poot

14588_Poot300.jpg
'Als ze een vrijwilliger nodig hebben om Dutroux zijn kop af te hakken, ben ik de geschikte man'

(Humo 3135, 3 oktober 2000)

Het erf, het woonhuis en het atelier van Rik Poot vormen een splendid isolation en een afgebakend stuk natuurbehoud op het grondgebied van Londerzeel; de beeldhouwer zegt dat hij alles eigenhandig verbouwd en gebouwd heeft, tot de duiventil toe. Hij is zesenzeventig, maar dat is hem niet aan te zien, ook al zegt hij dan dat hij het inmiddels met twee metalen knieën moet redden: 'Het kraakbeen van mijn kniegewrichten is weggesleten: dat heeft te maken met de aard van mijn werk: één en al gesleur, mijn hele leven lang. Door die metalen knieën heb ik altijd problemen bij de controle in luchthavens: die mannen willen me maar niet geloven (lachje).'

Ik kan me in ieder geval nog steeds voorstellen dat hij de sterke maker van vitale beelden is: onverwoestbare paarden, en welgeschapen vrouwen, die paardenkracht lijken te hebben.

Om het huis scharrelen kippen en ganzen rond, duiven vliegen af en aan, en in de vijvers, die hij zelf heeft aangelegd, zwemmen vissen, die zo nu en dan in de bek van een blauwe reiger verdwijnen. Als die verschrikt opvliegt, laat hij wel eens een streep derrie achter op de atelierramen. Poot heeft ooit gezegd dat dieren hem liever zijn dan mensen.

Laatst schreef hij een lezersbrief naar Humo, waaruit bleek dat 'Cloaca', het uitscheidingsproces van Wim Delvoye, en de bijbehorende media-aandacht niet onopgemerkt aan hem waren voorbijgegaan. Hij denkt er zo te horen al langer dan vandaag het zijne van.

RIK POOT « Als je niet in de media komt, verkoop je niet: dat is de ziekte van vandaag, en het is ook de dróóm van vandaag. Ik begrijp die droom niet. Toen ik twintig was, was the struggle for life onder artiesten even hard als nu, maar je was meer bezig met je stiel: ik heb bij een steenkapper leren beitelen en bij een smid leren smeden. Dat dééd je toen: het was de norm. En als je rond je veertigste je eerste tentoonstelling kreeg, mocht je al dik tevreden zijn. Ik stelde rond die leeftijd tentoon in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, en dat was uitzonderlijk. Nu zitten ze nog op de academie en ze willen al een tentoonstelling: dat klopt niet, het is geen organisch verloop.»

HUMO We moeten er, als we dan toch in deze tijd leven, wel rekening mee houden dat álles steeds sneller gaat.

POOT « Weet je wat het is? Onze tijd heeft geen kunst meer nodig. Brood en spelen, dát wel, dat hebben de mensen altijd nodig gehad. Maar we zien tegenwoordig niets anders meer. Kunst is hooguit nog iets dat de ministeries van Cultuur als een verplichting aanvoelen, een banier dat ze moéten ophouden, maar in werkelijkheid vraagt niemand er nog om. En de kunstenaar is al lang niet meer de dienaar van een gemeenschapsgevoel. Dat is allemaal wég. We hebben niets meer.»

 

Vreemde Hoet

HUMO Hebt u ooit de indruk gehad dat u als kunstenaar een gemeenschapsgevoel diende?

POOT « Neen, maar dat belet me niet om vrijwel dagelijks te piekeren over de vraag: 'Welk onderwerp spreekt de gemeenschap vandaag nog aan?' Eigenlijk is de miserie al begonnen met de renaissance, toen de kunstenaar zich als individu begon te manifesteren. De beeldhouwers die aan de middeleeuwse kathedralen werkten, ondertekenden hun werk niet. Ik moét mijn werk signeren, maar ik ben onmiddellijk bereid mijn individualisme in te ruilen voor de anonimiteit van de kathedraalbouwers, die in de eerste plaats formidabele vaklui waren. Bij die dertig, veertig beeldhouwers die aan zo'n kathedraal meewerkten, ontstond er een spontane hiërarchie - die beeldhouwers wisten wel wie de beste was, en ze accepteerden dat dié aan het hoofdportaal mocht werken.

» De hiërarchie bij kunstenaars van vandaag wordt bepaald door ellebogenwerk en management. Ik neem het Wim Delvoye niet kwalijk dat hij daarin meedraait. Kijk, van mij mogen ze doen wat ze willen, hoor, maar niet op staatskosten. Toen ik twintig was, was er een aankoopcommissie van de overheid: van iedere kunstenaar die een serieuze tentoonstelling achter de rug had, werd een werk aangekocht, ongeacht de strekking. Dat leek me billijk. Nu laat de overheid jonge kunstenaars per brief weten dat ze alleen in actualiserende kunst geïnteresseerd is, met andere woorden: in Jan Hoet en compagnie.»

HUMO En daar hebt u iets tegen?

POOT « Jan Hoet is gek. En pretentieus. In de rotonde van het Museum voor Schone Kunsten in Gent - dat is nu in het S.M.A.K. overgegaan - stond ooit een terracotta-hond van mij. Voor een boek moesten er foto's van dat beeld worden genomen. Toen ik daar Jan Hoet over wilde bellen, bleek hij telkens weer onbereikbaar. Ik reed met mijn zoon, die fotograaf is, dan maar op goed geluk naar Gent. Die hond bleek niet meer in de rotonde te staan. Na veel palaveren kreeg ik een suppoost zover dat hij mij naar de kelders van het museum bracht: daar vond ik mijn hond terug in twaalf stukken. Ik heb 'm dan maar meegenomen naar huis en 'm zo goed mogelijk gerepareerd. Over het werk van de kunstenaar José Vermeersch, die ook in terracotta werkte, heeft Hoet ooit gezegd: 'Het is net goed genoeg om omver te lopen.' Dat zegt toch genoeg over zijn mentaliteit? Hoet, de zogenaamde anarchist en avant-gardist en anti-bourgeois, heeft laatst een ridderorde aangenomen! Als hij ook maar één ogenblik consequent zou zijn dan had hij daar voor bedankt.

» Ik heb ervoor bedankt in de late jaren zestig. Drie weken nadat ik die brief van het Paleis had gekregen - ik liet 'm onbeantwoord - belde een of andere ambtenaar mij op: 'Waarom hebt u nog steeds niet geantwoord?' Ik zei: 'Omdat ik die ridderorde niet wil.' 'Wablief?' riep die man, 'weet u wel wie er samen met u is voorgedragen? Eddy Merckx!' - 'Een reden te meer,' heb ik toen geantwoord. Het werd stil aan de andere kant van de lijn en ik heb ingehaakt.

» Kijk, kunstkritiek is belangrijk - iedere kunstenaar hoopt dat hij goeie kritiek krijgt - maar die kritiek heeft ondertussen veel te veel macht gekregen. In sommige Amerikaanse musea hangen de foto's en meningen van kunstcritici tussen de kunstwerken in. Een kunstcriticus is, wat kunst betreft, toch niks? Hij máákt geen kunst, hij heeft hooguit een mening over kunst. Tegenwoordig maken die critici een kunstenaar, en je moet weten dat ze zich negen keer op tien schromelijk hebben vergist: waar zaten de kunstcritici ten tijde van Van Gogh? Wie is er toen voor die man opgekomen? Ze hebben hem doodeenvoudig niet gezien, laat staan dat ze hem erkenden

HUMO Jan Hoet staat niet als kunstcriticus bekend.

POOT « Hij hangt toch de grote kenner uit?»

HUMO Men lijkt dat in hedendaagse kunstkringen toch te aanvaarden.

POOT « Ach, voor de schijn. Ons ministerie van Cultuur dient ook alleen maar voor de schijn, want wat stelt onze minister van Cultuur eigenlijk voor? Dat is een post die je toevallig krijgt, en wellicht is het van alle ministerposten de laagste. Die mensen weten niks van kunst af, en doordat zij er niks van afweten, zijn figuren als Jan Hoet aan de macht kunnen komen. Maar hij is ongetwijfeld een mediafiguur: hij doet de mensen lachen, dat is zeker.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan