Parijs-Roubaix: Sterke verhalen uit de Hel

14589_roger465px.jpg

'Op één wiel, jazeker! En mijn been was juist afgezet. En nog tegen de grote Merckx, hè'

(Humo 2901 - 9 april 1996)

Parijs-Roubaix is de enige wielerwedstrijd waar het Noodlot de hele tijd mee aan de leiding rijdt. De Nederlander Hennie Kuiper kan er over meepraten. Tien jaar lang droomde hij van een overwinning. In 1983 leek het eindelijk te zullen lukken. De Hel lag er een beetje uitgeblust bij, omdat Monsieur Paris-Roubaix, viervoudig winnaar Roger De Vlaeminck, er voor het eerst niet bij was. Kuiper, van nature een aanvaller, rook zijn kans en ging er in het beruchte Bos van Wallers met elf anderen vandoor, onder wie de grote favorieten Moser, Duclos-Lasalle, Madiot en Ronan Demeyer.

Het regende. De kasseien waren glibberig. 'Eén voor één vielen mijn concurrenten - letterlijk - weg,' herinnert Kuiper zich. 'Na een ultieme tempoversnelling bleef ik alleen over. Ik voelde me beresterk en reed strijdlustig de laatste kasseistrook op. De weg naar de overwinning lag breed open.'

Maar op zes kilometer voor de finish, op de laatste stenen in het dorpje Hem, sloeg het Noodlot toe. Kuiper moest uitwijken voor een onvoorzichtige amateurfotograaf en reed pal in een diepe put. 'Mijn tube vloog wel dertig centimeter van de velg', zegt hij. 'Ook mijn achterrem was geblokkeerd. Ik gooide mijn fiets in de berm, stak mijn arm op en schreeuwde om de volgwagen van mijn ploegleider, Fred De Bruyne.'

De vluchter had een dikke minuut voorsprong op zijn dichtste achtervolgers, onder wie de Italiaanse pletwals Francesco Moser, die absoluut het record van Roger De Vlaeminck wou evenaren. Normaal was er genoeg tijd voor een fiets- of bandenwissel, ware het niet dat ploegleider De Bruyne helemaal buiten zichzelf geraakte van de zenuwen.

GILBERT CATTOIR (mecanicien) « Ik spurtte met een wiel naar Kuiper, maar zag dat het om meer dan een gewone bandbreuk ging. Ik wou terug naar de auto lopen om een reservefiets te halen. 'Hier dat wiel,' riep Fred De Bruyne. 'Neen Fred, dat heeft geen zin,' riep ik, maar Fred bleef maar aan het wiel rukken, tot ik het losliet. Terwijl ik terug naar de auto rende, probeerde hij het tevergeefs in de verwrongen voorvork te steken.»

HENNIE KUIPER « Zelf was ik niet in paniek maar wel heel nerveus. Ik wou koste wat kost die koers winnen. Olympisch kampioen, wereldkampioen: dat was ik al allemaal geweest, maar geen enkele triomf ging boven die in Parijs-Roubaix. Nooit zou ik nog zo'n kans krijgen.»

Fred De Bruyne wist zich geen raad meer. Hij keek om zich heen en zag een toeschouwer staan. 'Hier,' zei hij, en stopte het wiel in de handen van de man. 'Doe jij het?' Die man... was ik. Nooit eerder had ik een voorwiel van een racefiets in mijn handen gehad, laat staan gemonteerd. Mijn trui zat onder de modder.

Het enige wat ik kon stamelen was: 'Kalm aan, Fred. Niet zenuwachtig worden.'

Kuiper, met trillende benen, riep: 'Vergeet nou toch dat wiel en geef me die reservefiets, Fred!' In de verte doemden al motoren en achtervolgers op. Op dat moment kwam de mecanicien met een reservefiets aangelopen.

HENNIE KUIPER « Gilbert Cattoir heeft me toen schitterend op gang geduwd. Dat was ook nodig, want de fietsketting lag meteen op de grote molen. Ik heb mijn overwinning mee aan hem te danken.»

'Rijden, Fred!' riep Cattoir, en griste het wiel uit mijn handen. Met lege handen bleef ik achter. De modderspatten op mijn trui waren plotseling van historische waarde. Had ik het wiel van de winnaar niet in handen gehad? Had ik niet gezegd: 'Kalm aan, Fred'? Ik had meegeholpen om het absolute record van Roger De Vlaeminck veilig te stellen!

Hij mag me eeuwig dankbaar zijn.

 

Het geheim van Roger

Vier overwinningen, vier tweede plaatsen en één derde plaats hebben Roger De Vlaeminck in Frankrijk de bijnaam 'Monsieur Paris-Roubaix' opgeleverd. 'Ik kan u weinig vertellen over historische valpartijen of legendarische bandbreuken,' zegt hij. 'Ik had te veel klasse, mij overkwam zoiets niet. Tien keer heb ik Parijs-Roubaix zonder één bandbreuk beëindigd. Ik ben hoop en al drie keer lek gereden.'

Waarom bleef Roger De Vlaeminck van ongelukken gespaard?

'Omdat hij een getalenteerde veldrijder was,' menen insiders. 'Omdat hij goed kon sturen.' Of: 'Omdat hij veel geluk had.'

De Vlaeminck zelf houdt het bij: 'Omdat ik zo goed was.' Maar er is nog een ander, tot nu toe goed bewaard geheim.

GILBERT CATTOIR « Op de vooravond van Parijs-Roubaix wilde Roger De Vlaeminck altijd een hotelkamer voor zich alleen. Bovendien eiste hij dat zijn racefiets 's avonds naar zijn kamer werd gebracht.

» Dat was geen pretje. Als ik met die fiets langs de receptie van het hotel wou, vloog ik met mijn klikken en klakken buiten. Er zat niks anders op dan achterom te sluipen en over een braakliggend terrein, tussen metershoog gras, die fiets tot onder het raam van Rogers kamer te smokkelen en hem naar binnen te hijsen.

» Op zijn bed lag Roger dan naar die fiets te kijken. Soms verhoogde of verlaagde hij het zadel een millimeter, sleutelde links en rechts aan een schroefje, veranderde de positie nog een beetje, tot de perfecte stand voor de kasseien was bereikt. Maar de fiets mocht niet van de kamer. Neen, Roger was geen gewone

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven