
(Humo 1982, 31 augustus 1978)
Beste geachte,
Een tijd geleden vond ik een brief van Humo in mijn brievenbus. Ik heb mij een nieuwe brievenbus gekocht en mijn deur laten ontsmetten.
De postbode die de brief bestelde is intussen overleden.
Maar nu terzake. Guy Mortier, hij zelf, stelde voor dat ik een artikeltje over mezelf zou schrijven.
Ergens achter mijn schedel, waar ik nog een hele zak ongebruikte hersens heb, gaat er een lichtje op, dat zegt: 'Urbainske, die kans krijg je nooit meer.' Het risico zit er natuurlijk altijd in, dat héél mijn verhaal met één kwak zwarte gal van een listig humo-mannetje belachelijk gemaakt word.
Laat ze maar doen, zeg ik, al wat ze zeggen zijn ze toch zelf.
Een kleine vijf jaar geleden ben ik als een komeet de hoogte ingeschoten dank zij het feit dat mijn vader een lange arm had. Hij was namelijk vertegenwoordiger in prefabgevels. Hij had altijd zo een paar geveltjes mee in zijn valies.
Dat de platenfirma waar ik mijn eerste twee platen heb uitgebracht dikke oplichters zijn, is ook voor iedereen duidelijk.
Zo, we starten het epistel.
Hoofdstuk I: De ontknoping
Het heeft mij heel wat moeite gekost om in ons Vlaams artiestenwereldje binnen te dringen. Ik werd door al die knappe jongens uitsluitend op mijn muzikale onkwaliteiten beoordeeld, en wat ik te vertellen had was ook niet wereldschokkend. Toch kreeg ik met al mijn flauwe kul alle zalen zo plat als de wereld. De eerste gasten die in mij iets zagen waren Lamp en Lazerus. Zo ben ik dan bij Jan de Wilde beland. Bij Jan had ik prijs, hij is zowat de biechtvader van de Vlaamse kleinkunst. Iedereen komt bij hem uithuilen. Brave jongen, die Jan.
De laatste tijd ben ik nogal wat met Raymond van het Groenewoud op schok. Ik vind het altijd zo gezellig, wij miljonairs onder mekaar.
Als ik Raymond en zijn mannen zie optreden, dan voel ik me zo klein als een erwtje tussen de bollen van 't atomium. Ik heb hen trouwens gevraagd mij te begeleiden op mijn volgende plaat. Eind september beginnen we d'er aan. Jan de Wilde gaat ze prodjoesen. Het is altijd plezant de studio in te kruipen met gasten waar je je op het moment het best mee voelt.
Hoofdstuk II: De fans
Af en toe krijg ik wel eens een briefje, maar dat is dan meestal om een handtekening te vragen. Een meisje schreef me eens dat ze een groot idool van me was. Tijdens de optredens heb ik niet zoveel last van fans. Ze zijn wat geïntimideerd omdat mijn vrouw steeds bij mij is.
Ja, het is mij nog steeds een raadsel hoe ik getrouwd geraakt ben. Ik woonde reeds vier jaar samen met haar, azoo. Zij wou altijd alleen zijn en ik ook en omdat we beiden van hetzelfde gedacht waren, zijn we bij elkaar gaan hokken. Ik dacht dit leventje zo nog een tijdje vol te houden. Maar 's nachts als ik droom, babbel ik altijd luidop, 't schijnt dat ik alsmaar ja zeg. Ja, ja, ja, ja.
Waarschijnlijk heeft mijn bedgenote van de gelegenheid gebruik gemaakt om er gauw de burgemeester en een paar getuigen bij te halen.
Eén ding weet ik zeker: ik werd wakker met een trouwring rond mijn vinger.
Tijdens de grote vakantie ben ik wel gepest. Niet ver van mijn huis staat er een oud klooster, waar om de tien dagen een nieuwe lichting chiromeisjes komt kamperen. Hun eerste opdracht als ze van de bus stappen is: 'interviewtje met Urbanus'.
In het begin deed ik mee, maar als er om het half uur zo een horde giechelende puubsters aan je deur staat, dan schiet je wel eens uit je sloffen.
Hun knapste poging om binnen te raken was wel die avond toen ze op overlevingstocht waren. Ze vroegen of ze bij mij mochten overnachten, ze waren verloren gelopen.
Ik zou ze der wel ingelaten hebben en dan 's nachts om klokslag twaalf uur ze eens één voor één... met mijn roze mikrofoon!!
Maar ja, een mens mag geen misbruik maken.
Ik vind hier nog een briefje waar ik deugd van heb: 'Urbanus, ik ben een vurige fan van je, maar mijn moeder kan je niet uitstaan en om haar te kloten zet ik ie plaat nog wat harder.'
Hoofdstuk III: De optredens
Ik ga drastisch beginnen minder op te treden, en meer honorarium vragen, dan verdien ik evenveel maar heb ik meer verlof en daar moet ik geen belastingen op betalen. Slim, hé.
De optredens hier bij ons beginnen een sleur te worden. De kik is eraf. Ze roepen al bis voor ik begonnen ben. Daarom kijk ik reikhalzend uit naar Nederland, niet dat het daar zoveel beter is, maar daar moet ik nog vechten voor het succes.
Dat begint daar lekker te marsjeren bij d'hollanders. In oktober en december weer op tournee aldaar en volgend jaar een half jaar.
Men heeft mij onlangs tien miljoen geboden om in Carré op te treden, maar ik heb geweigerd, ik had die dag reeds een contract in de turnzaal van Bevekom.
Ja, van onze Belgische zaaltjes kan ik verhalen vertellen.
In de winter is er eens een mazoutkachel ontploft; plat in 't midden van een liedje. Al die ouwe mekens die zich gezellig rond het vuurtje geschaard hadden zagen er uit als miliciens die terug kwamen van maneuvers. Gelachen dat we toen gedaan hadden, vooral toen men vaststelde dat er nergens water of zeep te vinden was.
Ik heb ook meegemaakt dat het plafond naar beneden kwam. De baas was nog eventjes op de zolder stoelen gaan zoeken. Plots veranderde de zaal in een dichte witte stofwolk. Het was daar een gegier en geproest plat in het midden van een liedje.
Er bleef niet veel publiek over dat nog bruikbaar was. Nog niet zo lang geleden ergens in de Vlaanders liet iemand me optreden in zijn café. Zogezegd als publiciteit voor zijn zaak. 'd Er kon amper honderd man staan, laat staan zitten; maar meneer had toch rustig zo een driehonderd kaarten verkocht, aan honderd ballen de man. Toen ik uit de kleedkeuken kwam zag ik dat het podium verdwenen was. Het zag zwart van het volk. Ik stond daar tussen al die samengeperste mensen. Precies een geslaagde receptie. De rommel die ik had klaargezet, was gewoon tegen de muur geschoven. Toen ik tot mijn ontsteltenis vaststelde dat ik mijn guitaar niet eens horizontaal rond mijn lijf kon hangen, stelde ik voor dat iedereen zijn geld terug eiste, wat gebeurde. Toen het grootste deel terugbetaald was, ben ik door het venster gekropen en heb ik buiten op straat gespeeld. Het publiek had alle ruimte en het was op de koop toe nog gratis ook.
Die caféebaas schuimde, maar hij moet de mensen maar niet in 't zak zetten.
Op een keer in Booischot was de organisator het licht vergeten. Geen erg zei hij, ik heb hier nog ergens een straffe faar. Hij heeft me gans het optreden staan beschijnen met een diaprojectortje van zeven watt, met het gevolg dat ik die avond gespeeld heb met een wit vierkantje rond mijn neus.






























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook