
(Humo 1940 / 10 november 1977)
Zen-boogschieten of de kunst van het Ware Wachten
Pietje lag in zijn bed en zag er zo slecht uit dat ik hem bijna niet meer herkende. Zijn wangen waren ingevallen en zijn anders zo klare indringende ogen glommen van de koorts. Hij glimlachte flauwtjes en wuifde mijn paniekerige reactie weg met een zwak handgebaar. 'Het ergste is al voorbij,' mompelde hij, 'mijn uur is nog niet gekomen.'
Toen ik hem vroeg wat er gebeurd was, maakte hij een verlegen grimas en wees naar zijn ogen. 'Pietje wordt oud,' zuchtte hij, 'ik mag geen paddestoelen meer gaan trekken zonder bril.' Er volgde een pijnlijke stilte. 'Stel je voor dat ik gestorven was. Hoe had ik aan Stakke Wanne in de hemel moeten uitleggen dat ik een panteramaniet verward heb meteen grauwe knolzwam. Ik durfde mij Hierboven niet vertonen, uit pure schaamte.'
'Maar een panteramaniet is dodelijk! Moet ik geen dokter halen?'
Hij schudde het hoofd. 'Het was maar een klein stukje, en ik heb het nodige gedaan. Laat me nu wat rusten en eet vooral niet van die paddestoelenomelet op tafel.'
Ik begreep dat mijn artikel de mist inging, want Pietje leek mij allerminst in de stemming om nog veel over paddestoelen uit te weiden, hij had er duidelijk zijn buik van vol. Ik begon dan maar stil de tafel af te ruimen en het kacheltje met verse houtblokken op te stoken. Toen ik met de afwas klaar was, zag ik dat Pietje weer wakker was geworden en me teken deed om naast zijn bed te komen zitten. Hij voelde zich te onrustig om te slapen en vroeg of ik niet wat wilde voorlezen om zijn gedachten te verzetten. Tot mijn stomme verbazing diepte hij vanonder zijn kussen een kanjer van een boekwerk op, bij nader toezien het eerste deel van de Verzamelde Werken van Mao Tse-toeng, wat mij niet de ideale bedlectuur leek voor iemand die net een gevecht op leven en dood heeft geleverd met een panteramaniet. Maar goed, ik begon te lezen waar hij een papiertje gestoken had, middenin 'De Enquête in Hoenan over de Boerenbeweging', en toen ik enige bladzijden monotoon afgewerkt had, leek alles erop te wijzen dat Pietje in een diepe slaap verzonken was, zo leek het tenminste tot hij plots Stop! zei, zo luid en onverhoeds dat ik haast van mijn driepikkeltje sloeg. 'Herhaal eens wat je daar gelezen hebt!'
Ik verbeet mijn ergernis en geduldig hernam ik: 'Het zijn de boeren zelf die deze godenbeelden opgericht hebben, en de tijd zal komen dat ze die eigenhandig zullen afbreken; het is niet nodig dat anderen het voorbarig in hun plaats doen. De politiek van propaganda die de communisten hierin moeten volgen, is deze: De boog spannen en niet afschieten, juist maar het gebaar aanduiden.'
Het beeld van de boog leek Pietje om een of andere duistere reden te ontroeren. 'Zo is het,' fluisterde hij, 'Versta je wat Majo bedoelt?'
Ik vond het nogal potsierlijk met een koortsige oude man een discussie over Mao op touw te zetten. 'Hij bedoelt precies wat er staat,' antwoordde ik.
'Leg dat boek maar weg en geef me een beetje water,' zei Pietje, 'dan zal ik je wat vertellen.'
Het schot van Awa
'Zie je die boog daar tegen de wand?' (De prachtige bamboeboog van om en bij de twee meter intrigeerde mij al lang. Pietje deed er heel geheimzinnig over en had mij uitdrukkelijk verboden hem aan te raken of zelfs maar naar te wijzen. Op een keer had hij hem afgeschoten zonder pijl. De pees gaf een korte scherpe slag gevolgd door een diepe bromtoon die volgens Pietje boze geesten op de vlucht zou jagen.) 'Die boog kreeg ik van Meester Kenzo Awa toen ik in 1929 Japan verliet nadat ik vijf jaar zijn leerling was geweest. Heel toevallig. Op een avond had ik hem in de buurt van de Tokohu-universiteit uit de handen van een stel bandieten gehaald. Daardoor miste ik mijn schip, want ik had een paar lelijke messteken opgelopen. Uit dankbaarheid heeft hij me dan als eerste Europeaan ingewijd in de kunst van het Zen-boogschieten. Ik en nog een Duitse professer (1). Meester Awa had twee knappe dochters...'
Pietje bleef zwijgend in herinneringen verzonken, tot ik mijn ongeduld niet langer kon bedwingen en hem door nadrukkelijk kuchen weer van mijn aanwezigheid bewust maakte. Hij zag dat ik brandde van nieuwsgierigheid, maar het had geen zin er meer over te vertellen, vond hij, omdat ik hem toch niet zou geloven.
'Er zijn daar dingen gebeurd die ik met mijn eigen ogen gezien heb, en waar ik tot vandaag nog aan twijfel. Op een avond zaten we tegenover elkaar op een kussen. De Meester had thee gezet en we luisterden naar het zingen van het waterpotje op het kolenvuur. Plotseling stond hij op en nodigde me uit hem te volgen naar de schietstand, waar het al helledonker was. Hij stak geen licht aan, maar liet me voor de schijf een muskietenkaarsje in het zand steken, lang en dun als een breinaald. Een nietig lichtje dat bijna niet te zien was op de plaats waar hij stond, 60 meter van zijn doel, dat is van hier tot aan de IJzeren Weg! Toen 'danste' de Meester het ritueel, schoot zijn eerste pijl af, en aan de inslag hoorde ik dat hij de schijf had geraakt. Ook zijn tweede pijl trof doel. Toen ik licht ging maken bij de schijf, zag ik dat de eerste pijl in het midden van de roos zat, wat op zichzelf al ongelooflijk was. Maar dat was het strafste niet. Want zijn tweede pijl had het achtereind van de eerste versplinterd, zijn schacht een stuk opengereten, en hij zat pal ernaast in de schijf!'
Tot mijn grote ontzetting sprong Pietje in een wip uit zijn bed en vloog als een schicht van wit flanel naar de boog aan de wand. Voor ik van mijn schrik bekomen was, had hij een pijl opgelegd en in één vloeiende beweging de boog volledig ge spannen. Zo bleef hij roerloos staan, met de uitnodiging zijn spieren van armen en schouders te komen betasten. Ze waren los en soepel alsof hij de zware boog gespannen hield zonder enige kracht te gebruiken! 'Ik gebruik alleen de spieren van mijn twee handen..' legde Pietje uit, 'de rest blijft ontspannen. In het begin bracht ik er ook niks van terecht. Ik had de boog nog maar vast of mijn handen begonnen te bibberen en mijn adem draaide in de knoop. Het duurde weken en weken voor Meester Awa eindelijk wilde zeggen wat er haperde. 'Manneke,' zei hij, 'u zult het nooit leren zolang u niet goed ademt.'
(1) Na enig speurwerk zijn we erachter gekomen dat Pietje wellicht Eugen Herrigel bedoelt, die inderdaad rond die tijd leerling was van Kenzo Awa. Herrigel heeft zijn leertijd overigens beschreven in het boek 'Zen in de Kunst van het Boogschieten', in het Nederlands uitgegeven door Uitg. De Driehoek, Amsterdam.
































![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook