
Woensdag 22 juli, in het middagjournaal van VTM: 'In Kasterlee komen vier mensen om het leven bij een gezinsdrama. Een man heeft er zijn vrouw en twee kinderen gedood en heeft dan zelfmoord gepleegd. Over de motieven van de man is nog niets bekend'. De volgende dag is het drama voorpaginanieuws, en krijgen de slachtoffers een naam: Leo Goossens (49), verkoper van bakkerijovens, zijn vrouw Erna Eelen, (47), zijn kinderen An (24), airhostess bij Sabena en Bob (19), student en amateur-wielrenner. Ze zijn gedood met een long rifle. Nadien had Goossens met een mengeling van butaangas, aardgas en benzine van zijn huis een ware bom gemaakt. Vermoedelijk motief voor het drama: 'Omdat hij wegens inkomensverlies zijn luxeleven niet meer kon ophouden en uit zijn villa zou worden gezet omdat hij de huur niet meer kon betalen' (Het Laatste Nieuws). 'Psychische problemen. Hij kon niet verkroppen dat zijn huurhuis werd verkocht' (Gazet van Antwerpen).
'Niemand zal ooit weten wat de 49-jarige Leo Goossens dinsdagavond en woensdagochtend heeft bezield toen hij zijn vrouw, zijn zoon en zijn dochter om het leven bracht en vervolgens zelfmoord pleegde' (Het Volk).
Leo Goossens had deze commentaren voorzien.
Dinsdag 14 juli komt op de Humoredactie een telefoontje binnen van iemand die zegt dat hij priester is en zich voorstelt als tussenpersoon. De situatie: een familie van vier wenst niet langer te leven in een wereld vol bedrog en woordbreuk. De gezinsleden, alle vier volwassen personen, zijn vastbesloten er een eind aan te maken. Niemand kan hen ervan afbrengen; zelf heeft hij dat genoeg geprobeerd. En hoewel hij zelf nooit zoiets zou doen, kan hij begrip opbrengen voor hun standpunt.
Omdat na gezinsdrama's altijd weer geschreven wordt: 'Hoe is zoiets mogelijk?' zouden ze hun verhaal willen doen. Zijn we bereid ernaar te luisteren? Zijn we bereid te beloven geen politie of verplegers op de familie af te sturen? Zijn we bereid niets te publiceren vóór de zelfmoorden zijn gebeurd?
We vragen een dag bedenktijd. Als de man die zich pastoor Goossens noemt, maar achteraf bekeken waarschijnlijk Leo Goossens zelf was, opnieuw contact met ons opneemt, blijkt er haast bij te zijn. Een afspraak op woensdag, de dag na de Nationale Feestdag, kan niet: dan is het te laat.
Donderdag 16 juli. In de verwilderde tuin van de Boskant 29 in Lichtaart hangen twee bordjes met Te Koop. Aan weerskanten zijn er hakenkruisen op gespoten. 'Zeker het werk van mensen die minder geld voor hun huis hebben gekregen dan hen was voorgespiegeld,' zegt mevrouw Goossens. Leo Goossens zegt: 'Ik heb naar Humo gebeld om uit te leggen hoe ze iemand zover kunnen drijven dat zoiets gebeurt.'
Dit is het verhaal van Leo en Erna Goossens, hun verhaal, verteld tussen drie en zeven uur 's middags op donderdag 16 juli, vijf dagen vóór hun dood.
LEO GOOSSENS « We zijn in 1971 getrouwd en in 1973 is mijn vrouw een kinderboetiek begonnen. Het enige nadeel aan de zaak was dat de woonruimte achter de winkel nogal klein was. Op een bepaald moment besloten we een stuk grond te kopen aan de Retiebaan in Kasterlee, en de winkel over te laten. In de koopclausule lieten we opnemen dat mijn vrouw de zaak nog twee jaar zou verderzetten en dat we zolang in het huis mochten blijven wonen, zodat wij ondertussen een nieuw huis konden bouwen.
In Kasterlee-Corsendonk, zo'n beetje achterin, had ik een klein kasteeltje gezien, en dat stond ons geweldig aan: een totaal andere architectuur, een beetje Hollands, een beetje Duits, een beetje van hier; alles harmonisch door elkaar. Wij vonden dat gewoon prachtig. Zoiets moest ons nieuwe huis worden, en onze grond leende er zich toe: dertig meter breed, honderd èn meters diep, perfect. Geen goedkope woning, maar omdat we al die jaren allebei zo goed hadden gewerkt en zo klein behuisd waren geweest, wilden we wat meer plaats.
We vragen de mensen van het kasteeltje wie de architect is: dat is ene meneer D., en ze geven ons zijn kaartje mee. Ik bel hem op, krijg een ander nummer en we spreken af. Zodra die man binnenkomt vragen wij ons af: is dat die architect die zulke mooie woningen bouwt? Dit was een schooier: sigaret in de mond, stinkend naar de alcohol, autoritair. Ik vraag hem: 'Bent u meneer D?' 'Nee', zei hij, 'ik ben architect R. Ik heb op het kantoor van meneer D. gewerkt, en ik heb hem opgevolgd toen hij enkele jaren geleden overleed'.
Tja, omdat wij dat huis zo graag hadden, hebben we die R. getolereerd. Hij of een van zijn medewerkers heeft een schets op een blad gezet om ons een idee te geven, maar precisietekeningen waren het bijlange niet.
Op een bepaald moment zegt hij: 'In de garage moet een dubbele schouw komen'. Nu waren wij bereid aan dat gebouw veel geld uit te geven, maar we hadden toch afgesproken elkaar onder de tafel aan te stoten als hij zou beginnen te overdrijven. Er was al een schouw voor de verwarming voorzien en een schouw voor de open haard, maar een dubbele schouw? 'Die dient om zuurstof van boven naar beneden aan te voeren, zodanig dat de brander voldoende lucht krijgt.' Ik zeg: 'Er zijn toch andere manieren om genoeg zuurstof bij die brander te krijgen. Een tweede schouw, dat heb ik niet graag.' Ja, en toch zal het moeten.
Ik bel naar het Wetenschappelijk Technisch Bureel voor de Bouw in Brussel, en leg de zaak voor. Voor een ziekenhuis of een groot appartementsgebouw ja, maar niet nodig voor een gezinswoning, zeggen ze daar, en ze sturen mij documenten op die ik aan R. voorleg. Hij leest dat maar half, en hij wordt heel kwaad: 'Ik ben de architect, ik ben de baas, dat wordt hier gedaan zoals ik het zeg!' Hij steekt zijn papieren weg en aan de deur van de winkel roept hij nog: 'Godverdomme, wat denken jullie wel, ik zal de rekening wel sturen'. Hij gebruikte nog andere termen, maar die zijn niet geschikt voor Humo.
Daar stonden we. Ik moet eerlijk toegeven: ik had den didder. Ik had wel verwacht dat hij van zijn oren ging maken, maar dat hij het ging afbollen had ik in de verste verte niet vermoed. Wij zeggen tegen elkaar: 'Over een aantal dagen belt hij wel en biedt zijn excuses aan', maar enkele weken later krijgen we een rekening van rond de driehonderdduizend frank in de bus. Wij konden daar niet mee lachen, maar we waren ook niet van plan om dat te betalen.
Een beetje later komt dezelfde rekening, dit keer met intrest en geschreven op briefpapier van een advocatenkantoor. Wij dus ook naar een advocaat. Ik herinner me niet precies hoe dikwijls de zaak is voorgekomen, maar er kwam altijd wel iéts tussen. Negen jaar hebben ze ons zo aan het lijntje gehouden, en altijd kwamen er maar intersten bij, en de minste brief van onze advocaat kostte ons 10.000 frank hé. Negen jaar heeft dat aangesleept, ik heb nooit geweten dat zoiets kon.
Tenslotte zijn we naar de voorzitter van de Orde van Architecten in Wilrijk gegaan. Hij stelde voor dat wij vijfduizend frank zouden betalen, en als architect R. hetzelfde deed, zouden ze een Arbitragehof bijeenroepen. De uitspraak van dat hof was bindend voor beide partijen en beroep ertegen was niet mogelijk.
Wij hebben onmiddellijk gezegd: hier is vijfduizend frank, laat maar komen. Ze hebben architect R. aangeschreven, en die liet weten dat hij de zaak wel zou regelen via zijn advocaat en de advocaat van de tegenpartij. Niks aan te doen, want de Orde kan hem alleen maar vragen, niet verplichten. Ik heb dan naar R. gebeld, misschien een beetje kwaad. Ik maak soms wel wat lawaai. Een beetje later word ik bij de rijkswacht van Turnhout ontboden, en ondervraagd over de bedreigingen die ik zou hebben geuit. Ondertussen was de rekening van R. opgelopen tot vierhonderd- of vijfhonderduizend frank.»
ERNA « Zeshonderdduizend frank.»
LEO « 'En daar komt nog eens driehonderdduizend frank bij', zegt die rijkswachter, 'want hij heeft een infrarood-installatie laten plaatsen. Dus eist hij van jullie nu negenhonderdduizend frank'.
























![Door het ijs! [videospecial]](http://img.humo.be/q100/w145/h82/http://img.youtube.com/vi/4LpIGU2lWqc/0.jpg)
![Door het ijs! [videospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_219/219584.jpg)







0 reacties
reageer ookReageer ook