
(Humo 2003/ 25 januari 1979)
Met pijl en boog op sluipjacht
'Eerst en vooral hartelijk dank aan alle mensen die een kaartje of een brief gestuurd hebben voor mijn 80ste verjaardag. Van Humo heb ik dit bandopnemertje cadeau gekregen, da's gemakkelijk, dan moeten ze zelf niet meer afkomen, de luiaards. (Scherp sissend geluid van verdampend water) Hoe! Zo heet! Millidjoe! (Zwaar, hortend ademhalen en hoesten)
Ik zit hier helemaal bloot in mijn zweethut, dat is een koepeltje van gebogen takken bedekt met schors, grond en grasrossen. In het midden is een lage put met ronde stenen, roodgloeiend gestookt in het vuur buiten, en daar gooi ik water op. (Diepe zucht) Het is hier binnen niet te doen van de stoom, het zweet stroelt zo van mijn lijf. Alle vuiligheid moet eruit, want dat is het eerste wat een jager te doen staat voor hij op jacht gaat: zich zuiveren, van binnen en van buiten, elke porie uitkuisen. Anders stink je uren in de wind en al het wild gaat op de loop. Mijn darmen heb ik laten leeglopen door twee dagen lang te vasten op een regime van droge pruimen en belegen olijfolie. Ik rook al dagen geen tabak meer en hou me ver van kampvuren en auto's, want de reebok die ik ga neerleggen zou me nogal zien komen, die heeft geen stopverf in zijn neus. Best nog wat saliebladeren op de stenen gooien, en voor ik vertrek mijn kleren inwrijven met salie en varens.
Want reeën ruiken fenomenaal. Je moet ze altijd met tegenwind besluipen, en een fijn draadje aan je boog binden om te zien of de wind niet gekeerd is, want als ze één molecule van Pietje in hun neus gewaaid krijgen weten ze hoe laat het is. En al zijn ze kleurenblind, alles wat beweegt hebben ze gezien. Draai je kop om en een halve kilometer verder hebben ze het in 't snot. Vooral domme koppen die vanachter bomen komen loeren zien ze direkt, het is veel beter vóór een boom muisstil te staan, door je camouflage onzichtbaar tegen de omgeving. Zonder camouflage kom je er niet omtrent. Groenbruine kleren, zwarte vegen over je gezicht, en vooral boog en handen niet vergeten. Ik trek over mijn boog boven en onder twee hoezen die ik uit een oude camouflagevest genaaid heb. (Sissende stoom) Ho-ho-ho! (Een tijdlang niets dan krampachtig ademhalen op het bandje)
Vroeger droeg ik camouflagevesten op sluipjacht, maar die stof is te link: als je ermee tegen takjes en twijgjes schuurt maakt het een catastrofaal geluid dat de reeën direkt met de mens verbinden. Wol is beter en donzige wol het best van al, omdat het klinkt als een beest dat tegen takken wrijft, en dat horen ze duizend keer per dag. Sommige jagers denken dat de kunst erin bestaat te sluipen zonder het minste geluid te maken, maar dat is juist heel verdacht, want de enige beesten die geruisloos naderen zijn roofdieren op jacht, of prooidieren die er stil vanonder muizen bij gevaar. Als je het wild door een krakend takje verschrikt hebt, maak je dan bekend als een ongevaarlijk beestje en maak de zaak niet nog verdachter door de doofstomme uit te hangen. Als je een twijgje doet kraken kan je hen geruststellen door een reekalfje na te bootsen, dan denken ze: Ho, 't is ons Joske of ons Lowietje maar die volgt wel.
Een paar jaar terug had ik een looppaadje van reeën naar een graasplek gevolgd, in de late namiddag want het begon al te schemeren. Opeens stonden ze voor mijn neus, te ver om een scheut te wagen, en ik kon ook niet ongezien naderen want het was een open veld vol lage struikjes die knakten bij iedere stap. Ik heb mij dan simpelweg op handen en voeten gezet en ben traag dichterbij gekropen, nu en dan gestopt en gras afgetrokken precies of ik was ook een grazende ree. Ze namen niet eens de moeite om me goed te bekijken, en na een tijdje was ik dicht genoeg om een prachtig schot te plaatsen!
Geluiden kan je dus in je eigen voordeel gebruiken, als je maar weet aan welke geluiden het wild gewend is. Een schuwe reebok die naast een netjes onderhouden golfterrein huisde heb ik eens, na veel vruchteloos geluip en veel vijven en zessen, succesrijk benaderd achter een ronkende grasmachine, mijn zweethut mag op mijn kop vallen als het niet waar is! (Geluid van sissende waterdamp) Hoho! Dat doet goed! (Al lijkt het stampende gehijg op het bandje eerder op het tegendeel te wijzen) Ik dacht dat ik erin ging blijven. 't Is hier nu zeker wel honderd graden als 't niet meer is.
Vooral als je het wild vanuit een verdoken schuilplaats opwacht, kan je het door geluiden aanlokken. Probeer het maar eens. Krab zachtjes met een stokje over de grond en tel dan de konijntjes eens die nieuwsgierig komen kijken (als er zitten natuurlijk). Doe het hoog geschreeuw eens na van een gewonde muis en je zal merken dat er evenveel dieren een kijkje komen nemen als er nieuwsgierige mensen stoppen voor een ongeluk op straat, ook dieren die geen muizen eten en er dus in feite niks te maken hebben.
Zachte geluiden die ze niet kunnen thuisbrengen maken de reeën nieuwsgierig. Zo heeft een tikkende horloge onder een hoop dennenaalden al snuffelende reeën voor mijn boog gebracht. In de bronsttijd trek je volk door twee geweien tegen elkaar te slaan, en goedkoop succes is altijd verzekerd door blazend op een beukeblad het fiepen van een bronstige geit na te bootsen, het dun en wat klagend fluittoontje waarmee ze bokken lokt. Of als je echt vulgair wil doen: de 'springfiep' van een geile geit die al door een bok achtervolgd wordt. Daar komt altijd wel een oude jaloerse bok op af die orde op zaken wil stellen. Of het herhaald gerekt geblaf waarmee de reebok zijn gebied afbakent: 'Bàubàu-bàu-bàu...!' (De volgende tien minuten band zijn gevuld met dit soort kreten, passage die wij in het belang van de lezer aanzienlijk ingekort hebben. Na een uitvoerige behandeling van reegeluiden begint Pietje aan een eindeloze reeks vogelgeluiden waarmee de jager een door een krakende twijg opgeschrikte ree weer kan geruststellen. Op het bandje hoor je duidelijk allerlei vogels buiten de zweethut antwoorden op Pietjes litanie.) 'Pietpietpiettjie ietjs, da's een blauwborst, en nu een fitis: stj tsji stji stji tsjoeie didididideli tja tja, terwijl een fluiter: wit wiiet wiet djuu djuu tjiep tjiep tjiep tjiep stiiiiiirrrrr! (Sissend water op de hete stenen) Hoe-hoe! Hoe-hoe! Hoe-hoe! Amaai!

































![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook