Humo sprak met Jan Wolkers (74)

14672_janwolkers1gieknaeps.jpg
'Ik geloof niet in god, dat wil ik hem niet aandoen'

(Humo 3103, 22 februari 2000)

Nog voor de auto goed en wel de oprit van zijn huis op Texel ingereden is, staat Jan Wolkers al bij de voordeur klaar met een hartelijke begroeting

'Goed geslapen? Het is rustig hier, hé.'

Zo rustig dat in januari alle hotels op Texel (spreek uit: Tessel) gesloten zijn. Wolkers reageert verschrikt.

'U bent toch niet in Den Helder blijven slapen? Verschrikkelijke plaats is dat. Ik zou er onmiddellijk zelfmoord plegen.'

Een helikopter vliegt over de kustlijn van het eiland.

'De arbeiders van de booreilanden op de Noordzee worden per helikopter aangevlogen naar Den Helder. Die mannen gaan er vréselijk tekeer. Veel meisjes zijn heroïneverslaafd. Er zijn ook veel seropositieven. U heeft daar toch geen meisje genomen?'

Nee, genomen hebben wij alleen maar de autoweg en een kop koffie op de veerboot. Wolkers lacht uitbundig.

'Verstandige jongens, hé Karina', zegt hij tegen zijn vrouw, die erbij is komen staan.

Tien jaar geleden waren we hier voor het laatst te gast, maar behalve afbladderende verf aan het houtwerk is er op het landgoed Pomona nauwelijks iets veranderd. De woonruimte staat nog altijd vol met negende-eeuws Chinees porselein, Romeins en Syrisch glas van 2000 jaar oud en primitieve maskers uit zwart Afrika. Karina heeft nog steeds de allures van een diva en ook op de schrijver - hoewel bijna driekwarteeuw oud - lijkt de tijd maar weinig vat te hebben. Nu ja, schrijver. Toen Jan Wolkers in 1961 debuteerde met 'Serpentina's Petticoat' was hij in de eerste plaats een beeldhouwer die een eerste roman had geschreven. Het was wél meteen bingo. Meer nog: de meeste boeken van Wolkers - 'Turks Fruit', 'Kort Amerikaans', 'Brandende liefde', 'Een roos van vlees', 'Terug naar Oegstgeest', 'De junival', 'Gifsla', 'De doodshoofdvlinder' - werden bestsellers. En de verkoopcijfers waren recht evenredig met de commotie die zijn oeuvre veroorzaakte.

Zoveel is zeker: zonder Wolkers zouden de Lage Landen er ànders uitzien, ook al omdat een dozijn monumentale werken in glas en staal het Nederlandse landschap opfleuren. Kortom, Jan Wolkers heeft de gezegende leeftijd en die zeldzame klasse om het alfabet van het leven uit te leggen, zoals hij dat in het weekend trouwens doet aan zijn twee-eiige tweeling Bob en Tom, 19 jaar, die in de week op kot zitten in Tilburg, waar ze kunst en rock studeren en naar Ketnet kijken.

Op de vensterbank van Huize Pomona staan flessen wijn: Meursault en Fleury. Karina serveert broodjes met 'een soort ganzenleverachtige worst', zoals Wolkers uitlegt, en met 'oude Texelse schapenkaas, die het best tot zijn recht komt met mosterd erbij'.

JAN WOLKERS « Mooi uitzicht hebben we hier, hé. Moet je die stukken glas op die palen eens zien! Dat glas komt uit Hongarije, het wordt daar nog op een vrij primitieve manier gemaakt. In feite zijn het slakken, zoals je ook sintels hebt bij kolen. In de smelterij hakken ze die eruit. Zo heb ik een hele lading gekocht. Voor mijn kunstwerken en voor mijn tuin. Mooie stukken, hé.»

HUMO U bent zelf naar Hongarije geweest?

WOLKERS « Nee, nee. Waar ben ik geweest? Ik heb niet zoveel gereisd, niet zoveel als je zou denken. Ik heb wel een prachtige reis in Egypte gehad. Die hele vallei der koningen hebben we gedaan; we zijn op plaatsen geweest waar je nu niet meer mag komen. Ken je die muurschildering van het stervende vosje... (haalt een boek met tekeningen uit Egyptische graftomben) Kijk naar die angst in de ogen van dat stervende beestje. Hoe aangrijpend is dit! Een meesterwerk. Daar was zo'n Amerikaanse vrouw die met d'r tas zwaaide en bijna een kras maakte... Dat zou maar eens moeten gebeuren in het Rijksmuseum bij 'De Nachtwacht'. Krankzinnig toch. Nu is dat niet meer, hoor, maar toen gingen ze daar behoorlijk slordig met hun kunstschatten om.

» Wij waren daar met een groep, want in je eentje kan je er niets doen. Dan word je overrompeld door allerlei aardige Egyptenaren die je ergens heen willen brengen. Als je alleen als man bent, word je naar hun zuster gevoerd en zo... Maar vriendelijke mensen, hoor. Wat zeiden ze ook alweer over mij, Karina?»

KARINA « Wat een aardige man.»

WOLKERS « Dat zeiden ze, ja: 'Een aardige man'. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ik die mensen bekijk als mens. Veel toeristen bekijken die mensen alsof ze iets zijn wat niet aan hen verwant is. Vreemd. Het neigt naar rassenhaat.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven