© BRT
Humo 3015, 16 juni 1998
"'Wat ik geleerd heb in dit leven? Weinig of niets'"
Het is alsof ik Jenny Tanghe (72) altijd heb gekend. Mijn generatie raakt vertederd bij de herinnering aan de heimat-serie 'Wij heren van Zichem', want zwart-wit gaf in die tijd kleur aan de meest fletse zondagavond en, ach, we waren nog zorgeloze kindertjes toen, en nu zijn we meneren en mevrouwen mèt kindertjes en meer hoofdbrekens dan ons zielement zonder medicatie aankan. Wisten wij veel ten tijde van 'Wij heren van Zichem', een serie waarvan we nu denken dat ze onvergetelijk was. Jenny Tanghe zette er de krachtdadige non Moeder Cent in neer, een rol die haar op levenslange roem in Vlaanderen kwam te staan.
Later, veel later, raakte ik op een dwaalspoor dat naar de performing arts leidde, en op een keer speelde ik samen met Jenny Tanghe in een instructiefilmpje voor bankemployés. Het moest iets komisch worden, teneinde die flappentellers de illusie te geven dat er hoe dan ook te lachen viel tijdens hun werkuren. Waarom dat filmpje zich in een maffioos milieu afspeelde, kon ik niet bevroeden, tenzij onze opdrachtgever, een grote bankinstelling, door middel van een instructiefilmpje aan outing wilde doen, maar dat zou me verbazen. Jenny - zo mag ik haar sindsdien noemen - speelde een bikkelharde gangster-mamma, en ik en nog twee andere acteurtjes waren haar sidderende zonen. De actrice weet nog dat we toen haast niet meer bijkwamen van het lachen. 's Avonds brak de Heizel-tragedie los, herinner ik mij op mijn beurt.Tweeënzeventig is ze nu, en nog steeds aan het werk: ze heeft een rolletje gespeeld in de Amerikaanse productie 'A dog of Flanders' die hier werd opgenomen; ze doet reclamespotjes, en zoetjesaan begint ze zich voor te bereiden op een rol in het mij onbekende Leuvens Amusementstheater. Ondertussen kun je haar ook op de televisie zien: zo nu en dan als de moeder van DDT in de herhalingen van 'FC De Kampioenen' en ook als Bertha Bal in 'Hotel Hotel', een serie die óók wordt herhaald: daar moet een meesterplan achterzitten.
De actrice gelast haar man Antoine twee whisky's in te schenken. 'Maak er maar drie van,' zegt hij. En we beginnen eraan.
HUMO Acteer je nog graag?
JENNY TANGHE
« Nog steeds. En met hetzelfde enthousiasme als in mijn beginjaren. Als ik het kon overdoen, werd ik ongetwijfeld opnieuw actrice. Ja, ik ben ouder geworden, en ik relativeer meer. Maar gesatureerd ben ik niet. Al zou ik niet meer in series willen staan, want dat soort werk moet tegenwoordig veel te snel gaan. Niet dat ik màànden nodig heb om een rol voor te bereiden, maar in een vloek en een zucht een personage creëren kan ik niet. Of beter: het kàn volgens mij niet, tout court. Neem nu FC De Kampioenen: vroeger hadden we per aflevering drie dagen repetitie, nu één. Bevel van hogerhand, niet van de ploeg van FC De Kampioenen zelf. Voor niets neemt men nog de tijd. Waar moet dat heen? Weet jij het? Het mag ons toch niet meer verwonderen dat er zoveel slechts op de televisie te zien is, hè? Jan Decleir zou zich misschien nog net kunnen permitteren te zeggen: 'Dat doe ik niet op twee dagen.' Maar waarom hij wel en wij niet? Vrijheid hebben we ook al niet meer: probeer maar eens voor je mening uit te komen in de televisiewereld.» En wat hebben 'Familie' en 'Wat nu weer!?' eigenlijk te betekenen? Niets toch? Maar als je dat zègt, ben je meteen persona non grata. Stel dat ik in het openbaar zeg dat ik 'Thuis' barslecht vind - dat vind ik niet, hoor, maar stèl - wel, dan durf ik te wedden dat de VRT mij gedurende een hele tijd niets meer zal aanbieden. Je wordt gestraft. Ik bèn al gestraft, omdat ik gezegd had dat er tweeëntachtig regisseurs voor de openbare omroep werken en dat er maar twee van deugen.
» Kijk, zoals je mij ziét, hèb je mij. Dat is mijn karakter. Maar dat karakter kant zich niet altijd tegen nieuwe gewoontes hoor. Een seizoen of vier geleden speelde ik in 'De drie zusters' in de KNS. Ik merkte dat die jonge actrices al op de eerste repetitie hun tekst uit het hoofd kenden. 'Vooruit, Tanghe,' dacht ik, en toen heb ik in één nacht mijn tekst van buiten geleerd. Ik was toen achtenzestig, maar toch dacht ik: 'Ik moet me aanpassen.' Regel één van de survivors. Bovendien heb ik nog steeds veel ambitie, ondanks zo nu en dan een kwaaltje: ik heb een beetje artrose in mijn knieën; als ik pijn heb wrijf ik er een beetje olie aan en ik neem een aspirientje. En opnieuw erop en erover. Geen geleuter, geen tijdverlies. Ach ja, ik ben ook wel eens down, maar als dat een beetje te lang duurt, ga ik naar de shiatsu, Japanse acupressuur, en het komt allemaal weer in orde.»

Geen smaak meer
HUMO Maar goed, series wil je niet meer doen.
TANGHE « Neen, tenzij het scenario en de regisseur zéér goed zouden zijn. In 'Hotel Hotel' kwam de regisseur mij zeggen hoe ik moet spelen: 'Zou je het niet een beetje à la Moeder Cent kunnen doen?' 'Ja, hoor,' heb ik toen geantwoord, 'maar ik vertik het.' Ik hou van geestig, maar ik heb een hekel aan mensen die nadrukkelijk de komiek uithangen: ik beweer niet dat Geert Hoste niets kan, maar voortdurend zie ik hem nodeloze bekken trekken en denken: 'Zie mij eens komisch zijn.' En als Mister Bean zijn spasmen zou laten, zou ik hem ook veel beter vinden. Nu moet ik na afloop twee aspirientjes nemen.
» Ach, de mensen hebben geen smaak meer, hè. Of beter: hun smaak is verpest door wat ze doorlopend op de televisie te zien krijgen. Laatst ben ik in Antwerpen naar theater Frappant gaan kijken, een amateurgezelschap nota bene. Ze speelden twee eenakters van Harold Pinter. Ik hield er eerlijk gezegd mijn hart voor vast - Pinter is geen klein bier, hè - maar het werd een suc-cu-len-te voorstelling. En voor een keer niét in het Algemeen Beschaafd Antwaarps. Tussen twee haakjes: krijgen acteurs nog spraakles? En zo ja, waarvoor moet die nog dienen? Het taaltje dat we in populaire series moeten spreken, bestààt niet eens. Wel, wat kreeg ik na die prachtige voorstelling van Frappant te horen? Hou je vast: 'Ik zie liever het Echt Antwaarps Theater' In mijn tijd in het Mechels Miniatuur Theater ging het al van: 'Is het volgende stuk om te lachen? Neen? Dan komen we niet.' Dat was dertig jaar geleden nog anders, denk ik. Mensen gingen naar het theater, want dat hoorde bij hun culturele leven. Of het stuk om te lachen was of niet, deed er niet toe. Theater was een doel op zich.»
HUMO Je was nog maar zestien of je besluit stond al vast: je zou actrice worden.
TANGHE
« Toen ik zestien was, wàs ik al een soortement actrice. Mijn besluit stond al op mijn twaalfde vast. In '42 werkte ik in het café-chantant, aan de Voormuide in Gent, een volksbuurt: het café heette De Jazzband. Samen met een vriendin vormde ik er een transformatie-duettistenpaar. Ken je dàt woord, jij die toch veel woorden kent?»HUMO Neen, al kan ik me er wel iets bij voorstellen.
TANGHE
« We speelden sketchen, zongen liedjes -'Dag schatteboutje, dag', het hele Jack Bulterman-en-The-Ramblers-repertoire, en de transformatie bestond erin dat ik nu eens een keukenmeid was, dan weer een chique madame en - naarmate de bevrijding naderde - ook wel eens een Amerikaans soldaat. Ik heb er ook leren tapdansen. Maar làng daarvoor moet ik hier en daar al toneeltjes hebben opgevoerd: laatst kwam ik een vrouw tegen die mij wist te vertellen dat we nog samen toneel hadden gespeeld aan de dokken; haar ouders waren ook schippers.» Toen ik zeventien was, kreeg ik een rolletje in de Minard, omdat ik Oostends kon spreken - mijn ouders waren Oostendenaren. En ik was vertrokken. En ik ben als actrice bijna nooit werkeloos geweest.»
HUMO Ik wist niet dat je een schipperskind was.
TANGHE
« Oorspronkelijk werkte mijn vader bij de spoorwegen - hij breidde bagagenetten - maar daar werd hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog om weet ik wat voor reden ontslagen. We woonden toen in Manage nabij Binche, waar ik overigens ook geboren ben. Ik ben dus een Waalse, maar dat is mijn schuld niet (lacht).» Op een bepaald moment kocht mijn vader een houten schip van een schipper die aan gokken en drank verslaafd was, en we zijn beginnen varen, hè. 't Was een zeer mooi schip: de kajuit in het midden was in pure acajou uitgevoerd. Mijn kindertijd heb ik dus op schipperscholen doorgebracht: in elke losplaats zat ik op een andere school, tot het schip gelost en geladen was, en ik vond dat verre van onaangenaam. Er was toen nog geen haast bij: niemand zei toen: 'Ik ga nu snel dit of dàt doen.' Ik ben er nogal zeker van dat de tijden toen aangenamer waren. Ik kijk niet meer naar het journaal: ik heb mijn portie bloed, zweet en tranen wel gehad, denk ik. De ouderdom maakt je een beetje weker, hè. Een beetje sensibeler ook. Dat ik aan al die wantoestanden niets kan doen, ben ik steeds ondraaglijker gaan vinden. Landen die nood hebben aan elementaire dingen als water of medicamenten ... Wat moet ik eraan doen? Er naartoe trekken met een kist antibiotica, om het gestel van die mensen nog wat meer te ondergraven? Ik, die altijd zeg: 'In mijn lijf geen antibiotica'?»


































1 reactie
reageer ooksander
Dinsdag 7 april 2009 - 18u49
Ze was te goed!
Reageer ook