Fons Brydenbach overleden

, door (ja)

17536_BREYDENBACH-186.jpg
© Marco Mertens

De beste 400-meterloper van België: Fons Brydenbach (52) vecht tegen kanker

Uit: Humo 3568, 20 januari 2009

''Zelfs de sterkste eik kun je vellen''

'Op dit moment ben ik een gelukkig man: ik kan nog komen werken,' zegt Fons Brydenbach. We zitten in zijn kantoor op de witgesneeuwde campus van Janssen Pharmaceutica in Beerse. 'Maar ik heb slecht nieuws gekregen. Héél slecht nieuws. En daar probeer ik nu zo lang mogelijk mee te leven.'

Fons Brydenbach (52) is de beste 400-meterloper die dit land heeft voortgebracht. Een zondagskind, een flyer voor wie het allemaal vanzelf leek te gaan, maar ook: een toptalent met alle nukken en grillen van dien. Een dwarse Kempense kop op het lichaam van een Griekse halfgod. Twee keer liep hij een Olympische finale, twee keer strandde hij op een zucht van het podium: in Montreal ('76) werd hij vierde, in Moskou ('80) vijfde. Telkens waren er verzachtende omstandigheden.

Drie jaar geleden werd blaaskanker vastgesteld in dat imposante lichaam van hem. Een spoedoperatie volgde, jaren van herstel, maar tien maanden geleden vernam hij dat de kanker bij de ingreep toch niet helemaal was weggenomen. Er was een residu op de darm achtergebleven, en het was kwaadaardig. Sindsdien is alles relatief.

Fons Brydenbach «Het begon ermee dat ik bloed plaste. Mijn eerste reactie was: ik heb last van mijn nierstenen - ik ben nogal een struise mens. Maar op het internet vond ik dat bloed plassen normaal gepaard gaat met grote pijn, en ik voelde geen centje pijn. Niks. Alleen maar bloed in mijn urine. Dan heb ik toch maar een dokter opgezocht, die een soort vernauwing vaststelde: een versteende poliep, dacht hij. Niks om me zorgen over te maken: 'Dat halen we eruit in de dagkliniek.' Na de operatie moest ik wel een dag nablijven, maar dat was 'uit voorzorg'. Ook in het ziekenhuis drukten ze me op het hart me geen zorgen te maken.

»Enkele weken later ga ik de resultaten bij de dokter ophalen, in zeven haasten, tussen twee boodschappen door. En hij zegt: 'Ga even zitten, meneer Brydenbach, ik heb géén goed nieuws voor u.' Terwijl hij spreekt, voel ik mezelf kleiner worden: 1 meter 86, 1 meter 40, minder dan een meter - op het einde van zijn verhaal was ik nog twintig centimeter groot.

»Nog diezelfde dag hebben we een afspraak voor een nieuwe operatie gemaakt, in de hoop er op tijd bij te zijn. Op zo'n moment besef je nog niet wat het betekent: een zware operatie en revalidatie ondergaan. Maar je spartelt erdoor, zo goed en zo kwaad mogelijk, en twee maanden later ben je alweer aan het werk. Ik hing met haken en ogen aan elkaar, maar dat maakte niet uit: ik leefde nog.

»Twee jaar lang ging het goed, tot ik met Pasen bloed in mijn stoelgang aantrof. De andere kant! Ik hoopte dat het speen was, maar het was hetzelfde verhaal: speen gaat gepaard met pijn - en ik voelde weer niks. En dan sta je weer op het punt waar je al eens hebt gestaan. Dat je denkt: 'Kunnen ze daar nu echt, van al die miljarden mensen, niemand anders op zetten? Waarom moet ik het weer bezuren?'

»Na de operatie was er kennelijk een residu op de darm achtergebleven. Daar gingen ze chemotherapie op loslaten, zes maanden lang. De eerste vier maanden bevestigden alle scans dat het genezingsproces gunstig verliep. Maar de laatste scan voor de operatie - die pro forma werd genomen - sloeg alle hoop de bodem in. Een operatie was zinloos: het was van de klaveren naar de biezen. Intussen zijn we aangeland bij wat ik Plan B noem: datgene onder controle houden wat we nog onder controle kunnen houden. Ik krijg nu een ander soort chemo.»

HUMO Is je blaaskanker niet meer te genezen?

Brydenbach «Nee, tenzij zich in twee dagen tijd twaalf mirakelen voordoen. (Zwijgt) Ik heb de vraag aan dokters voorgelegd: 'Wat als ik niet voor Plan B kies, hoe lang fiets ik dan nog mee?' - 'Dan is het een kwestie van enkele weken tot tien maanden.'

»Ik heb getwijfeld of ik nog eens aan de chemo zou gaan. De eerste kuur was verschrikkelijk. Ziek dat ik was. En vooral: moe. Ik ben letterlijk op handen en voeten op de grond gaan zitten, mijn hoofd rustend op het zitvlak van de zetel, omdat ik dacht: 'Misschien verschaft deze houding me enige rust.' Ik was steendoodmoe en tegelijk kwam ik niet tot rust - om gek van te worden.

»Maar goed, die nieuwe chemo heeft naar het schijnt minder belastende nevenverschijnselen. De dokters hebben me daarover een boekje meegegeven. Ik lees dat niet, mijn vrouw doet dat in mijn plaats. Maar blijkbaar heb ik na twee sessies al alle verschijnselen meegemaakt, zij het gelukkig niet gelijktijdig.»

De beste 400-meterloper van België (2)

HUMO Je hebt getwijfeld aan nog een keer chemo, zeg je.

Brydenbach «Na die eerste kuur dacht ik: ik ben toch een vogel voor de kat. Dan kon ik net zo goed proberen de resterende tijd pijnloos door te komen. Maar dan spreek je met je kinderen, je vrouw, je familie, en dan heb je geen keuze meer. 'Zo kennen we je niet,' zeiden mijn kinderen. 'Vecht, zoals je altijd hebt gedaan.' (Ontroerd) 'Oké,' heb ik gezegd. 'Ik doe het nog een keer.'»

HUMO Dat is waar ook: je hebt altijd zo'n sterke kop gehad.

Brydenbach «Ik ben opgetrokken uit Kempens eikenhout. Dat is lastig om te zagen, maar er is geen enkele eik, hoe dik ook, die je níét kan vellen. Je hebt grote zagen. En scherpe zagen.

»Ik merk wel, in gesprekken met andere patiënten, dat de bomen die zich het meest verzetten het laatst vallen. Dokters zeggen dat ook: je geest maakt je lichaam sterker. Maar: je geest zal je niet genezen. Ook de sterksten krijgen rake klappen. Afgelopen weekend zet ik de televisie aan voor het nieuws. Het eerste bericht dat ik hoor: 'Lei Clijsters is overleden.' Ik verzeker je: op zo'n moment gaat het licht uit.»

HUMO Kende je hem?

Brydenbach «We hebben eens met elkaar gepraat op een Memorial. En we hebben één keer samen gevoetbald, met de toenmalige BRT-ploeg.

»Lei heeft zich, na het slechte nieuws, helemaal uit het openbare leven teruggetrokken. Ik respecteer dat, ik begrijp het ook, maar ik ben daar zelf meer extravert in. Ziek zijn is voor mij geen schande - mensen mogen weten dat ik kanker heb. Het taboe is misplaatst. Iedereen kent mensen met kanker.»

HUMO Je blijft ook werken.

Brydenbach «Omdat ik het nog kan. En de mensen in de groep hebben af en toe nood aan een gesprek met de patron - persoonlijk contact is iets anders dan een telefoontje of een mail. Maar het verzet mijn zinnen ook. Thuis drijven mijn gedachten al snel af naar donkere vragen: hoe lang heb ik nog te leven? Ik zou me thuis niet mogen afsluiten voor mijn kinderen, mijn vrouw, mijn familie, maar ik moet bekennen: dat lukt me niet altijd even goed. Op het werk ben ik vanzelf met andere dingen bezig dan met ziek zijn, ook al werk ik dan voor Janssen Pharmaceutica (lacht). Nu gaan thuiszitten is voor mij een eerste vorm van capitulatie.»

HUMO Is het ook weer een wedstrijd voor je?

Brydenbach «Een gevecht. Misschien is het raar wat ik nu zeg, maar als ik hier 's ochtends bij Janssen binnenrijd, voel ik me een ander mens worden. Je hoort er weer bij, hè. Terwijl ze me thuis met allerlei argumenten moeten motiveren om nog eens uit mijn zetel te komen.»

Een beetje sterven

HUMO Lever je dit gevecht ook als ex-atleet?

Brydenbach «Ik ben een competitiebeest: ik word zelfs boos zelfs als ik verlies met de Wii. Je vecht zolang je kunt, maar je probeert ook te genieten van de strijd - die moet de moeite waard zijn. Hout vasthouden, maar voorlopig valt het nog goed mee. Ik heb een voos gevoel in mijn tenen en vingers, een neveneffect van de chemo dat misschien definitief is, maar daar kan ik in berusten. Net als in de koorts die geen koorts is. Of de griep die geen griep is. Het overkomt je, je zweet het uit, desnoods een dag of twee, en je gaat door.»

HUMO Indertijd heb je gekozen voor de 400 meter, niet de makkelijkste discipline van de atletiek. De afstand waarop je - volgens het cliché - telkens een beetje sterft.

Brydenbach «Ik had kunnen kiezen voor de weg van de minste weerstand: de zuivere sprint, waarvoor je minder hard moet trainen. Maar wat was ik dan waard geweest? Op de 100 meter: degelijk niveau in België, maar internationaal tweederangs. Op de 200 meter: eersterangs in Europa. Op de Olympische Spelen zou ik hooguit de finale hebben gehaald. Op de 400 meter was ik één van de grote jongens. Ik speelde mee. Pijn is de prijs die je daarvoor betaalt.»

HUMO Dikwijls was je na een wedstrijd zo misselijk dat je moest braken van de inspanning. Deed je dat met plezier, je overgeven aan de pijn?

Brydenbach «Ik heb wedstrijden gelopen waarin ik de verzuring vóélde toeslaan. En ik wist: dit is goed. Als je zo diep gaat, ga je hard. Dat je daar achteraf misselijk van bent, tant pis. Een kwartier lang kun je je eigen naam niet meer zonder fouten schrijven, maar dan mag je naar het podium, naar de hoogste trede, en op slag is alle misselijkheid verdwenen. Ik ben naar véél wedstrijden met schrik vertrokken.»

De beste 400-meterloper van België (3)

HUMO Schrik om te verliezen of pijn te hebben?

Brydenbach «Ook om te verliezen: ik heb ook dikwijls overgegeven vóór een wedstrijd. Soms dacht ik er zelfs niet aan om me op te warmen. Mijn benen voelden aan als pudding, er zat geen greintje macht in mijn armen - ik was zo slap als een vod. Doodsbang. Maar dan gaf de starter het teken: 'Heren, trek uw trainingspak uit,' en het was alsof hij de kracht in mijn lichaam spoot. Vanaf het moment dat ik in de startblokken kroop, werd ik een leeuw. Het startschot was een bevrijding. Dan was het zoals met Jean-Luc Dehaene indertijd: 'Let the beast go!'

»Ik genoot van de eerste twee- à driehonderd meter, zeker als ik hard ging. De vermoeidheid slaat pas toe na de laatste bocht. Dáár komen ze op je deur kloppen. Maar als je technisch sterk bent - zoals ik wel was -, ga je door op automatische piloot.»

HUMO Wat gebeurt er intussen in je hoofd?

Brydenbach «Euforie. Toen ik, op de eerste Memorial, Edwin Moses (legendarisch hordeloper, red.) achter me hield, werd de hele Heizel gek: ze dróégen me naar de meet.»

HUMO Achteraf viel je wel voor dood op de baan, en je bleef minutenlang liggen.

Brydenbach «Wilfried Meert, de organisator, heeft me nog mee overeind getrokken. Ik moest nog een ereronde lopen, vond hij. 'Godverdomme Wilfried,' zeg ik, 'één keer rond de piste was de afspraak' (lacht)

HUMO Je liep altijd te rekenen. Was dat ook om jezelf te ontzien? Je hebt wel eens te veel gerekend, en verloren.

Brydenbach «Op het Europees Kampioenschap in Rome (1974) eindigde ik vijfde in de halve finale: uitgeschakeld. Toen had ik ernaast gerekend. Arrogantie, hè.

»Het idee was: ik doe mezelf zo weinig mogelijk pijn, ik spaar mijn krachten voor de finale. Maar dat is ontaard in een zenuwenoorlog met een andere favoriet, de West-Duitser Bernd Herrmann. De laatste tientallen meters liepen we allebei om het traagst: 'En ik zal hier vierde zijn.' Maar ik had me misrekend: ik werd vijfde in plaats van vierde, en Herrmann had alle geluk van de wereld dat hij zich kwalificeerde.»

HUMO Je vader heeft je daar achteraf een klap voor je kop voor verkocht, vertelde je laatst in 'Olympische verhalen' op Canvas.

Brydenbach «Mijn vader heeft een scherp besef van fairplay. Je overwicht misbruiken om een tegenstander belachelijk te maken is not done. Mijn vader schaamde zich. In zijn ogen had de hele wereld gezien hoe ik me misdragen had. Bovendien was ik een dommerik: ik kon niet eens tot vier tellen.»

HUMO Had je vader gelijk?

Brydenbach «Jazeker. Mijn zonen doen ook aan sport - Tim is triatleet, Hans zwemt: als zij zo'n stunt zouden uithalen, zouden ze mij ook tien minuten uit hun buurt moeten houden. Als ik die beelden van Rome terugzie, ben ik nog altijd razend op mezelf. Zelfs nu ik erover begin, voel ik mijn bloed weer koken: een mooie kans, die nooit meer terugkomt, gooi ik zomaar te grabbel. En waarom? Als ik drie meter lang normaal had gedaan, was het niet gebeurd.»

Bij de rijkswacht

HUMO Je vader was een rijkswachtcommandant uit de Kempen, een man van de wet, die zijn enige kind op internaat stuurde. Een trauma?

Brydenbach «Integendeel, ik heb schitterende herinneringen aan het internaat. We hadden gewéldige sportfaciliteiten: een zandpiste, vijf voetbalvelden, twee basketvelden en een gigántische sporthal.»

HUMO Moest je op internaat voor je 'moeilijke karakter'?

Brydenbach «Mijn vader werd brigadecommandant in Peer, en ik verhuisde mee van het college van Mol naar dat van Peer. Helaas, het klikte daar niet: niet met de leerlingen, niet met de leerkrachten. Ik sukkelde van de ene buis naar de andere, van de ene vechtpartij naar de andere. Ik was de vreemde eend in de bijt: een Kempenaar, afkomstig uit een gesloten gemeenschap, die in een andere gesloten gemeenschap terechtkwam. Het zat er meteen bovenarms op. Mijn vader werd horendol van alle reprimandes van de directeur en de leerkrachten. Dat kon niet blijven duren: hij had een publieke functie in Peer.

»Ik werd naar het PMS-centrum (het huidige CLB, red.) in Neerpelt gestuurd, waar de jonge psycholoog Theo Kelchtermans me onderzocht. Hij kende de Peerder mentaliteit. Zijn advies luidde: 'Ga naar Don Bosco in Hechtel.' Daar zou ik beter tot mijn recht komen, maar het was wél een internaat. Voor mijn vader was het geen overweging: ik ging op internaat. En ik heb daar mijn draai gevonden.»

De beste 400-meterloper van België (4)

HUMO Is het toeval dat zowel jij als Ivo Van Damme, de toptalenten van de Belgische atletiek halfweg de jaren zeventig, een brigadecommandant van de rijkswacht als vader had?

Brydenbach «Mijn vader en Kamiel Van Damme behoorden allebei tot een generatie rijkswachters die níét je vriend waren. Mijn vader duldde thuis geen tegenspraak, en Kamiel ook niet. Als ik straf meekreeg, had de leraar altijd gelijk. Daarover hoefde ik met onze ouwe zelfs niet te discussiëren.

»Eén anekdote: een week voor mijn huwelijk loop ik even bij mijn moeder aan. Ik zie dat haar gezicht op onweer staat. 'Nu ga je iets meemaken,' zegt ze. 'Hij is kwaad.' Ik had geen idee waarover ze het had. 'Kijk maar eens op de schouw.' Daar stond een proces-verbaal voor overdreven snelheid. Ik had het nog maar net in handen of mijn vader komt binnen, in vol ornaat, recht van zijn werk. Vloeken en doen. Ik moest niet denken dat ik me alles kon permitteren nu ik bijna getrouwd was. Ik zeg: 'Heb je dat proces-verbaal al eens goed gelezen?' Daar stond in dat mijn wagen was bekeurd, maar hij had ermee gereden. Hij verstart. Grabbelt dat blad uit mijn handen. En begint te schelden op de lelijke flikken die hem dat hebben gelapt - rijkswacht en politie, dat was water en vuur. 'Maar,' zegt hij tegen mij op dreigende toon: 'Ge weet hoe ik erover denk, en zal blijven denken.'

»Op mijn achttiende liet ik hem mijn rijbewijs zien, fier als een gieter. Hij nam me mee naar de tafel, trok een lade open en haalde een stapel foto's van ongevallen boven, de ene al onsmakelijker dan de andere. Die moest ik bekijken, één voor één: dat waren de gevolgen van te hard rijden en inhalen op plekken waar je het beter niet doet. De mens had gelijk: hij heeft me defensief leren rijden, lang voor het een modeterm werd. In al die jaren heb ik ook maar één keer gebotst.»

HUMO Nog een punt van overeenkomst met Ivo Van Damme: eigenlijk wilde je het liefste voetballer worden.

Brydenbach «Net als mijn vader: een heel goede voetballer, al is hij dan niet verder geraakt dan Vorselaar. Hij zag ook wel dat ik een beetje kon sjotten. Maar ik had een probleem, volgens hem: ik kon niet tegen mijn verlies. 'Als gij verliest, wordt gij een loederke dat zijn eigen ploeg benadeelt. Gij zijt veel te bruut en te lomp om te sjotten.' De echte reden was: mijn vader was nog een rijkswachter die zich niet integreerde in de gemeenschap waar hij woonde. Hij hield afstand. Dat hoorde zo, voor hem én de kinderen.»

HUMO Maar atletiek kon wel?

Brydenbach «Dat is een ander verhaal. In een scholencompetitie was ik Limburgs kampioen op de 150 meter geworden. En veertien dagen later was het Belgisch kampioenschap voor aangesloten atleten in Leuven. Ik dacht: 'Ik forceer het lidmaatschap bij een atletiekclub, en daarna ga ik voetballen.' Na lang aandringen gaf mijn vader toe: 'Oké, als jij in Leuven wint, mag jij bij een atletiekclub.' En ik loop daar, en ik win. En mijn vader hoort Mon Vanden Eynde - de legendarische trainer, die toevallig bij hem in de buurt stond - zeggen: 'Dat wordt een grote.' Enfin, ik mocht bij Daring Lommel.

»Enkele weken later gaan we met de club op verplaatsing, naar Luik. Onze pa mee. Ik loop de 200 meter: ik evenaar het Belgisch record van de kadetten in de eerste reeks, ik breek het in de halve finale, en ik breek het nog eens in de finale. Toen was hij even van zijn melk

HUMO Heeft het lang geduurd voor hij zei dat je een fantastisch atleet was?

Brydenbach «Zéggen heeft hij nooit gedaan. Hij was fier en content. En hij feliciteerde me soms. Hoe diep het bij hem zat, heb ik pas gemerkt toen ik thuis ging vertellen dat ik ermee stopte. 'Ge hebt gelijk, jongen,' zei hij. 'Het is goed geweest, voor ons ook. Dat zijn toch spanningen.' Op de tribune stierf hij van de zenuwen. Hartkloppingen - hij is ooit bijna flauwgevallen van de spanning. Mijn moeder riep en tierde, die liet het los. Mijn vader kropte het op.»

Kwistenbiebels

HUMO Wel een verschil met Ivo Van Damme: jij was een flyer, had talent zat, lummelde wel eens op de training, terwijl Ivo een trainingsbeul was die zichzelf het zwaarste regime oplegde.

Brydenbach «Ik kon dat ook, maar geen maanden aan een stuk. Ivo voerde de schema's van Mon Vanden Eynde slaafs uit. Als Mon hem zou hebben opgedragen: 'Duizend keer de 100 meter in elf seconden,' zou Ivo het hebben gedaan.»

HUMO Jij had iets achter de hand: je studeerde Lichamelijke Opvoeding. Het hoefde niet zo nodig voor jou. Voor Ivo was atletiek zijn hele leven.

Brydenbach «Dat vroeg ik me soms af: wat wacht hem ná zijn carrière? Ik had nog mijn voetbaldroom, mijn diploma, mijn visstokken ook. Bij hem draaide alles om hardlopen. Ik vond dat bij momenten benauwend.»

HUMO Stel dat jij de kop van Van Damme hebt: eindig je dan binnen de eerste drie op de Spelen van Montreal? Nu werd je vierde.

Brydenbach «Dan ben ik derde, ja. Maar dat ben ik ook als ik in de finale niet in de buitenbaan moet lopen.»

HUMO Daar heb je wel de beste tijd uit je carrière gelopen: 45.04. Blind, in de buitenbaan, de enige keer dat je niet kon rekenen: je zag niemand voor je lopen.

Brydenbach «Mijn vierde wedstrijd in vier dagen tijd. (Denkt na) Een Olympische finale lopen in de buitenbaan is eenvoudig: je moet zo snel mogelijk vertrekken en zo lang mogelijk blijven gaan, want je weet: ik ben het konijn waarop die zeven anderen jagen. Maar ik had wel liever in de baan van Frazier gelopen - die haalde brons omdat hij in de baan tussen goud (Juantorena) en zilver (Newhouse) mocht lopen. Frazier werd meegezogen naar de streep. Als wij van baan ruilen, ben ik drie en hij vijf - dan passeert ook Parks hem nog. Dat weet ik zeker. Maar goed, dat is de loting - part of the game

De beste 400-meterloper van België (5)

HUMO Spookt die vierde plaats soms nog door je hoofd?

Brydenbach «Ik heb het veel moeilijker met mijn vijfde plaats, vier jaar later, op de Spelen in Moskou.»

HUMO De tweede beste tijd die je ooit liep.

Brydenbach «Dat was geen zuivere koffie: de nummers één en drie, Viktor Markin en Frank Schaffer, een Rus en een Oost-Duitser, streden niet met dezelfde wapens als de rest. Die twee kwistenbiebels waren niet clean, dat praat niemand me uit het hoofd. Na de val van de Muur is duidelijk geworden wat sportcultuur in het voormalige Oostblok betekende. Montreal was tegenslag, maar Moskou? Dat was bedrog. Ik was vertrokken voor goud, ik rekende op zilver, ik eindigde met niks. In de laatste meters is Juantorena me nog voorbijgelopen en vierde geworden, maar dat was omdat ik dacht: de boom in, allemaal. Ik voelde me geflikt.»

HUMO Blijft die ontbrekende Olympische medaille knagen?

Brydenbach «Ik moet daar realistisch in zijn: ik héb ze niet. Denk je overigens dat ik mijn Europese medailles nog heb? Ik zou niet weten waar ze liggen. De medaille van de koning? Geen idee. Gouden Spike? Het laatst is die gesignaleerd op het kot van onze Tim.»

HUMO Maar waarom heb je dan gelopen?

Brydenbach «Om te winnen, plezier te maken en te reizen. Ik heb veel gezien, als snotneus uit de Kempen, voor noppes. De Acropolis! Maracana! San Siro! Gewéldige ervaringen.»

HUMO Was winnen een halszaak?

Brydenbach «Als ik verloor, kon ik wel eens nukkig zijn. Maar de volgende 400 meter was de belangrijkste, zo was het altijd.»

HUMO Heb je er alles uitgehaald?

Brydenbach «Dat weet ik niet.»

HUMO Voor jezelf?

Brydenbach «Ik heb keuzes gemaakt, gelopen én gestudeerd. De combinatie was niet vanzelfsprekend. Al dat lopen heeft mijn ouders één bisjaar gekost: véél geld voor die mensen. Onmiddellijk na de finale in Montreal dacht ik: 'Shit, over enkele dagen herexamens.' Ik heb geblokt in het Olympisch dorp.»

HUMO In Moskou was je vrouw je coach.

Brydenbach (Knikt)

HUMO Was dat makkelijk?

Brydenbach «Mijn vrouw komt uit de zwemsport. Zij heeft altijd graag gecoacht. Ik kan je verzekeren: zij was ambetanter dan Herman (Van Coppenolle), mijn vorige coach. Zij kende mij beter, hè: zij sliep met mij. Herman was te lief, te zacht, te vaderlijk met mij. Ik maakte daar misbruik van. Als hij zei dat ik in Zürich moest lopen, zei ik: 'Sorry, ik ga die week vissen met ons vader.' Dan had ik niks gepland, maar ik ging wél vissen (lacht). Dat pakte niet bij ons moederke.

»Mijn vrouw was er rotsvast van overtuigd dat ik te weinig bagage had. In de winter trainde ik te weinig op uithouding, zei ze. Als ik daaraan werkte, zou ik in de zomer mijn tijden aanzienlijk kunnen aanscherpen. Zij heeft verscheidene keren geprobeerd me minder op snelheid en weerstand te laten trainen, ze ging zelfs samen met mij in het bos lopen. Maar ze liep er mij af - kun je nagaan tegen welke snelheid ik daar door de bochten kwam gescheurd (lacht). Ook zij heeft er haar tanden op stukgebeten. Dat leidde tot discussies aan de keukentafel en in de slaapkamer - gezellig was dat niet. Zij nam op den duur de houding aan: 'Als je straks afgaat als een gieter, kom dan vooral niet bij mij blèten.'»

HUMO Je hebt het altijd beter geweten, hè?

Brydenbach «Wijsneus, hè. En vooral: koppigaard. Vorige week heb ik een film gezien, 'Gettysburg', over de Amerikaanse burgeroorlog. Daarin zegt een Engelse verbindingsofficier: 'Engelsen zijn net als Amerikanen: we verliezen liever een oorlog dan een fout toe te geven.' Ik herken mij in die uitspraak. Liever met de vlag ten onder gaan dan bekennen: ik heb een fout begaan. Achteráf zal ik mijn fout toegeven.

»Mijn twee zonen zijn ook zo.»

HUMO Je Belgisch record op de 400 meter heeft zevenentwintig jaar lang standgehouden. Intussen is het in handen van Kevin Borlée, de zoon van je vroegere concurrent Jacques Borlée. Diens andere zoon, Jonathan, is ook een goeie 400-meterloper. Je hebt zelf twee zonen. Denk je nooit: jammer?

Brydenbach «Het is mooi voor Jacques. (Denkt na) Ik heb heel veel respect voor onze pa, nog altijd, maar ik heb me voorgenomen niet hetzelfde doen als hij. Mijn kinderen mochten zélf kiezen. Elke, mijn dochter, heeft nooit aan competitiesport gedaan. Mijn twee zonen, competitiebeesten, doen dat wel. Als ze hun best niet doen, krijgen ze het op hun brood. Maar ze gaan coachen en dan ruziemaken? Nee, dank u - daarvoor weet ik er ook te weinig van.»

HUMO Je had alles om een goede atletiektrainer te worden: ervaring op het hoogste niveau, een theoretische opleiding, communicatieve vaardigheden. En toch is het er niet van gekomen.

Brydenbach «Ik was trots - ik zou mezelf nooit hebben aangeboden. En, in alle eerlijkheid: na Ivo Van Damme en mezelf viel er maar weinig eer te behalen voor een trainer bij de federatie. En om clubcoach te worden had ik het karakter en het geduld niet.»

De beste 400-meterloper van België (6)

Long may you run

HUMO Je bent vrank en vrij, eigenzinnig, zegt wat je op het hart ligt. En zo iemand wordt dan pr-directeur van een multinational.

Brydenbach «Ik heb mijn persoonlijkheid, maar ik kan mij ook professioneel gedragen, al kost dat soms moeite. Desnoods verkondig ik een mening die haaks staat op mijn persoonlijke overtuiging. Ik krijg betaald om mijn job te doen. En dat is: Janssen een goede naam bezorgen.»

HUMO Veel rebellen worden later zelf autoritaire types.

Brydenbach «De beste stropers worden de beste boswachters, dat klopt. Maar autoritair? Ik kan een hoog oplaaiende discussie voeren, in onenigheid uit elkaar gaan, maar ik heb wel geluisterd naar de mening van een ander. Dat heeft de federatie met mij nooit gedaan. Ook daarom ben ik geen trainer bij de federatie geworden.»

HUMO Spijt van?

Brydenbach «Nee.»

HUMO Héb jij spijt van dingen?

Brydenbach «Het enige wat ik opnieuw zou willen doen, is: die Olympische finale van Moskou lopen. Op voorwaarde dat alle acht de finalisten één week voor de wedstrijd op doping worden gecontroleerd, zoals dat tegenwoordig kan. Daarvoor zou ik mijn benen nog wel eens insmeren.»

HUMO Als je nog van de 400 meter droomt, gaat het dan om gewonnen of verloren wedstrijden?

Brydenbach «Ik droom er niet meer van. Ik kijk ook zelden naar beelden van vroeger. Weet je waarvan ik kan genieten? Die dvd over de campagne van de Rode Duivels in Mexico. Die goal van Georges Grün in Rotterdam! In mijn hart ben ik een voetbalfan gebleven.»

HUMO Wat vond je van de Olympische voetbalploeg in Peking, vorige zomer?

Brydenbach «Ik was aangenaam verrast. Ik deel de mening van de mensen niet die zeggen: 'Vierde, typisch Belgisch: nét niet.'»

HUMO Bij jou was het ook twee keer nét niet. Toch meer Belg dan je voor jezelf wilt toegeven?

Brydenbach «Ik verdedig me met het argument dat ik er stond in de twee minuten dat ik er moest staan: in de Olympische finales heb ik mijn twee beste tijden gelopen. Op piekmomenten was ik op mijn best: ik was bevrijd

HUMO Kun je dan nu ook nog, bevrijd in het leven staan?

Brydenbach «Ik probeer het te leren. Dingen loslaten. Elk uur van de dag word ik geconfronteerd met het feit dat ik geen keuze heb: ik móét het leren.»

HUMO Slaag je erin?

Brydenbach «De ene dag al beter dan de andere. Vandaag worden mijn gedachten vooral beheerst door mijn gsm, die nu maar zo snel mogelijk moet overgaan: mijn dochter verwacht haar eerste kind. Dat is het leven: de oude generatie maakt plaats voor de nieuwe. Maar ik zou die kastaar zo graag willen zien en vastpakken. En nog láng vastpakken.

»Voor mij mag het leven nog een tijdje doorgaan, maar ik beslis er zelf niet meer over: het is in handen van Onze Lieve Heer. En die mens heeft andere dingen aan zijn hoofd dan mijn lot alleen.»

HUMO Ben je gelovig?

Brydenbach «Ik heb zeker geen kanker gekregen in de kerk, maar ik ben ook geen heiden. Als je mij vraagt: 'Ga je naar de hemel of de hel?' dan is mijn antwoord: 'Ik ga naar het hiernamaals, wat dat ook moge zijn.' Maar dood is dood, vrees ik. 'Gedenk, mens, dat gij van stof zijt en tot stof zult wederkeren': allicht is dat een goede samenvatting. Je blijft achter in de geest van andere mensen, maar een tweede leven? Als het er is, moet het fantastisch zijn: er is nog nooit iemand van teruggekeerd.»

HUMO De man met de hamer ken je intussen, van je wedstrijden op de 400 meter.

Brydenbach «Op de training kwam ik hem ook geregeld tegen, om de eenvoudige reden dat ik weinig trainde: ik gaf er gewoon een paar keer een patat op, zoals wij zeggen. Op die manier leer je de man met de hamer niet als een bondgenoot, maar dan toch als een oude bekende zien. Je bent niet meer bang als je hem tijdens de wedstrijd tegenkomt. 'Daar heb je 'm weer,' denk je. En je incasseert de tik.»

HUMO En als je hem nu tegenkomt?

Brydenbach «Dan zal hij zijn laatste klap uitdelen, waarschijnlijk.»

HUMO Ben je er niet meer bang voor?

Brydenbach «Toch wel, ik ben nog altijd bang voor de dood.

»Ik weet niet waar hij zich nu ophoudt, en ik wil het ook niet weten. Maar de waarheid gebiedt me te zeggen dat hij elk moment in de buurt kan zijn. Eén dag tegelijk, zo leef ik. Ik loop de wedstrijd van vandaag, en als het even kan ook de wedstrijd van morgen. Aan de wedstrijd van overmorgen denk ik niet.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven