
Kim Clijsters, van onder de pleisters
Uit: Humo 3418; 7 maart 2006
Een donderdag in Bree. Terwijl het stadje aan het bekomen was van carnaval, heeft Kim Clijsters haar vervaarlijk krakende lichaam uit bed gehesen. Wat ons vanzelf tot de openingsvraag brengt: hoe is 's werelds beste tennisster de ochtend doorgekomen?
'Ik heb altijd gedacht: mijn moment komt wel'
Kim Clijsters
« Ik was vroeg wakker, ik heb het ontbijt klaargemaakt voor Brian (Lynch, haar vriend) en mij, en daarna ben ik de honden gaan voederen en heb ik de keuken opgeruimd. Dat is het zo'n beetje.»HUMO Toen een journalist na de finale van de Diamond Games naar je plannen voor de komende dagen vroeg, antwoordde je: mijn huis poetsen. De nummer één van het vrouwentennis die eigenhandig de bezem door haar living haalt, ik kan het mij nauwelijks voorstellen.
Clijsters
« Niet dat ik daar altijd even veel zin in heb, maar als de muziek keihard mag staan, kan ik zo rustig een paar uur bezig zijn. En: als je dan 's avonds rondkijkt en alles ziet er weer netjes uit, tja, dat is toch genieten (lacht).»HUMO Laten we nog eens terugkeren naar de US Open en de halve finale tegen Sharapova in het bijzonder. Jij had in de tweede set vijf matchballen laten liggen en de tiebreak verloren, waarop Sharapova besloot een korte pauze in te lassen. In die paar minuten veranderde je blik van pure vertwijfeling in een vreemd soort verbetenheid. Herinner je je dat moment nog?
Clijsters
« Ja. Achteraf bekeken had zij op geen beter moment die break kunnen nemen. Normaal hou ik de pauzes tussen punten liefst zo kort mogelijk - ik blijf graag in mijn ritme - maar Maria bleef zolang weg... Het gebeurt niet zo vaak dat je midden in de wedstrijd vijf minuten de tijd krijgt om alles een rustig te overdenken. Ik begon een beetje rond te kijken in het publiek, en op de een of andere manier ontspande ik daardoor. Ik kwam tot de conclusie dat ik mezelf weinig te verwijten had. Ik had de hele wedstrijd voorgestaan en een paar bijzondere punten gemaakt.» Ik heb nog altijd het idee dat ik in de zomer van 2005 gewoon niet uit mijn evenwicht gebracht kon worden. Ik had de toernooien van Stanford en Los Angeles gewonnen, ik had Justine in de finale van Montréal geklopt. Oké, in San Diego had ik van de relatief onbekende Peng verloren, maar mentaal ben ik zelden zo sterk geweest als toen. Ik leefde op een wolk.
» En toen Maria dan weer het court opwandelde, voelde ik een ongelofelijke drang om te winnen. Ze heeft nog even gelijke tred kunnen houden, maar kort daarna is ze fysiek gekraakt en begon ze de fouten op te stapelen.»
HUMO Heb je die wedstrijd of de finale tegen Pierce ooit opnieuw gezien, al was het maar om er iets uit te leren?
Clijsters
« Neen, ik heb nog nooit een wedstrijd van mezelf opnieuw bekeken. Ik heb daar geen enkele behoefte aan.»HUMO Toen je begin 2004 je vierde Grand Slam-finale verloren had, werd geopperd dat je misschien te rade moest gaan bij een psycholoog. Voelde je je toen beledigd?
Clijsters
« Neen, ik vond het grappig. De hele wereld vroeg zich af of ik nu wel of niet een Justine-complex had, maar voor mij was de kwestie vooral: waarom slaag ik er tijdens Grand Slam-finales niet in mijn beste tennis te spelen?»HUMO En?
Clijsters
« Er is geen eenduidige verklaring. Vaak was het verschil minimaal, zoals in de finale tegen Justine op de Australian Open.» Ik weet wel dat ik er goed aan gedaan heb fors te schrappen in de dubbelwedstrijden. Herinner je je nog die finale tegen Justine op Roland Garros, die op 6-0 en 6-4 geëindigd is? Diezelfde dag moest ik met Ai Sugiyama nog eens de baan op voor de finale van het dubbel. Dat vrat allemaal energie, op den duur werd het toch te zwaar.
» Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat mijn moment wel zou komen. Kijk, de tijd van Graf, Seles en Hingis, toen één speelster jaren aan een stuk domineerde, keert nooit meer terug. Vandaag beleeft Mauresmo haar finest hour, maar over een paar maanden is het weer de beurt aan Justine, Davenport of mij. De wedstrijden tussen de toppers zijn echte uitputtingsslagen - ieder punt wordt gespeeld alsof het het laatste is. Vroeger op de tennisschool werd er altijd gezegd: als je uit de baan gedreven wordt, moet je de bal omhoog slaan om tijd te winnen. Nu is dat totaal voorbijgestreefd: iedereen wil winners slaan en het maakt niet uit of ze nu één of vijf meter uit de baan staan. Die hardnekkigheid, plus de overvolle kalender, plus de doorgedreven specialisatie: zo krijg je automatisch om de zoveel tijd iemand anders op één.
» Bij de mannen is dat al veel langer bezig. Toen ik nog met Lleyton was, heb ik van dichtbij gezien hoe Tim Henman, Jonas Björkman of Max Myrni - stuk voor stuk superstilisten - ieder jaar weer wat meer terrein verloren.»

































![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook