Brooddoos
Toen waren de grote jaren van Motown al verleden tijd. In 1968 was het trio Holland-Dozier-Holland opgestapt - na een dispuut over centen met Gordy, hoe kan het ook anders. En inmiddels liepen de sixties op hun eind: Woodstock, Vietnam en lsd waren de nieuwe modewoorden, en zelfexpressie was het hoogste goed. De tijd was voorbij dat platenbazen hun artiesten dicteerden wat ze moesten zingen, zeggen en dragen: een groep kon pas goed zijn als ze hun eigen songs schreven. Motown probeerde nog wel: het experimenteerde met poppy psychedelica ('Ball of Confusion' van The Temptations) en sociaal engagement ('War' van Edwin Starr), en het bracht zelfs twee klassieke artist albums uit: 'What's Going On', en het machtige 'Songs in the Key of Life' van Stevie Wonder. Er waren funky danshits ('Papa Was a Rolling Stone' van The Temptations, 'Superstition' van Stevie Wonder), er was de uitzinnige discopop van 'Superfreak' van Rick James en, toen waren we al in de eighties, 'Somebody's Watching Me' van Rockwell. Maar de gouden tijd van Motown is voor eeuwig de jaren zestig.
De impact van Motown op de popcultuur is moeilijk te overschatten. Iggy Pop is niet enige rockster die zijn hart verpand heeft aan de Motown-sound. Zomaar een paar voorbeelden. De toen nog vrij gezonde, maar al behoorlijk kwetsbare Amy Winehouse vertelde ons drie jaar geleden ('Back to Black' was net uit) dat ze van de wachttijd tussen interviews gebruikmaakte om video's van The Temptations te bekijken: ze wou iets opsteken van hun choreografieën, want ze was jaloers op de moves van haar achtergrondkoortje. Annie Lennox was als tiener verslingerd aan de songs van Martha Reeves & The Vandellas die uit haar tienerradiootje kwamen geswingd: 'Zonder Martha Reeves was ik nu geen zangeres.' En zowel TV On The Radio (alternatief, Amerikaans, zwart) als Keane (soft, Brits, blank) biechtten me een zware Motown-verslaving op.
Nog een addict is Greg Dulli, die als kind naar school ging met een Jackson 5-brooddoos, en die met z'n Twilight Singers niet vies is van een livecover van 'Let's Get It On'. In de jaren zestig al coverden The Beatles 'Please Mr. Postman', en 'Street Fighting Man' was het antwoord van The Rolling Stones op 'Dancing in the Street'. De Engelse mods van de jaren zestig dweepten met Smokey Robinson, The Temptations en The Supremes. En niets is heerlijker dan de Britse rockversie van dat klassieke Motown-geluid: van de swingende pop van The Style Council in de jaren tachtig, over de groovy indiesoul van The Charlatans en Ocean Colour Scene in de jaren negentig, tot het recente monsterpact tussen Mark Ronson en Amy Winehouse (maar evengoed tussen Bernard Butler en Duffy) om de Motown-sound naar de eenentwintigste eeuw te vertalen. The Fall nam ooit een heerlijk gruizige garagerockversie op van 'There's a Ghost in My House', een noveltyhitje van R. Dean Taylor - één van de weinige blanke Motown-zangers, net zoals de Britse Dusty Springfield één van de weinige blanke Motown-zangeressen was. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Het punt is: de melodieën van Motown hebben iederéén geïnspireerd, van de gladste popsterren tot de ruigste rockers, van een onschuldige lolita als Duffy tot een neuzelende gluiperd als Mark E. Smith.
Er wordt wel eens gezegd dat Motown te blij, te gepolijst, te poppy is. Het zou de grit van de blues missen, de groan van de gospel en de grom van de rock-'n-roll. Onzin. De tijdloze kracht van Motown is juist dat universele gevoelens van verdriet en zelfs verbittering in de zwierigste pop worden gegoten. Vaak ondersteund door een symfonisch arrangement, maar nooit huilerig of over the top. Een Motown-ster torst z'n pijn met geheven hoofd en bezondigt zich nimmer aan goedkope pathos, en zéker niet aan zelfmedelijden. En daar zit de absolute meerwaarde van Motown-songs: ze geven je een extra energieboost als je je goed voelt, en een troostende schouder als je verdrietig bent: 'Kop op, je bent méér waard!'
Eén van de stelregels van Eddie Holland luidde: 'Onthoud alles wat je hoort en gebruik het in je songs. Mensen houden van herkenbaarheid.' En dus spitste Eddie de oren toen een boos vriendinnetje hem toeriep: 'You don't really love me! You just keep me hanging on!' Hij hoorde al niet meer wat ze hem nog meer verweet; in zijn hoofd klonk al een nieuwe song, gebouwd rond die éne zin - 'You just keep me hanging on'. Diana Ross & The Supremes mochten het inzingen, en zo rolde één van de allerstrafste Motown-songs van de band: een anthem voor de rechten van de vrouw, geschreven door een man. Volgende week: alles over die vrouwen van Motown.
Katia Vlerick
HUMOTOWN 50
Vanaf deze week bij Humo: 'HUMOTOWN', of het allerspitantste uit 50 jaar Motown: 80 songs, verdeeld over 4 cd's. Deze week cd 1 voor slechts 2,50 euro. De volledige tracklisting en méér: humo.be/motown.

































![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


1 reactie
reageer ookjoppe
Zaterdag 7 november 2009 - 11u12
deze 4 cd's van "HUMOTOWN 50" kan je die nog bestellen via deze weg.graag zou ik deze in mijn bezit willen hebbenlaat aub iets horen mvg joppe
Reageer ook