Deze voormiddag werd de nv Eternit door de Brusselse rechtbank van eerste aanleg veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 250.000 euro aan de familie van Françoise Jonckheere. De vrouw overleed in 2006 aan de gevolgen van longvlieskanker, dat ze opliep omdat ze in de buurt van een fabriek van Eternit, waar schadelijke asbestcement werd geproduceerd, woonde. Enkele maanden geleden deden de zonen van Françoise hun verhaal in Humo.

Oost west, asbest (1): de stille killer van Kapelle-op-den-Bos
'Onze familiegeschiedenis is onlosmakelijk verbonden met de Eternitfabriek in Kapelle-op-den-Bos, waar asbestcement geproduceerd werd,' zegt Eric Jonckheere (53).
"'Asbest bracht brood op de plank, maar de dood in huis'"
'Mijn grootvader werkte er, mijn vader werkte er, we woonden met ons gezin - vijf broers! - in een huis van Eternit, vlak bij de fabriek. In 1986 stierf mijn vader op 59-jarige leeftijd aan mesothelioom, beter bekend als asbestkanker. Dertien jaar later overleed mijn moeder aan dezelfde ziekte, hoewel ze nooit in de fabriek had gewerkt.
Mijn broers Pierre-Paul (43) en Stephane (42), die de asbestfabriek alleen als kind hadden gekend, stierven onlangs aan dezelfde ziekte. We zijn nu nog met drie broers over. Als we naar elkaar kijken, vragen we ons af: wie is de volgende?'
Met arendsogen volgen de broers Jonckheere het grote asbestproces in Turijn, dat vorig jaar begon en over twee weken, op 14 juni, wordt hervat. Duizenden Italiaanse asbestslachtoffers en hun nabestaanden hebben het management van Eternit voor de rechtbank gedaagd.
Op de beklaagdenbank zitten de Belgische baron Jean-Louis Cartier de Marchienne (88) en de Zwitserse miljardair Stéphane Schmidheiny (62), die het bedrijf leidden in de jaren 60 en 70. Zij staan terecht voor het aanrichten van wat sommigen omschrijven als 'een economische genocide'.
Jaarlijks sterven wereldwijd minstens 110.000 mensen aan mesothelioom, een ongeneeslijke en agressieve kanker aan het longvlies, die door asbest en alléén door asbest wordt veroorzaakt. Dat cijfer slaat enkel op de slachtoffers die met asbest gewerkt hebben en het dus gekregen hebben als beroepsziekte: in werkelijkheid zijn er veel meer. In West-Europa alleen al zullen er tussen 1995 en 2018 een kwart miljoen mensen gestorven zijn aan mesothelioom.
In België, in de jaren 70 wereldwijd koploper in het asbestverbruik per inwoner, telde het Fonds voor Beroepsziekten de voorbije twintig jaar 10.000 doden, opnieuw alléén mensen die met het spul gewerkt hebben. Ook bij ons is er een onbekend aantal omgevingsslachtoffers die asbestvezels hebben ingeademd: omdat ze in de buurt van een asbestfabriek woonden, omdat ze een kippenhok met een golfplaatdak van eternit in de tuin hadden, omdat ze als kind met hun fietsje reden op een oprit van asbestgrind dat gratis door de fabriek aan hun ouders was uitgedeeld. Mesothelioom breekt pas twintig tot dertig jaar na het inademen van de asbestvezels uit: de piek moet dus nog komen.
Al van na de Eerste Wereldoorlog bleek uit studies dat asbest een gevaar voor de volksgezondheid is. In de jaren 60 werd onomstotelijk bewezen dat het allerlei dodelijke longaandoeningen veroorzaakt, waaronder asbestose, mesothelioom en longkanker. Toch bleven asbestfabrikanten wereldwijd - en dus niet alleen Eternit - lustig verder werken met het dodelijke mineraal. Nergens werden beschermende maatregelen genomen tegen de schadelijke stof.
In Nederland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Italië en elders in de wereld hebben slachtoffers en hun nabestaanden al verschillende processen aangespannen - én gewonnen - tegen asbestproducenten. In België loopt er welgeteld één (burgerrechtelijk) proces tegen Eternit, de belangrijkste producent van asbestcement in ons land: dat van de familie Jonckheere, waar asbest tot nu toe vier dodelijke slachtoffers in één gezin maakte. 'Dat is niet toevallig,' zegt Eric Jonckheere, de oudste van de vijf broers. 'België is het hart van de asbestlobby.'
0 reacties
reageer ookReageer ook