
Dit is het verhaal van Amanda ('Mouchka' voor de vrienden) Stassart, wellicht de meest bijzondere stewardess die ooit voor 'de vliegende ambassadeur van België' vloog.
"Wij waren de prinsessen van het luchtruim"
Haar ogen doen het niet meer zo goed, maar voor de rest lijken de jaren - 88 - weinig vat op haar te hebben: ze borrelt nog steeds van levensvreugde, neemt elke dag om 11 uur haar aperitief en gaat nooit de deur uit zonder lippenstift. Elke middag gaat ze lunchen in een Brusselse bistro om de hoek, Le Club, waar ze de ober - een boomlange kerel die ze 'shortie' noemt - vrolijk rondcommandeert.
Ze was 23 toen ze in 1946 in dienst trad bij de Société Anonyme Belge de l'Exploitation de la Navigation Aérienne (S.A.B.E.N.A.), als elfde airhostess uit de geschiedenis van de maatschappij. Ze werd de vaste stewardess van de koninklijke familie en vergezelde koning Boudewijn op al zijn reizen naar Congo.
Ze was de lieveling van de horde journalisten die in 1955 meevlogen op de wekenlange rondreis van de piepjonge vorst door de Belgische kolonie. Tientallen huwelijksaanzoeken kreeg ze van piloten en passagiers - één grootgrondbezitter in Nigeria wilde haar ter plekke ruilen voor een kudde geiten.
En ze was een Dolle Mina avant la lettre: haar hele carrière lang vocht ze voor de gelijke rechten van airhostessen, die niet mochten trouwen, een derde minder verdienden dan hun mannelijke collega's en op hun veertigste ontslag moesten nemen.
Maar haar verhaal begint in Parijs, waar ze als meisje woonde met haar Belgische ouders. In 1940 - ze was zeventien - moest ze haar studie aan de Sorbonne afbreken vanwege de Duitse bezetting. Maar ze was er het type niet naar om de hele dag hoeden te naaien en dactylolessen te volgen, en ze ging in het verzet.
Ze sloot zich aan bij de verzetsgroep Comète, die gestrande geallieerde piloten hielp ontsnappen naar Spanje. Ze redde het leven van 54 vliegeniers, werd verraden en belandde, net als haar ouders, in een concentratiekamp. Zelf overleefde ze de oorlog, maar haar beide ouders kwamen om.
Na de bevrijding besloot ze, met de piloten die ze het land uit had gesmokkeld in het achterhoofd, haar diensten aan te bieden bij het nog jonge Sabena. De Belgische burgerluchtvaart was tijdens de oorlog uitgeweken naar Congo, maar meteen na de bevrijding van Brussel werden de vliegvelden van Haren en Melsbroek heropend.
De vooroorlogse vloot van Amerikaanse tweemotorige DC-3's en Italiaanse Savoia Marchetti S-83's werd uitgebreid met een serie DC-4's en DC-6's, in die tijd het neusje van de zalm - Sabena stond altijd op de eerste rij als het ging om technologische vernieuwing.
In 1947 was Sabena de eerste Europese maatschappij die naar New York vloog, al konden de DC-4's dat niet in één keer aan: er moesten tussenlandingen gemaakt worden in Shannon (Ierland) en Gander (Newfoundland). En ook de beroemde Congo-lijn werd heropgestart. Sabena zou tot het einde van haar dagen een ijzersterke reputatie houden voor haar Afrikaanse netwerk.
In 1946 deed Sabena ook voor het eerst een beroep op airhostessen. Daar was de maatschappij laat mee, want de eerste Amerikaanse airhostess, Ellen Church, ging al in 1930 de lucht in. Church was een verpleegster die werd ingezet om de vliegangst van de passagiers te temperen: een nieuw beroep was geboren.
Stewardessen moesten de passagiers bedienen, hun schoenen poetsen en hen erop attent maken dat ze na het opstijgen geen brandende sigaretten door de raampjes mochten gooien.
'Stewardess was een beroep dat door de goegemeente met een scheef oog bekeken werd,' vertelt Amanda Stassart, terwijl ze met smaak een schotel gamba's verorbert in haar stambistro.
Amanda Stassart «Een onfatsoenlijk beroep, vond men. Naar het verre buitenland vertrekken in mannelijk gezelschap, logeren in hotels, gaan dansen met piloten en marconisten, ver van huis... Oooh, dat kon niet goed gaan! Vrouwen moesten thuis blijven en voor de kinderen zorgen - zo was de tijdgeest.
»Maar wat moest ik? Ik had mijn twee ouders verloren, ik was alleen en had geld nodig. De enige familie die ik nog had was mijn oude tante Julia, een katholieke kwezel die me wel in huis wilde nemen op voorwaarde dat ik de kerkbibliotheek van Elsene zou runnen.
»Ze had het al op een akkoordje gegooid met de pastoor. Groot was haar ontzetting toen ik zei dat ik airhostess wilde worden! Eerst wist ze niet eens was het was - Sabena was bij de burgerbevolking nauwelijks bekend. Vliegen was alleen voor de superrijken, zakenlui, politici en kolonialen die naar Congo wilden.
»Mijn tante Julia en ik hebben het nog een tijdje met elkaar geprobeerd, in dat grote huis van haar. Op een dag zag ik ze mijn kamer binnensluipen: ze had stiekem mijn wekker een uur later gezet, zodat ik mijn vlucht zou missen en ontslagen zou worden.
»Alles voor de kerkbibliotheek! Woest was ik. Toen ben ik maar op kamers gaan wonen - samen met een andere airhostess, met wie ik de kosten deelde. Ik was niet van plan om me te laten doen. In de oorlog had ik geleerd om mijn plan te trekken; toen had ik ook een mannenjob gedaan.»


































![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook