De top van Bob

, door (jub)

BOB DYLAN

In die veertien maanden ondernam Dylan ook een solotour in Engeland (voor de eeuwigheid vastgelegd in ‘Don’t Look Back’), tekende hij voor één van de meest spraakmakende momenten uit de popgeschiedenis door op het Newport Folk Festival elektrisch te gaan, en tourde hij door Amerika en later ook door Europa, Australië, Canada en de UK met The Hawks (later The Band). Andere tijden, welzeker. Maar dit was Bob Dylan op zijn absolute hoogtepunt: hoger dan hier heeft hij nooit gevlogen, een occasioneel later meesterwerk buiten beschouwing gelaten.

‘The Cutting Edge 1965-1966’ is een masterclass in oldskool songwriting. Dylan was iemand die de song liet marineren in de studio – zijn juiste cadans vinden, de juiste toon en frasering, zowel tekstueel als muzikaal. En dus zijn er van veel songs veel versies, zeker nadat producer Tom Wilson de fakkel had doorgegeven aan Bob Johnston: die wist dat bij Dylan de magie eender wanneer kon toeslaan, en dus nam hij gewoon alles op, repetities inbegrepen.

Van ‘Rainy Day Women #12 & 35’ is er maar één versie. Opgenomen diep in de nacht na een lange dag: eerste doorname, eerste poging, eerste take. Niemand aanwezig die iets hoorde wat beter kon, en u, vermoed ik, na al die jaren ook nog steeds niet. Ook ‘Maggie’s Farm’ en ‘Gates of Eden’ waren eerste takes en werden opgenomen op de dag – 15 januari 1965 – waarop ook ‘On the Road Again’, ‘It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding)’, ‘Mr. Tambourine Man’ en ‘It’s All Over Now’ in hun beslissende vorm voor de eeuwigheid werden vastgelegd. Wie anno 2015 aan één song per dag raakt, heeft hard gewerkt.

‘The Cutting Edge’ is chronologisch opgevat en kent ook per nummer een zekere structuur: de eerste versie van elke song is vaak een soloversie van Dylan op piano of gitaar, om het arrangement en het fundament aan de groep uit te leggen. Van ‘Subterranean Homesick Blues’, Dylans eerste echte rocksong, krijgen we twee versies. De eerste solo-take van Bob heeft iets, de versie met band van één dag later heeft alles.

Dylan zou na de sessies voor ‘Bringing It All Back Home’ vijf maanden uit de studio wegblijven. Vijf maanden waarin The Byrds met ‘Mr. Tambourine Man’ een grote hit scoorden en folkrock boven de doopvont hielden, vijf maanden waarin Dylan te weten kwam wat het volgende was wat hij wilde: niets dan elektriciteit. En Mike Bloomfield, een piepjonge meestergitarist die zijn sporen verdiende in de Paul Butterfield Blues Band. Bloomfield is de man die fantastisch elektrische gitaar speelt in ‘Like a Rolling Stone’, een song die eigenlijk aanvoelt als een volledige plaat (zie ook ‘Gimme Shelter’ van The Rolling Stones) en hier krijgt toebedeeld wat ze al die jaren al verdient: een volledige cd. Oftewel: de volledige opnamesessie van ‘Like a Rolling Stone’, van start tot finish, in twintig tracks. Take vier is de juiste. Ze proberen daarna nog tien keer, maar niets overtreft wat ze daarnet hebben gedaan. Tot op de dag van vandaag niet.

‘Like a Rolling Stone’ was ook het debuut van Al Kooper, een gitarist die door zijn vriend en producer Tom Wilson was uitgenodigd om een kijkje te komen nemen. Tijdens een koffiepauze van Bob ging hij aan het orgel zitten, Tom Wilson belovend dat hij een geweldige partij had voor ‘Like a Rolling Stone’. Kooper had niks, maar wat hij vervolgens aan de song toevoegde, betekende alles. Kooper is voor de rest van zijn carrière een toetsenman gebleven.

In de repetitie-take van ‘Leopard-Skin Pill Box Hat’, en dan zitten we al kniehoog in ‘Blonde On Blonde’, hoor je hoe Al Kooper in zijn Wurlitzer de knopjes vindt voor de autobel en de toeter die de finale versie zo mooi brandmerken, en in ‘Stuck Inside of Mobile With the Memphis Blues Again’ laat hij over vijf steeds beter en definitiever wordende versies horen dat hij één van de weinige spelers is met een spatiebalk op het orgel.

‘The Cutting Edge’ sluit net als ‘Blonde on Blonde’ af met ‘Sad-Eyed Lady of the Lowlands’. Een tekst waar Dylan in de studio tien uur lang aan werkte. Een journalist die hem eraan had zien beginnen, een luchtje was gaan scheppen, uren later terugkwam en zag dat Dylan nog steeds over zijn vellen gebogen zat, vroeg aan manager Albert Grossman: ‘What’s he on?’ Waarop Grossman: ‘Columbia Records’. As touché as it gets.

Aan elke homerun komt een einde. De legende wil dat de muze aansluitend naar The Beatles verhuisde en daar ‘Revolver’, ‘Sgt. Pepper’ en ‘The White Album’ bewerkstelligde, terwijl Dylan zelf in Woodstock belandde, waar hij vier maanden na zijn fenomenale treble een motorongeluk in scène zette en een jaartje ging rusten.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven