Johnny Hallyday is overleden: 'Ik had al vele malen gek kunnen worden en ik heb er vaak ook over gedacht mijn polsen over te snijden; maar de simpele jongen in mij redt me dan'

, door (md)

johnny hallyday 1200
© Photonews

'Als je een cheque signeert, doe je dat dan met Smet of met Hally-day?' vraag ik aan de Franse vedette Johnny Hallyday die vijftig jaar geleden via Belgisch-Franse ouders op de wereld kwam als Jean-Philippe Smet. Wij nuttigen nog iets fris ter afronding van een gesprek op de morning after van zijn zweterig concert in het Brusselse Lunatheater waar hij, omringd door een keurkorps Britse en Amerikaanse topmuzikanten, materiaal kwam voorstellen uit zijn nieuwe, engelstalige, cd 'Rough Town'.

'Met allebei' zegt hij, een beetje verrast door de vraag. Ik weet ook niet waarom ik ze gesteld heb, dus ik kan hem niet helpen. 'Ik schrijf eerst Hallyday en dan teken ik eronder met Smet, want tenslotte is dat mijn naam, nog altijd ja’.

Ik heb net een goed uur doorgebracht in Smets suite in een hotel bij de Brusselse Grote Markt. De kamer waar we ons bevinden ligt precies op dezelfde plek als wat lang geleden mijn studentenkamer was en daarom voel ik me er wellicht zo op mijn gemak.

Johnny is een levende legende, dat wel. Tachtig miljoen platen heeft hij ondertussen verkocht. Honderdentien hits heeft hij gescoord in het franssprekende deel van de wereld. Vierhonderd keer is hij al op tournee gegaan. Vijftienhonderd keer stond zijn gezicht op de cover van een tijdschrift. En toen hij tussen 1987 en 1992 drie keer vier weken lang in Bercy optrad, Parijs' eigen Madison Square Garden, kochten zevenhonderd-zesenvijftigduizend mensen een kaartje om erbij te zijn.

En toch is Johnny ook een ICC. Dat merk ik aan de manier waarop hij mij begroet als ik zijn kamer binnenstap, dat merk ik aan zijn woordgebruik, zijn houding en de manier waarop hij, net het bed uit, in de pils duikt.

Je suis tier homme simple' zegt hij een paar keer tijdens het gesprek. En ondanks de Rolex om zijn pols, de alligator-laarzen die hij draagt en zijn kasteel bij St. Tropez, geloof ik hem.

Van zijn muziek heb ik bijna nooit gehouden. Daarvoor zat ze te lang en te diep vast in de Franse traditie die er louter uit bestond alles wat in Londen, New York, Los Angeles of Detroit naar goud rook om te smeden tot Parijse pulp. Daarvoor zette Hallyday ook iets te vaak zijn huik naar de wind. Rock, blues, reggae, country, soul, r&b, underground, protest songs, chanson: hij heeft er allemaal eens aan gelikt en aan gesnoven maar verder dan verdienstelijke namaak kwam hij zelden.

Johnny wist wel iets van rock, maar te weinig van rolt, om bij de club van de groten te kunnen horen. Maar jarenlang gezwoeg en nooit aflatende liefde voor alle angelsaksische populaire muziekvormen wierpen uiteindelijk hun vruchten af. Johnny werd de enige echte professional van de frankofone rockwereld en ging langzaam ook inzien dat het geen zin heeft te trachten ijskasten aan eskimo's te slijten. Hij besefte dat 'route La Musique Que _Mime' (zoals een lp van hem, uit 1971, heette) beter en heter gebracht werd door oude negers en boerenzonen uit liet Zuiden van de V.S. Daarom ging hij gaandeweg steeds meer eigen (of voor hem op maat gemaakt) werk zingen en slaagde erin ook zijn meest rabiate tegenstanders te overtuigen van zijn talent.

Alhoewel hij zowat alles bereikt heeft wat in zijn jachtgebied te bereiken is, bedenkt hij voor zichzelf af en toe ook nog eens een uitdaging. Zo wil hij met zijn nieuwe (51ste!) lp/cd, 'Rough Town’, het engelstalige publiek (met andere woorden: de hele wereld) van zijn kunnen overtuigen.

Daarom wilde hij zich ook tot de inwoners van Vandenbrandeland richten. Wij staken er een microfoon tussen.

HUMO Ik mag aannemen dat u zo'n plaat als 'Rough Town' uit vrije wil maakt. Kunt u me iets vertellen over het verlangen dat aan zo'n project voorafgaat? 

JOHNNY HALLYDAY «Verlangen is het juiste woord. Ik had al zeker 25 jaar zin om zo'n plaat te maken, maar ik voelde me er totnogtoe helemaal niet klaar voor. En voordeel van in dit vak oud te worden is dat je zelf voelt dat je beter wordt, dat je zekerder van je stuk wordt, dat je gewoon wéét dat je je vak kent. Wanneer ik vierendertig jaar geleden 's op zondagmiddag rock-’n-roll thé dansants speelde in de dancing naast de Moulin Rouge, aan de Place Blanche, had ik voor ik op moest voor twee man en een paardekop véél meer plankenkoorts dan toen ik een tijd geleden een reeks speelde in liet Parc des Princes, voor een kwart miljoen toeschouwers.

»Je weet met de jaren dus wat je kan, en gelukkig ook wat je niet kan. Nu, in het Engels zingen is dus iets wat ik niet kan. Euh... kon. En dus bleef liet iets waar ik altijd naar verlangd heb. En begin dit jaar heeft mijn producer Chris Kimsey mij overtuigd dat de tijd rijp was.»

HUMO Maar waar was dat verlangen op gebaseerd? Engelstalige zangers nemen in regel, en godzijdank, toch ook geen werk in het Frans op. U hebt een gigantisch en trouw publiek in Frankrijk, Zwitserland, België, Canada, alle Franse overzeese gebieden, de hele Maghreb. U hebt hits gehad in Nederland, Duitsland, Spanje. U bent een colt-held in Italië. Volstaat dat niet?

HALLYDAY «Natuurlijk volstaat dat, als je het strikt zakelijk beschouwd. Mijn platen verkopen goed. ik verdien rnéér dan aardig mijn brood, en ik heb de afgelopen dertig jaar vaker te veel dan te weinig werk gehad. En ook mijn ego is behoorlijk gestreeld door het langdurige sukses, maar ik ben niet liet soort artiest dat zijn kicks haalt uit terugkijken naar wat achter hem ligt. lk ben voortdurend bezig niet de volgende stap die ik ga zetten en ik ben voortdurend op zoek naar dingen die ik nog niet heb gedaan. Een plaat in het Engels was één van die dingen.

»Waarom? Omdat, hoe je het ook draait of keert. Engels voor rock'n'roll is wat Italiaans voor de opera betekent. Het is gewoon juister als je rock in het Engels zingt. De woorden plakken beter aan het ritme. Als je ze tenminste goed uitspreekt (lacht). Daarom heb ik ook zo lang gewacht, omdat ik eerst fatsoenlijk Engels wilde leren spreken. Met een le-mar, ja. En ook door veel tijd door te brengen in de U.S.A., waardoor ik, zoals wel meer war batiks, altijd gefascineerd ben geweest.»

HUMO Als u stelt dat rock en Engels van nature samen horen, is dat dan niet een beetje een negatie van 98 % van uw werk? u hebt toch hele Britse en Amerikaanse hitlijsten in het Frans laten vertalen om er dan in Frankrijk 'succés fous' van te maken?

HALLYDAY «Dat klopt voor het begin van mijn carrière, ja. Ik was toen als artiest zeker nog niet ontwikkeld en ik liet me fel beïnvloeden door mijn entourage. Als mijn manager of mijn producer een nummer op de radio hoorden als 'The House of The Rising Sun' van The Animals of 'Black is Black' van Los Bravos, belden ze me meteen op en zegden ze 'Je moet dat opnemen, Johnny' dan deed ik dat ook, en omdat zowel 'Le Pénitencier' als 'Noir est Noir' gigantische hits werden in de frankofone wereld dacht ik dat ze gelijk hadden.

»Later ben ik gaan inzien dat dat voor mezelf niet genoeg was, dat als ik zo verder deed ik me mijn hele leven een tweederangsartiest zou voelen. Toen ben ik zelf tekstschrijvers gaan aanspreken, en componisten, en ben ik mijn eigen muziek gaan maken. In die periode, van het midden van de jaren '70 tot nu, ligt mijn beste werk, denk ik. Sinds ik mijn zin doe ben ik goed (lacht). En het 'Rough Town'-project past daarin. Ik heb de producer gekozen, én de songs, én de muzikanten. Daarna heb ik besloten een Europese tournee te maken langs kleine zaaltjes zoals het Ina hier of La Cigale in Parijs en ik heb nu besloten deze bende muzikanten te houden als mijn groep. Want ik heb mij nog nooit zo goed geamuseerd op scène als met deze jongens.»

HUMO Ik heb gehoord dat u voor deze plaat vijftig songs opgenomen hebt. Toch staan er maar twaalf op. Hoe maakt u die selectie?

HALLYDAY «We hadden méér dan honderd songs gekozen. Daar kwamen er uiteindelijk vijftig van in aanmerking voor de plaat en we hebben er zo'n twintig opgenomen. Daarvan zijn de beste twaalf op 'Rough Town' terechtgekomen, de andere liggen ergens in een kluis. Ik weet pas of ik van een song hou nadat ik 'm gezongen heb. Aan een demo heb ik niks. Ik ben nog van de oude soort, ik interpreteer een song, stop er altijd mijn hele hart en ziel in, en ais ik dan voel dat ik iets met die song kan doen, of die song iets met mij, dan zing ik 'm misschien mijn hele leven lang.»

HUMO Wat vindt jullie Minister van Cultuur Jacques Toubon van die anglofone escapade? Hij heeft toch de strijd aangebonden tegen het Franglais, het Anglish en alle andere ziekten die het Frans kunnen besmetten?

HALLYDAY (maakt een breed handgebaar, strekking Touban kan mijn rug op) «Wat kan hij me doen? Zelfs wie niet van Johnny Hallyday houdt weet dat Johnny toch altijd zijn zin doet en Toubon weet dat ook. Mocht hij of iemand anders me ooit verbieden in het Engels te zingen, dan zong ik nooit meer één woord in het Frans. Zo zit ik in mekaar 

HUMO Een beetje een rebel, dus. 

HALLYDAY «Ik ben een simpele mens, en de meeste van mijn fans zijn dat ook. En ik laat niet op mijn kop schijten.»

'Ik ken een paar fotografen in Parijs waarvan ik persoonlijk kan garanderen dat hun voortanden vals zijn'

HUMO Kán u nog een simpele mens zijn, na alles wat u de afgelopen dertig jaar is overkomen?

HALLYDAY «Ja. Maar daar moet je wel aan werken. Ik had al vele malen gek kunnen worden en ik heb er ook vaak over gedacht mijn polsen maar over te snijden, maar de simpele jongen in mij redt me dan. Die zegt me dan dat ik blij moet zijn met wat ik heb en die doet me inzien dat een zanger in de eerste plaats een mens moet zijn.»

HUMO U bent tot in den treure vergeleken met Elvis Presley. Een parallel die niet altijd vleiend bedoeld was.

HALLYDAY «Dat weet ik. Elvis is daarom ook mijn voorbeeld in het goede - zijn stem, zijn manier om een song aan te pakken waren ronduit geniaal - maar ook in het kwade. Met andere woorden, ik wil niet eindigen zoals hij. Hij heeft geen leven gehad, en ik heb er wel een. Hij kon niet in een bar om de hoek een glas gaan drinken met zijn muzikanten en ik doe dat wel. Hij huurde een hele bioskoop af als hij eens een filmpje wilde meepikken en ik ga gewoon met mijn vriendin naar een cinema op de Champs Elysées, en als twee mensen me dan een hand-tekening vragen, tja, dan is dat maar zo. Hij liet zijn carrière ook dicteren door Colonel Parker en ik doe gewoon altijd mijn zin, zelfs als dat tot verkeerde beslissingen leidt. Ik ben niet bang om fouten te maken, hij wel.» 

HUMO En wellicht daarom maakte hij er zoveel. 

HALLYDAY «Misschien. Maar ik wil niets lelijks over hem zeg-gen, hoor. Ik heb een mateloze bewondering voor hem. Alleen wil ik niet geleefd worden zoals dat bij hem ogenschijnlijk het geval was.» 

HUMO Uw roots liggen in Brussel. Betekent dat nog iets voor u? 

HALLYDAY «Ja zeker. Het is lang geleden, een halve eeuw al, maar toch voel ik altijd iets vreemds in mijn onderbuik als ik hier kom. Misschien ben ik hier wel verwekt. Mijn vader is hier tot zijn dood blijven wroeten. Hij heeft mij verwaarloosd en ik hem. Het is geen mooi verhaal.» 

HUMO Associeert u Brussel met hem? 

HALLYDAY «Nee. Daarvoor heb-ben we te weinig contact gehad, om niet te zeggen géén. Hij was een schim voor mij. 

» Je zal lachen maar ik associeer deze stad met heel andere dingen. Met een goed publiek, bijvoorbeeld. En met mayonaise. Die maken ze nergens zo goed als hier. Hetzelfde geldt voor de steak tartare, wat jullie filet atnéricain noemen, daar zou ik voor móórden. En mosselen, na-uurlijk. Die smaken ook nergens zo goed als in België. Vooral de moules parquées..»

HUMO Voor een bemiddeld man hebt u kennelijk een heel eenvoudige smaak? 

HALLYDAY «Ik zei je toch al dat ik een simpele mens ben. Ik ben al in de beste restaurants van de wereld geweest en toch heb ik een hekel aan gesofistikeerde keuken. Als ik in Noord-Frank-rijk optreed, steek ik soms even stiekem de grens over om langs een Belgische landweg een pakje friet te eten. Daar geniet ik méér van dan van zo'n zeikerig galadiner met allemaal mensen die een hekel aan elkaar hebben. Mijn Belgisch bloed drijft me ook naar wanstaltige hoeveelheden fondues parmesan 

HUMO U had het over het goeie publiek hier in Brussel. Wat is er zo speciaal aan? 

HALLYDAY «Dat weet ik niet, maar het is wel zo. Collega's zeggen het ook. lk heb die in-druk al van toen ik vijfentwintig jaar geleden in de Ancienne Bel-gigue optrad, een week aan een stuk, met in het voorprogramma dansende poedels of een aap die zijn naam kon schrijven. Er was altijd een soort aandacht, een soort respect, dat ik in Parijs vaak mis. Men komt daar méér voor de evenementswaarde van een optreden, denk ik. terwijl het hier meer om de muziek te doen is. Dat voel je als performer. Het is stil wanneer het stil moet zijn en je krijgt warmte als je warmte nodig hebt. De Brusselaars, en de Belgen in het algemeen vind ik, hebben iets warms over zich dat ik ten zeerste apprecieer.» 

HUMO Eén van die Brusselaars, Jacques Brel, zag u eerst niet zo zitten. Later zijn jullie goede vrienden geworden. 

HALLYDAY «Jacques heeft nooit van mijn muziek gehouden, dat weet ik zeker, maar ik ben fier dat hij me mocht als mens. Hij was nog niet zo lang bezig toen ik begon en in het begin liepen we elkaar al wel eens voor de voeten. Onze genres lagen bo-vendien zo ver uit elkaar dat we bijna per definitie een hekel aan elkaars muziek moesten hebben. Later ben ik hem erg gaan ap-preciëren. Nu vind ik zelfs dat hij de allergrootste is. Niemand heeft mooiere liedjes gemaakt, in het Frans, dan Jacques. Dat hij nooit iets van rock'n'roll begre-pen heefr, vergeef ik hem dan maar.» 

HUMO Het betekende wel dat hij een deel van het jonge publiek nooit heeft kunnen bereiken door tot tien jaar na The Beatles nog platen te maken met arrangementen á la Charles Trenet. 

HALLYDAY «Tja, ik denk gewoon dat hij niet wist wat er in de ja-ren '60 allemaal aan de hand was. Hij was een categorie op zichzelf. Misschien is hij wel zo vroeg gestopt met optreden - hij was nauwelijks 36 - omdat hij vond dat hij er niet meer bijhoorde. Daarover hebben we het al-tijd gezellig. Als ik op tournee nooit gehad. We hielden het al-door Frankrijk was belde hij soms naar mijn secretaresse waar ik die avond was en dan nam hij zijn vliegtuig en zocht hij me even op in Straatsburg, Lyon of Biarritz. We lunchten dan samen, we vertelden wat flauwekul en dan vloog hij, vlak voor mijn optreden. weer terug naar Parijs.» 

HUMO Heeft hij u ooit echt gezegd wat hij van uw werk vond? 

HALLYDAY «Nee, niet rechtstreeks. Maar de laatste keer dat ik hem zag liet hij me wel verstaan dat hij veel van mijn teksten rommel vond. 'Ik zal er je eens een paar maken', zei hij. En daar keek ik naar uit, tot ik op de radio hoor-de dat hij gestorven was. Het is er dus nooit van gekomen... Weet je waarom ik weet hoe goed ik Brel vond?... Hij is de enige artiest die mc ooit tijdens een concert aan 't wenen gekregen heeft.»

HUMO Behalve Brel hebt u nog een andere legende gekend, Bob Dylan. Hoe is die niet voor de hand liggende ontmoeting tot stand gekomen? 

HALLYDAY «Dat was in 1966, denk ik. Dylan kwam voor het . eerst naar Parijs. Hij speelde in het Olympia en logeerde in het George V. misschien wel het beste hotel van de stad. Hugues Aufray had net een volledige lp met Dylan-covers opgenomen, 'Aufray Chante Dylan' en Dylan had hem gevraagd na het optreden mee te komen naar het hotel om er een feestje te bouwen. Hugues vroeg mij en Françoise Hardy mee en toen we er aan-kwamen had hij duidelijk meer interesse voor Françoise dan voor Hugues of mij. 

»Op een bepaald ogenblik nam Dylan mij even apart en zei hij 'Wat een klotehotel hier, heb jij een huis hier in de buurt?'. Ik zei dat ik een appartement in Neuilly had. Hij vroeg of hij bij mij kon logeren. Ik zei ja en uiteindelijk is hij méér dan een maand gebleven. Niet dat ik hem veel gezien heb hoor. Hij leefde 's nachts en ik overdag. » 

»We kwamen ook niet zo goed overeen. Het minste wat je van Dylan kan zeggen is dat hij  een beetje raar is. Terwijl hij bij mij was heeft hij bijvoorbeeld voortdurend en keihard zijn eigen platen gedraaid, weken aan een stuk. Terwijl de meeste artiesten die ik ken hun eigen stem niet eens kunnen luchten. 

»We hebben later ook nooit meer contact gehad. Hij is me iets te vreemd, en dan bedoel ik zowel de zanger als de mens. Maar ik blijf hem, samen met Brel trouwens, een groot dichter vinden. Want Dylan is vooral een dichter, ja, en een fenomeen.» 

HUMO Dat woord wordt ook veel op u toegepast. 

HALLYDAY «En dat ergert me ook mateloos. Als ik 's morgens opsta en in de spiegel kijk voel ik me zeker geen fenomeen. Soms noemen ze me bij wijze van vermeend compliment ook een levende legende en dan denk ik dat ze hopen dat ze dat 'levende' er snel kunnen aflaten. Ik ben gewoon iemand die zijn werk doet, ook al is dat werk misschien wat ongewoon. En ik heb geluk gehad dat het zo lang heeft mogen duren. Weet je wie fenomenen zijn? Mijn fans. Er zijn steden waar ik al dertig jaar kom en daar zijn mensen die al voor de dertigste keer naar mij kousen kijken. Eerst alleen, dan met hun vrouw, dan met hun kinderen, nu met hun kleinkinderen. Dat is een soort trouw waar ik erg van onder de indruk gemak. Het is ontstellend hoeveel gewone mensen in Frankrijk vinden dat ik deel van hun familie uitmaak. Arbeiders zeggen me dat als ze van hun werk komen ze tijdens het avondeten naar een video van mij kijken. Voor die mensen zit ik daar dan mee aan tafel, die avond. Zoiets moet een artiest in mijn positie nooit vergeten. Hele generaties Fransen zijn samen met mij oud geworden. Vergeet niet dat ik op veertien jaar begonnen ben. 

»Maar die kant van de roem kan ik heel goed dragen. Mijn publiek en ikzelf hebben veel respect voor elkaar. Met de media heb ik iets meer moeite. Die hebben mijn leven al een paar keer grondig verpest.» 

HUMO Toch staat u vrijwel voortdurend op de covers van de Parijse Boulevardpers. Is er dan, als u dat zou willen, geen enkele mogelijkheid om u aan dat soort ongewenste aandacht te onttrekken? 

HALLYDAY «Het is moeilijk, geloof me vrij. Als je dat echt wil moet je er bijzonder veel energie in investeren, of totaal als een kluizenaar gaan leven. En clan nog. De mensen van de sensatiebladen zijn zéér hardnekkig en buitengewoon goed georganiseerd. Als ze President Mitterrand of Lady Diana erin kunnen luizen, die allebei continu overbeschermd worden door een leger securityguards, wat moet ik dan met ze aan? Af en toe doe ik er eens één een proces aan om te laten voelen wat ik van hun praktijken vind, maar dat soort kranten heeft gewoon een speciaal budget om rechtszaken te betalen. En dan pakken ze je daarna dubbel zo hard aan. Dan kun je weer van voren af aan beginnen, of de zaak gewoon laten vallen.» 

HUMO U gedoogt ze, zoals een leeuw zich ook niet druk maakt om de vlooien in zijn pels? 

HALLYDAY «Nu wel, ja. Maar in mijn jonge jaren sloeg ik er af en toe wel eens een op zijn smoel. Ik ken een paar fotografen in Parijs waarvan ik persoonlijk kan garanderen dat hun voortanden vals zijn (lacht). Nu zie ik het meer als een spel. Een zeer vervelend spel, maar een spel.» 

MMO De tol van de roem? 

HALLYDAY «Misschien. Verder heb ik een heel aangenaam leven, dus moet er wel af en toe iets luizigs zijn dat mijn dag komt verpesten. en dat is vaak een paparazzo. Er zijn mensen die zeggen dat we ze nodig hebben. Dat je de dag dat je niet meer interessant bent voor de paparazzi aan je retour begonnen bent. Dat je dan niet langer een vedette bent. Nu, ik ben vrij vroeg in mijn carrière hals over kop vedette geworden, maar ik heb er jaren over gedaan om artiest te worden. En een artiest heeft de sensatiepers niet nodig.» 

HUMO Maar u hebt wel een privé-leven achter de rug dat, met permissie, gevonden vreten was voor de rioolpers. 

HALLYDAY «Misschien wel, maar daarom heet het ook privé-leven. nee? Omdat het niemand een moer aangaat. En al wil ik misschien de gevolgen nog wel dragen van mijn manier van leven, dan aanvaard ik niet dat mijn vrouw of mijn vriendin of mijn kind met die smeerlapperij worden geconfronteerd. De keren dat mijn vuist uitgleed. was het altijd om de privacy van iemand anders te beschermen.» 

HUMO ik weet dat u in interviews niet over uw privé-leven wil spreken, maar zijn sommige van uw songs niet erg privé? 

HALLYDAY «Misschien. Aan welke denk je?» 

HUMO 'Que Je t’aime’, dat met zoveel overtuiging wordt gezongen dat ik niet kan geloven dat het over een fictief iemand gaat. 'Laura', een liefdeslied voor de dochter die u met Nathalie Baye heeft. En vooral 'J’ai Oublié de Vivre', dat u volgens mij niet zou brengen als u niet een beetje vond dat het over u ging. 

HALLYDAY (staat op en gaat een biertje halen, een Heineken. Bekijkt me even terwijl hij nadenkt, staat nog eens op en gaat een tweede biertje halen. Een Stella, voor mij. Ik wist dat ik geen Heineken-type was, maar kies deze keer toch voor Perrier) «Je bedoelt dat ik me in dat soort liedjes meer blootgeef, privé, dan in bijvoorbeeld de covers of de up-tempo nummers. Dat zal wel kloppen. Covers kies ik omdat ik op het nummer val als ik het door één van mijn favoriete artiesten hoor zingen, up-tempo songs kies ik voor de lol, en omdat een optreden ze nodig heeft, anders ligt iedereen na drie songs in slaap. En die ballads met de zogenaamd betere teksten die breng ik inderdaad omdat ze erg dicht bij mij staan, ook al heb ik ze niet geschreven. 'Que Je T'Aime' ging echt over iemand van wie ik zielsveel hield en van wie ik voelde dat ze me ontsnapte. 'Laura' was precies wat je zegt: een liefdeslied voor mijn dochter. Ik zag ze door mijn huis lopen toen ze een jaar of twee was, met haar engelen-gezicht en die blauwe ogen die ze van mij gekregen heeft en ik kreeg zowaar een krop in mijn keel. lk voelde iets meer dan vaderliefde voor haar, iets wat verdomd veel op echte liefde leek. En daar kwam nog alle liefde bij die ik nooit aan mijn zoon gegeven heb. En de liefde voor de vrouw van wie ik dat kind gekregen had.

»Het was mij te veel voor woorden, dus heb ik maar aan iemand anders gevraagd die te schrijven, meer bepaald aan Jean-Jacques Goldman. Zijn woorden. ja, maar mijn gevoelens. Voor een kleine vrouw, die mijn dochter bleek te zijn. Ze is elfjaar nu... En mijn vriendin drieëntwintig. Ik heb iets met jonge vrouwen, denk ik (lacht). Wat was de derde song waarover je het had? 'J'ai Oublié de Vivre'? Ja, dat vond ik toen letterlijk. Mijn carrière heeft mij toch bijna twintig jaar geleid voor ik mijn carrière ben gaan leiden, en toen ik dat door had heb ik dat lied laten schrijven door mijn goede vriend Pierre Binot, de zoon van Patachou. Omdat hij me zo goed kende heb ik hem toegestaan het lied volledig vanuit mijn perspectief te schrijven en het resultaat was een harde les: een goede vriend zei mij dat ik een eenzaam mens was. Ik was in die periode drie jaar lang op toernee gegaan zonder naar huis terug te keren en hij heeft me eigenlijk doen inzien dat dat geen leven was. Dat liedje heeft me dus over mijn eigen leven doen nadenken. Het plakt nog altijd aan mijn ribben als ik het nog eens zing.» 

HUMO Toch familie van Brel, dus? 

HALLYDAY «We hebben in onze jonge jaren allebei veel friet met mayonaise gegeten: er zal wel iets van blijven hangen zijn, zeker? (lacht) Ik ben een entertainer en Brel was onderandere een entertainer. Ik gooi tussen al mijn feestnummers al eens iets van drie minuten dat misschien recht uit mijn hart komt; hij zong de hele avond op het scherp van de snee. Ik zou het niet kunnen. Zo'n korte emotionele song vraagt meer van mij dan twee uur lang rocken.» 

HUMO Toen ik hierheen wandelde, zag ik in een platenwinkel de befaamde gitaarkoffer staan met uw volledige werk erin. 738 tracks, als ik me niet vergis. De kleine jongen in mij denkt dan 'Wow' en de oude brombeer zegt 'Daar moet ontzettend veel troep tussenzitten'. Wat dacht u zelf toen je dat ding onder ogen kreeg, die zwarte kist waarin uw  hele oeuvre begraven lag? 

HALLYDAY «Hetzelfde als jij. Heel even 'Wow' en toen 'Heb ik dat allemaal bijeen gezongen?' en meteen daarna 'Er moet toch flink wat rommel tussen zitten'. Zoals iedereen met zo'n lange carrière heb ik natuurlijk mindere periodes gekend, jaren waarin ik de pedalen kwijt was en platen uitbracht omdat ik dat contractueel verplicht was. Jaren waarin ik door slechte mensen omringd was ook, maar daar stonden gelukkig ook altijd weer pieken tegenover. 

»Ik heb de inhoud van die gitaarkoffer in elk geval niet opnieuw beluisterd. Het is een leuk souvenir voor mijn kinderen, of voor de kinderen van mijn kinderen, als opa er niet meer zal zijn, maar ik wil er niet mee geconfronteerd worden. Wat goed is weet ik zelf wel, en wat slecht was heeft alleen nog archiefwaarde. En overigens laat ik het intensief beluisteren van eigen werk liever aan Bob Dylan over (lacht). Ik luister liever naar anderen.» 

HUMO Laatste vraag: waarom zien we u zo weinig in de cinema? 

HALLYDAY «Je bedoelt op het scherm, neem ik aan? Nu, omdat ze me weinig vragen. en omdat tussen de scripts die ik krijg zelden iets zit wat ik leuk vind. Soms zit er wel iets tussen, maar dan denk ik dat ik het niet kan. Overigens heb ik niet de indruk dat iemand mij mist in die branche. Ik hen zelf een filmfreak en ik vind de films die ik gemaakt heb zeker geen meesterwerken. Wat vind jij?» 

HUMO Euh, ik ken helemaal niks van film, maar ik herinner me dat ik in 1963, toen ik hier wat verderop in Cinéma Colisée uw eerste film zag, 'D'ou viens-tu, Johnny', een western die zich in de Camargue afspeelt, heel opgelucht was dat er in ons buurland Frankrijk cowboys bestonden. En op de tram naar huis heb ik zowaar mijn eigen ontplugde versie van 'Pour Moi La Vie Va Commence’ gezongen. 

HALLYDAY « Dan heb ik er toch één gelukkig mee gemaakt. 

»Maar echt, film is mijn medium niet. Een paar keer heb ik er plezier in gehad, heel even. In die film van Costa-Gavras, 'Conseil de Famille', bijvoorbeeld, daar voelde ik mc goed in. En volgend jaar draai ik er één niet Maurice Pialat, daar kijk ik naar uit. Iedereen heeft een hekel aan hem, maar ik mag hem. Al is hij wel extreem, hoor ik. Gerard Depardieu zei me dat hij tijdens de eerste draaidag van 'Loulou' Miou Miou een mep moest verkopen en dat Pialat na drie, vier takes de opnamen stillegde en zei 'Heb je nog nooit iemand een mep gegeven? Zo moet dat!' en hij sloeg de script-girl zo hard dat ze onderuit ging. Het bleek ook nog zijn vrouw te zijn. Nu ja, hij heeft in elk geval een heel mooie rol voor me geschreven. Dus die aanvaard ik graag.» 

HUMO En Jean-Luc Godard, toch ook een notoire gek, hoe ging het daarmee op `Détective'? 

HALLYDAY « Ach, Godard wilde mij  helemaal niet hebben. Die wilde Nathalie Baye, met wie ik toen samenwoonde. Op een zondag zijn we eens met bent gaan lunchen, in Genève. En toen zat hij, in zijn lijzigste Zwitsers, almaar te zeuren over hoe het gedaan was met de cinema, en met de wereld ook, en waar de soep bleef, en hoe grijs de hemel wel was. Nathalie vroeg of ze het scenario mocht lezen van de film waar hij haar voor vroeg en toen begon hij een tirade tegen de dictatuur van het scenario en dat hij aan zijn been voelde dat het ging regenen en waar het dessert bleef en wat een schoft Alain Delon wel was. De hele  maaltijd lang negeerde hij mij. Ik dacht dat hij me te min vond om tegen te praten. Maar toen Nathalie en ik nog maar net terug in het hotel waren, ging de telefoon al en toen zij opnam vroeg hij of hij mij  kon spreken. (Johnny imiteert nu schitterend het accent én het debiet van Jean-Luc Godard) 'Ik heb je bekeken tijdens het eten', zei hij, 'en ik heb besloten het scenario dat ik had weg te gooien en een ander te schrijven niet een grote rol voor jou erin. We beginnen over veertien dagen. Ik verwacht je om 9 uur op de set.' Ik heb er mijn planning voor overhoop moeten halen, maar voor dat soort gekte ga ik.» 

HUMO Mist u dan geen soort Colonel Parker in uw buurt die u behoedt voor niet meteen lucratieve career moves? Want zo'n Godard doet natuurlijk geen platen verkopen, en haalt u drie maand van de concertpodia weg. 

HALLYDAY « Ja, er zijn wel wat accountants en agenten rond me die me dat soort impulsieve heslissingen proberen af te raden, maar als ik op een ding trots ben dan is het dat ik altijd en overal mijn zin doe. En mijn zin was die keer: een film met Godard.» 

HUMO Ik herinner me een reportage in het schitterende maar helaas afgevoerde filmprogramma 'Cinéma-Cinémas' van Antenne 2 waarin Godard zijn cameraman op het genante af stond uit te schelden terwijl u geduldig bij een raam stond te wachten tot het weer uw beurt was. Godards tirade duurde zeker tien minuten en u gaf geen kik. Wat ging er toen in u om? 

HALLYDAY « Ik keek door het raam, naar het leven op de straat. Ik dacht 'Godard fait son cinema'. En ik wachtte gewoon af tot we konden beginnen. De scene werd daarna trouwens probleemloos in één take opgenomen. ik herinner me wel dat ik dacht 'Waarom laat die cameraman zo op zijn kop zitten'.» 

HUMO Ik dacht 'Godard fait son cinéma parce que Cinéma-Cinémas’ est là. 

HALLYDAY « Dat zal er zeker mee te maken gehad hebben; door de aanwezigheid van een extra-camera zal hij er zeker nog een schepje bovenop hebben gedaan: maar anderzijds zijn die irrationele uitbarstingen bijna dagelijkse kost: Daarom verliezen ze eigenlijk ook hun effect. Iedereen denkt 'de ouwe is weer aan het zagen' en gaat een biertje halen. Toch mag ik hem. Hij behoort tot het slag mensen die tijdens hun leven als een stoorzender ervaren worden maar die door iedereen gemist worden als zij er niet meer zijn. Misschien zal het met mij wel riet andersom zijn...» 

Johnny staat op en meldt dat hij moet plassen. Tijdens de daad blijft de badkamerdeur wijd open staan en komt hij merkwaardig genoeg nog eens terug op de kwaliteit van de Belgische mayonaise. 

'Hoe laat is het?' vraagt de zanger, die pas op het middaguur opgestaan is. 'Half twee' roep ik. Hij verschijnt weer en kondigt aan dat qua ontbijt een Américain Frites er wel in zou blijven. Maar eerst nog een Stella. Of twee. Want ik begeef. Omdat niets zo lijkt op een Perrier als nog een Perrier. 

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven