Mauro Pawlowski over de geboorte van Pukkelpop

, door (mp)

Surrealisme mijn kloten, de werkelijkheid is hier ongerijmder dan eender welke bevreemdende kunststroming. Ik zou alvast nergens anders willen wonen. Al was het maar om de taalgrensoverstijgende ‘fuck you’ tegen een vroeg sluitingsuur aan de toog.

Helemaal perfect is het hier natuurlijk ook weer niet. Van sommige zaken heeft de Belgoïde nul verstand. Ik denk aan stierenvechten, fierljeppen of een hoofdstad managen. Popfestivals organiseren daarentegen doet men hier als geen ander ter wereld. Omdat ik vanwege mijn behendigheid op de elektrische jammerplank wel eens naar het buitenland word afgevaardigd, kan ik ondertussen een vergelijkende studie afleveren. En het klopt wel degelijk: onze festivals zijn piekfijn in orde.

Van één bepaald festival, en niet van de minste, maakte ik zelfs de geboorte mee. Als 14-jarig lid van Jeugdhuis De Pukkel te Leopoldsburg luisterde ik op een ledenvergadering eens mee naar een nieuw voorstel van onze gedreven jeugdleider Chokri. Na wat wandeltochten, fuiven en een deelname aan een carnavalstoet (als Ghostbusters!) leek het hem nu eens een fijn idee om met zijn allen een alternatief rockfestival te organiseren. Iedereen enthousiast natuurlijk. En een naam was makkelijk gevonden.

De eerste Pukkelpop vond plaats op een voetbalveld. Mijn job: de overstroomde kleedkamers – het gevolg van een epische regenbui de dag voordien – helpen leegpompen. Bompa Cool zal later nog dikwijls vertellen hoe hij zijn eerste showbizzervaringen opdeed in de loopgraven van de rock-’n-roll: ‘Manhaftig tapte ik het water urenlang uit de zwengelpomp. Achter mij stond de voltallige Gentse metalband Ostrogoth nors te wachten.’

In de nacht voor de tweede editie sliepen ik en mijn toenmalige beste vriend ieder op een stoel onder het podium. Liever dat dan een uur te verliezen met heen en weer naar huis fietsen. We wilden gewoon geen seconde missen. Zowat tien jaar later opende ik ‘s ochtends het intussen imposant gegroeide festival met een nog onaffe soloversie van ‘It’s a sad sad planet’. Dat ik daar plots helemaal alleen stond te spelen kwam omdat de rest van Evil Superstars nergens te bespeuren was toen Luc Janssen ons onverbiddelijk stipt aankondigde. Er was iets aan de hand met liefjes die niet binnen mochten, een serieuze kwestie in het rockmilieu. Op een gegeven moment zag ik onze ritmesectie buiten adem vooraan bij de security staan, wanhopig gebarend dat ze écht, écht waar nu op het podium werden verwacht. Later op de dag stond ik net buiten de rand van een overvolle Marquee naar dEUS te kijken, kletsnat van de regen.

Wist ik toen veel dat ik ooit meer ‘fridays’ zou staan krijsen dan alle ex-leden samen. Hoe dan ook, goede tijden.

Ach Pukkelpop, je bent voor mij als een traditioneel familiefeest dat nooit zal vervelen. Sterren komen en sterren gaan, maar iets zal ook dit jaar weer bewezen worden: the kids are alright.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven