Thom Yorke en het verdriet van Radiohead, 20 jaar na 'OK Computer': 'Wees eens wat fucking vrolijker!

, door (nm)

'De persoon die ik in de spiegel zag, zei steeds opnieuw: 'You're shit. Alles wat je doet, is shit.''

Thom Yorke heeft vijf woorden ongezouten advies voor zijn jongere, zenuwachtige zelf, de paranoid humanoid die rond de eeuwwisseling meesterwerken als ‘OK Computer’ en ‘Kid A’ schreef: ‘Wees eens wat fucking vrolijker!’ Daarop begint hij hard te lachen. De frontman van Radiohead, die in oktober 48 werd, heeft de tijd waarin hij zich in tourbussen verstopte en zijn leed en angsten in notitieboekjes van zich af schreef ver achter zich gelaten. Nu danst hij op het podium en draait hij plaaatjes in discotheken.

Momenteel zit hij in het Italiaanse restaurant Little Dom’s in Los Feliz, een wijk in zijn tweede thuisstad Los Angeles. Hij draagt een gebleekt jeansjasje met opstaande kraag, een dun, wit T-shirt en iets dat op een lederen broek lijkt. Hij heeft een stijlvolle grijze baard en zijn lange haar is samengebonden in een klein, strak dotje. Little Dom’s is één van zijn favoriete plekjes. Hij bestelt een kopje thee, English breakfast, en later een espresso. In zijn hand heeft hij een iPhone met op de achterkant een sticker die zijn antwoord op zowat elke mogelijke vraag uitspelt: ‘F**k what you heard’.

De Amerikaanse tour met Radiohead is net achter de rug: op hun laatste concert, tijdens het tweede weekend van Coachella, speelden ze voor ruim 90.000 mensen. Het optreden verliep rimpelloos, maar een week eerder viel de geluidsinstallatie tijdens hun set tot twee keer toe uit. Iets gelijkaardigs vond in 1997 op Glastonbury plaats en toen stormde Yorke na het optreden het podium af, ‘klaar om te moorden’. Deze keer lachte hij het grotendeels weg. ‘Ik zou jullie graag een mop vertellen, de sfeer erin brengen, zoiets,’ vertelde hij het publiek. ‘Maar dit is Radiohead, dus fuck it.’ Vandaag voegt hij daaraan toe: ‘Het was net als één van die terugkerende nachtmerries: je speelt je de ziel uit het lijf, terwijl je beseft dat niemand je kan horen.’

Yorke is de laatste tijd vaak de confrontatie aangegaan met zijn oude nachtmerries – en zijn oude ik. Het is de 20ste verjaardag van Radioheads allergrootste plaat, ‘OK Computer’, en hij heeft zich verdiept in zijn oude dagboeken, schetsblokken en demo’s uit die periode, om ze te verwerken in de uitgebreide reissue die deze maand verschijnt. ‘Het was echt heel, heel heftig om alles opnieuw door te nemen,’ zegt hij.

‘Terugkeren naar waar ik toen zat met mijn gedachten – dat is echt geschift.’ De stapels papier – waaronder handgeschreven songteksten op hotelbriefpapier, de handleiding van een ademhalingstoestel (‘Probeer heel hard om niet te panikeren’) en tekeningen van vliegtuigen, helikopters, auto’s, roltrappen en andere vervoersmiddelen – onthullen de diepste gedachten van een 27-jarige die op de rand van de afgrond stond na vier jaar lang op een tourbus te hebben geleefd. ‘Ik was zo goed als catatonisch,’ zegt Yorke. ‘De claustrofobie – ik had gewoon geen enkel besef meer van de realiteit.’

Om dit Humo-artikel verder te kunnen lezen,
kiest u één van deze opties:

IK KOOP DIT ARTIKEL

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven