In Depeche Mode zitten, 't is een zegen en een vloek. Na je debuut behandelen ze je een decennium lang ten onrechte als een stel synthpopmietjes. Als je in 1990 eindelijk afspraak hebt met de geschiedenis, dankzij de classic 'Violator', pakt ook dát slecht uit: de goegemeente zou met nadruk om een herdruk van die blauwdruk blijven vragen. Van de weeromstuit pers je er nóg een meesterwerk uit ('Songs of Faith and Devotion' uit 1993), waarna drank en drugs de drama's ontketenen die je al die tijd bezongen hebt. Life imitates art: sappige kopij levert het nog op, overtuigende elpees niet meer. Lees de review van Sounds of the Universe