© Stephan Peleman
Liever lees ik een boek dan dat ik mijn graad van beschaving aan sterrenrestaurants probeer te ontlenen, en wat culinaire genoegens betreft ben ik allang blij dat ik me niet radeloos hoef af te vragen of ik, en zij aan wie ik vergroeid ben, vandaag wel iets te eten zullen hebben. Noch te drinken.
Toch heb ik deze week graag naar 'Mijn restaurant' gekeken, oorspronkelijk een Australisch format dat 'My Restaurant Rules' heet, en in de originele versie al op Vitaya te zien was. De Vlaamse uitvoering was tot nog toe behoorlijk meeslepend: vijf koppels moeten in acht weken een restaurant uit de grond zien te stampen, en het beste restaurant mag onder auspiciën van de VTM blijven voortbestaan.
Na twee afleveringen heb ik al veel geleerd over het soort middenstanders dat van een eigen restaurant droomt: initieel waren ze bijna allemaal opvallend koppig en er zeer van overtuigd dat hen in de nabije toekomst een culinaire glansrol toekwam. Ze moesten de jury het concept van hun droom voorleggen, en die droom ook een naam geven: een restaurant dat pal tegenover het Gravensteen in Gent gelegen was, zou 'De vergeetput' heten, en een restaurant in Hasselt, waar de aardappel in al zijn hoedanigheden centraal zou staan op het menu, zou 'Les bonnes de terre' heten. De culinaire specialist Dirk De Prins vroeg voorzichtigjes of 'De vergeetput' niet iets te negatief klonk, en hij zei ook dat 'Les bonnes de terre', een vermoedelijke woordspeling op pommes de terre, in het Frans helemaal niets betekende, of toch niets meer dan 'dienstmeiden van aarde', maar de bedenkers hielden halsstarrig vast aan hun vondst. Wie dacht die Dirk De Prins wel dat hij was? 'Dienstmeiden van aarde' zou natuurlijk een gedicht van André Breton, de paus van het Franse surrealisme, kunnen zijn, maar ik zou er niet op rekenen.
Het was na twee afleveringen niet meteen duidelijk of de deelnemers beter waren in koken dan in het verzinnen van een naam voor een restaurant. In de hotelschool Ter Duinen in Koksijde moesten ze onder het toeziend oog van Peter Goossens, de chef van het sterrenrestaurant Hof van Cleve, een bouillabaisse bereiden, en vervolgens een volledig diner klaarmaken voor vijftig man - zogenaamd oud-leerlingen van Ter Duinen, onder wie ook klasgenoten van Peter Goossens, in wier ogen hij niet wilde afgaan. Dat bleek achteraf niet waar te zijn: zonder het te beseffen hadden ze voor Rani De Coninck en de cameraploeg gekookt, maar de stress was er niet minder om geweest. Vooral ene Pieter kwam er bekaaid af: hij had een diploma van de hotelschool, maar volgens Peter Goossens was hij nog niet eens de beginselen van de kookkunst meester, en ontbrak het hem bovendien aan gevoel voor groentes, tuinkruiden, zuivelproducten, vis en vlees. Hoeveel toekomst heb je als kok nog als Peter Goossens, die hier en daar bekendstaat als één van de beste tien chefs ter wereld, je op de televisie afdoet als ongetalenteerde stoethaspel? Nu wil ik ook wel iets op die Peter Goossens afdingen: hij sprak Yanaïka, een Limburgse deelneemster, bijna aanhoudend toe in schertsend namaak-Limburgs. Lui uit andere provincies menen zich die parodiërende toon altijd te mogen permitteren, ondanks het nulsterrentaaltje dat ze zelf uitstoten zodra ze even ophouden met Limburgers belabberd na te zingen.
Ik kan ook lief zijn: Rani De Coninck presenteerde dit programma ingetogen en dus erg goed. Bijna was ik vergeten dat ze in 'GodzijDank' altijd weer een aangeschoten tante op een verschrikkelijk familiefeest lijkt. Of is.





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook