Dwarskijker: 'The Big5 van Europa'

, door (rv)

The Big5 van europa
© Eén

The Big5 van Europa

Eén – 11 januari

Ik heb stilaan genoeg levenservaring om net iets meer plezier aan dieren dan aan mensen te beleven. Let wel: dat bedoel ik voor één keertje niet seksueel. Op dat punt blijven dieren namelijk uitgesproken viezeriken waarmee ik me liever niet afgeef. Maar waar ik het met mijn welnemen over wilde hebben: laatst leverde ik me aan de eerste aflevering van ‘The Big5 van Europa’ over, een programma waarin Chris Dusauchoit, Iwan Lewylle en Frederik Thoelen met goedkeuring van Herman Van Rompuy, de haikukampioen van Europa, op zoek gaan naar de vijf indrukwekkendste wilde beesten van ons geliefde continent, dat alles welbeschouwd de bakermat van te veel om op te noemen is. De makers van dit programma zijn niet voornemens die Big5 unverfroren dood te schieten, integendeel.

Ergens in een bos in Finland had Chris Dusauchoit met een cameraploeg in een kijkhut postgevat, een krappe ruimte vanwaaruit hij stilletjes het dagelijks leven van de veelvraat wilde gadeslaan. De veelvraat is mogelijk iemand die als dusdanig in uw naaste omgeving bekendstaat, maar los daarvan is hij vooral een merkwaardig dier dat – je lacht wat af in de natuur – een compromis lijkt tussen een beer en een marter, omdat zulks hem in evolutionair opzicht het beste uitkwam in de loop der tijden. Als hij er zin in heeft, is de veelvraat van geen kleintje vervaard, zodat hij, tot afgrijzen van Laplandse rendierhouders, weleens zijn tanden in een groot rendier zet. Zouden er naar de veelvraat gemodelleerde knuffeldieren in de handel zijn, voor balorige Lapjes? Na achttien uur geduld doken er in het blikveld van Chris Dusauchoit ineens twee dartelende veelvraten op, een stelletje dat zo te zien aan het warmdraaien was voor een flinke paring onder de blote hemel. Chris Dusauchoit beschreef tussendoor, langs z’n neus weg, het palet van geuren dat hij na achttien uur observeren in zijn bedompte hok gewaarwerd: het stonk er naar verluidt niet alleen naar zweetvoeten, maar ook naar ‘niet zo lekkere onderbroeken.’ ‘Niet zo lekker’: wellicht had hij uit verveling op z’n onderbroek zitten sabbelen, wat niet ongewoon is voor mensen die meer van de natuur houden dan nodig is. Chris gunde ons in een terzijde ook een voorproefje van zijn memoires: hij was al eens eerder in Finland geweest, een land waar het ’s zomers sterft van de muggen. Die insecten hadden hem toen zodanig gestoken dat hij in een anafylactische shock was geraakt, een hevige allergische reactie waarvan helaas geen beelden ter beschikking waren. Dit keer was hij op het ergste voorbereid – pillen, smeersels, muskietennetten – maar geen mug te bekennen. Als je ze nodig hebt, blijven ze weg, die tweevleugelige klerelijers met hun infame zuigsnuit. Ook dierenliefde heeft haar grenzen.

Iwan Lewylle en Frederik Thoelen, biologen, trokken ondertussen naar Kassel, een plaats in Duitsland die ze ‘de wasberenhoofdstad van Europa’ noemden, terwijl Kassel eigenlijk om Documenta, de vijfjarige tentoonstelling van actuele beeldende kunst, bekend hoort te staan. Op de daken van vele huizen was schrikdraad gespannen, en de regenpijpen waren van scherpe uitsteeksels voorzien, opdat de wasberen, geboren geveltoeristen, ze niet zouden kunnen opklimmen. We kregen een kamer te zien waar die dieren hadden huisgehouden: bij de aanblik van die ravage – alsof een divisie van een rebellenleger er een overwinning op de regeringstroepen en in één moeite door ook een verjaardag had gevierd – probeerde ik een glimlach te onderdrukken, maar ik faalde. In het donker zagen de biologen enkele wasberen door het struweel scharrelen: ogen die lieflijk het schijnsel van een zaklamp reflecteerden. Geinige beesten, bevallige bandieten, schijnbaar aaibare reltrappers, maar volgens het selectiecomité toch niet geschikt om tot de Big5 van Europa gerekend te worden. Het zijn namelijk exoten: dieren die niet in Europa thuishoren, maar hier ooit ontsnapt zijn uit een nertskwekerij, en het vervolgens in Kassel, waar ze thans met z’n vijftigen op één vierkante kilometer voorkomen, erg naar hun zin bleken te hebben.

De veelvraat werd dan weer wél uitverkoren. Het zat me niet helemaal lekker dat lieden, van wie sommigen mogelijk een minder lekkere onderbroek droegen, wilde dieren aan een door mensen bepaalde competitie wilden onderwerpen, een concours met criteria: uiterlijk, gedrag, zeldzaamheid en ‘kippenvel’. Ik heb vooreerst al de pest aan de notie ‘kippenvel’, iets waar de ergerlijkste bekende Vlamingen onveranderlijk last van beweren te hebben als hen bij het verlaten van een willekeurige première een microfoon onder de gok wordt geduwd. Ik was allang blij geweest met beelden van indrukwekkende wilde dieren in Europa, en met de fluisterstem van Chris Dusauchoit die zulke dieren van dichtbij bij hun naam noemt. Het moet adembenemend zijn om ’s nachts een stadsvos over de Champs Elysées te zien trippelen met een geroofde chihuahua in de vang. Ik droom ervan ooit nog eens wolvengehuil te horen in de Vlaamse Ardennen, op een maannacht. Wat ik zo laat nog in een bos te zoeken heb, is me, nog voor ik het heb beleefd, al een raadsel.

Voor het overige ben ik van plan naar ‘The Big5 van Europa’ te blijven kijken en niets af te dingen op de dierenliefde van Chris Dusauchoit.

Humo 3829 21/01/2014

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 21 januari 2014

Lees alle reportages

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan