
Ik wil maar zeggen dat ik ze nu ook weer niet zó onsympathiek vind. Als ik dat even buiten beschouwing laat, durf ik te vermoeden dat ze zich bevrijd zouden voelen mocht iemand hen zeggen: 'Spreek maar voluit jullie dialect, hoor, want Nederlands is tegenwoordig facultatief bij de openbare omroep. Qua taal is Frank Bomans zowat de norm.'
In 'Zonde van de zendtijd' proberen ze zich vrolijk te maken over de populaire media en de levende have die erbij hoort: meestal BV's van de fluttigste soort. Het heet satire, omdat het een naam moet hebben. Nu, dat soort BV's vind ik stilaan een mikpunt dat z'n beste tijd heeft gehad: iederéén lacht met Ignace Crombé, tot zijn ex toe, en als ik in de iets te populaire pers interviews met zulke knakkers of hun exen lees, weet ik wel zeker dat ze, zij het geheel onbewust, hun eigen beste satiricus zijn. Ik vrees dat ik die luitjes stilaan een beetje beu ben, ook als onderwerp van satire. Satire is namelijk óók aandacht.
Henk Rijckaert en Bert Gabriëls presenteren 'Zonde van de zendtijd' in een gemiddelde Vlaamse huiskamer, waar een uitgekiende rommeligheid heerst. Er gedijen een paar sanseveria's. Dat beeld voerde me terug naar het 'Huis van wantrouwen' en in één moeite door ook naar het ideeëngoed van Mark Uytterhoeven. Het lijkt alsof Rijckaert en Gabriëls ooit een zomercursus bij Uytterhoeven hebben gevolgd, waardoor ze bij de pastis gingen denken dat ze klaar waren voor het grote werk. Soms zweemt 'Zonde van de zendtijd' naar 'Alles kan beter', maar evengoed naar 'Trigger happy', en zelfs naar 'Sterren & Kometen'. Helaas moet ik er nooit van harte om lachen, en - erewoord - dat ligt dit keer niet aan mij.





























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook