De Tand Des Tijds: High Noon (Fred Zinneman, 1952)

, door (es)

Onmiddellijk nadat wij als kind op een zaterdagmiddag naar ‘High Noon’ hadden gekeken, sprongen wij op ons paard – in feite een oude bank waar ons poatjen een zelf getekende en uit karton gesneden paardenkop op had gemonteerd - en speelden wij de geweldige climax uit die razend spannende western van Fred Zinneman zo goed mogelijk na: ‘Pangpangpang, je bent dood, Kane!’ Nu we ‘High Noon’ opnieuw hebben bekeken, valt ons – behalve dat de finale shoot-out nog steeds knettert als pinkstervuur – vooral op wat voor een bittere film het in wezen is.

Voor Will Kane (Gary Cooper) begint de dag nochtans in een sfeer van blijgeestigheid: na enkele succesvolle jaren zit zijn werk als sheriff erop, zijn opvolger is op komst én hij treedt in het huwelijksbootje met zijn verloofde Amy (Grace Kelly). Kleine tegenslag: Will en Amy hebben elkaar nog maar net het jawoord gegeven, of de stationschef komt hem vertellen dat zijn oude tegenstander Frank Miller met de trein van klokslag twaalf uur in het stadje zal arriveren.

De grimmige blikken van de drie outlaws (u herkent de haakneus van de jonge Lee Van Cleef) die hun bendeleider in het stationnetje staan op te wachten (u kent dat soort schurken wel: wanneer ze een stadje binnenrijden, maken de voorbijgangers vanzelf een kruisteken) laten niets aan de verbeelding over: die bende is van plan om Kane vol lood te pompen. Bezorgd werpt de pas getrouwde Kane een blik op de wandklok, en in de achtergrond zien we hoe ook alle andere ogen in de kamer zich zenuwachtig op de wijzers richten: 20 voor 11, nog maar een dik uur om maatregelen te treffen. Het vervolg van de plot ontvouwt zich - zoals duidelijk valt af te leiden uit de horlogeglazen die geregeld in het beeldkader verschijnen - in real time, aan een meedogenloos ritme, waarbij de grote en de kleine wijzer onstopbaar naar het zenit schuiven. Zijn vrienden manen hem aan om de stad uit te vluchten: ‘En wel meteen, je bent toch geen sheriff meer, het heeft geen zin om nu nog je hachje te riskeren.’ Will raast de stad uit, maar ineens houdt hij de teugels in (‘It’s no good. I got to go back.’), speldt hij z’n badge opnieuw op, en besluit hij – tot afgrijzen van zijn vrouw – om zijn tegenstanders te trotseren. Niet omdat hij zonodig de held wil uithangen, zo moet hier absoluut worden gezegd, maar vanuit een laaiende morele drang om the right thing te doen.

Wie ‘High Noon’ nog nooit heeft gezien, zou kunnen denken dat we hier hebben te maken met een conventionele schiet-ze-maar-aan-flardenwestern met openklappende saloondeuren, briesende paarden en blaffende pistolen. Klopt, maar ‘High Noon’ is nog veel méér: want wat volgt, is een niets meer of niet minder dan een genadeloze ontmanteling van de menselijke aard. Terug in de stad probeert Will om enkele hulpsheriffs te beëdigen, zodat hij Miller en zijn mannen niet alleen hoeft te trotseren, maar de mensen die hem in het begin van de film nog op handen droegen, keren zich één voor één van hem af. Sommigen geven zelfs ruiterlijk toe – en het is hier dat ‘High Noon’ onverbiddelijk laat zien hoe cynisch de mens kan zijn - dat ze Miller en zijn mannen graag zien komen, want dat is goed voor de zaken. Tja: een misdadiger die het geld laat rollen, is beter voor de horeca dan een sheriff met een onkreukbare moraal.

In de aangrijpendste scène begraaft Will (zonder het minste sentiment vertolkt door Cooper) zijn hoofd in zijn handen en begint hij zijn testament op te stellen; en zelfs in de prachtige zwart-witfotografie van Floyd Crosby (de vader van David Crosby van Crosby, Stills and Nash!) is te zien hoe hij verbleekt van wanhoop. En terwijl het op aarde even stil wordt als in de hemel, zien we Will door de lege hoofdstraat stappen, de uitsluitend voor hem bestemde kogels tegemoet, zonder rugdekking van de Avengers of de Justice League, maar moederziel alleen – God beware je en Christus zij met je, Will.

Alléén: zo moet ook scenarist Carl Foreman zich hebben gevoeld toen hij tijdens de door de beruchte senator en communistenjager McCarthy ontketende heksenjacht op de zwarte lijst belandde. Zijn script voor ‘High Noon’ was in zekere zin een vergeldingsactie; dit is de film waarmee hij terugschoot op al die mensen die niet durfden op te komen voor de acteurs, de regisseurs en de scenaristen die in Hollywood op het eind van de jaren 40 en het begin van de jaren 50 op de blacklist werden gezet en zo hun werk verloren. Geen wonder dat John Wayne, één van de grootste matennaaiers uit die tijd, een hekel had aan ‘High Noon’.

De allerlaatste scène is niet alleen de beste, maar ook de bitterste – en wie de afloop niet wil kennen, moet nústoppen met lezen. De outlaws zijn dood, de kruitdampen zijn opgetrokken, de bewoners van het stadje verschijnen weer op straat en verzamelen zich rond Will. Gaan ze hem hun excuses aanbieden? Hun handen in onschuld wassen? Zal Will een belangrijke speech afsteken en hen vergiffenis schenken? Neen: hij knijpt zijn lippen samen tot een grimmige streep, werpt een vlammende blik op hen, trekt z’n badge van z’n jasje, en smijt hem in het zand. Waarna hij de stad uitrijdt, de dode schurken en de al even stil geworden lafaards voorgoed achter zich latend.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven