Film Fest Gent - Deel 1: een hilarische Adam Driver gaat met alle aandacht lopen

, door (vvp)

1200

Het doet toch altijd wat raar aan, zo’n filmfestival. Films bekijken wij normaal in een halflege zaal waar dan nog eens de helft van de toeschouwers bestaat uit popcorn vretend, zwaar uit de mond ademend, nauwelijks hun sluitspier beheersend schorriemorrie. Maar op het filmfestival – ja, hét filmfestival – zie je natuurlijk niks dan okselfrisse intellectuelen, slimme studenten met meningen en ander volk dat in z’n leven naast een dvd ook al weleens een boek heeft besnuffeld. Het is alleszins leuk om met een geïnteresséérd publiek, allemaal samen, te genieten van films waar je op voorhand eigenlijk nougatbollen van weet, om je onbevangen te laten verrassen door wat het witte doek nu weer te bieden heeft, en om daar achteraf bij een pint of twee over te lullen dat het een lieve lust is.

'Bobby Riggs blijkt vooral een aimabele loser te zijn die toevallig héél veel heeft gewonnen in zijn leven'

Over lullen gesproken: het aangename ‘Battle of the Sexes’, onze allereerste Film Fest Gent-film van het jaar, gaat over de befaamde tennismatch uit 1973 toen de nummer één bij de vrouwen Billie Jean King het opnam tegen het zelfverklaarde ‘male chauvinist pig’ van het mannentennis, de 55-jarige Bobby Riggs. Die laatste deed zwierige uitspraken als ‘vrouwen zijn goed in de keuken en in de slaapkamer, maar verder moeten ze niet komen’, maar blijkt in de film (vertolkt door een uitstekende Steve Carell) vooral een verwoed sjacheraar te zijn die zijn machismo voornamelijk aanwendt als marketingtruc. Billie Jean King is in de gedaante van de altijd voortreffelijke Emma Stone dan weer helemaal níét de bh verbrandende feeks waarvoor ze destijds, door sommige partijen, versleten werd. Ze is gewoon een vrouw die een beetje respect wil én verdient. Een vrouw tout court dus. De match tussen hen – een Money Fight lang voor er van Floyd Mayweather en Conor McGregor sprake was – was geen sportwedstrijd, maar een clash tussen twee filosofieën: de progressieve ideeën van toen en de restanten van het kletsen-op-de-poeptijdperk uit de jaren 50.

De film komt natuurlijk nét op het goeie moment: sinds de zaak Harvey Weinstein Hollywood op zijn grondvesten deed daveren, is seksisme weer helemaal een hot button issue. Maar regisseurs Jonathan Dayton en Valerie Faris kozen er nadrukkelijk níét voor om van ‘Battle of the Sexes’ – het had de titel kunnen zijn van een jaren 30-komedie met Katharine Hepburn en Spencer Tracy – een prekerig politiek epistel te maken. Ze focussen in de plaats op hun twee hoofdpersonages als ménsen, die zorgvuldig en met veel empathie uitgediept worden; de echte seksistische lul wordt gespeeld door Bill Pullman, Bobby Riggs blijkt toch vooral een aimabele loser te zijn die toevallig héél veel gewonnen heeft in zijn leven. En ook al ken je bij voorbaat natuurlijk allang de uitslag van de bewuste Grote Wedstrijd, toch zit je na afloop in je zitje mee te juichen: hét kenmerk van een goed sportdrama.

Na een korte plaspauze was de volgende film alweer begonnen. Of had de technieker per abuis terug hetzélfde spoeltje laten afspelen? We keken alwéér naar een historische kamp, alwéér in de jaren 70 en alwéér in het toptennis! Bij nader inzien bleek het ditmaal echter om ‘Borg/McEnroe’ te gaan: een film over een rivaliteit die in de geschiedenisboekjes zó naast Messi-Ronaldo en Frazier-Ali mag staan. Al zijn de dichtste vergelijkingspunten eerder Niki Laudi en James Hunt, de legendarische formule 1-piloten. Björn Borg en John McEnroe hadden namelijk, net als zij,een totaal tegengesteld karakter: de één was koel en berekend, de ander vurig en temperamentvol. Ice & Fire, zo noemden ze hen; de Jon & Dany van hun tijd. Jammer wel: de film die eerder werd gemaakt over Lauda en Hunt (‘Rush’ van Ron Howard) is honderd keer opwindender en meeslepender dan het veeleer makke, onder een gewichtig sfeertje gebukt gaande ‘Borg/McEnroe’.

Waar liggen de unforced errors? De Zweedse regisseur Janus Metz koos ervoor om tussen de psychologische voorbereidingen van zijn protagonisten op de Wimbledon-finale van 1980 ook allerlei flashbacks naar hun jeugd in te lassen, wat het tempo helemaal breekt. (Fun fact: de kleine Borg wordt gespeeld door Borgs zoon Leo.) Verder heeft ‘Borg/McEnroe’ geen knallende acteerprestatie zoals die van Daniel Brühl in ‘Rush’. Hoe hard Shia LaBeouf (als McEnroe) ook z’n zwetende best staat te doen, wij moesten toch aldoor denken aan die ene gekke motivational video die hij ooit op YouTube zwierde. Sverrir Gudnason daarentegen is helemaal Borg: onleesbaar en emotieloos – alleen is dat minder interessant voor een acteur dan voor een tennisser. Gelukkig is er nog die prachtige Stellan Skarsgård als Borgs complexe coach Lennart Bergelin. Hij wist in een interview de relatie tussen Bergelin en zijn pupil mooier te vatten dan eender welke dialoog in de film: ‘Zij zijn zoals Mozart en Salieri. Alleen denken de mensen dat Salieri jalóérs was op Mozart. Maar ik denk dat hij alleen maar pure fascinatie voelde, en liefde voor zijn genie.’

Wie genie zegt, komt natuurlijk vroeg of laat uit bij de immer entertainende, heerlijk wispelturige cineast Steven Soderbergh, die na een pauze van enkele jaren nog eens een film maakte die – hoera! – helemaal níks met tennis te maken heeft. ‘Logan Lucky’ is daarentegen het verhaal van twee goedbedoelende criminele broers (Channing Tatum en Adam Driver) die samen met een ragtag team van allerhande specialisten een grote kraak willen plegen. Klinkt bekend? Ja, de plot lijkt wel héél erg op die van Soderberghs grootste hit ‘Ocean’s Eleven’. Maar er zit een enorm leuke twist aan: alle personages – zelfs de geblondeerde Daniel Craig – zijn arme trailer trash rednecks uit het diepe zuiden van Amerika, nog dommer dan de personages uit ‘Burn After Reading’ van de Coens.

Channing Tatum zet zoals altijd een goeie hoofdrol neer (hij wil gewoon zijn dochtertje gelukkig zien opgroeien!) en Craig is werkelijk bespottelijk met die ridicule coupe van ‘m, maar toch is het een hilarische Adam ‘Kylo Ren’ Driver die met de aandacht gaat lopen; wij hadden in hem nooit zo’n diep komisch reservoir vermoed. Hij doet er úren over om zijn zinnen uit te spreken en hij doet dat met zulke eerbiedwaardige bedachtzaamheid – alsof hij tijdens het spreken zijn zinnen woord per woord construeert – dat het bijna ontroerend is. Topscenario ook; ‘Logan Lucky’ is vaak geestig en spannend, maar heeft op de koop toe een hart voor z’n personages, die, hoe belachelijk ze ook zijn, nooit door Soderbergh worden úítgelachen. De twee enige minpuntjes: Seth MacFarlane heeft een onbegrijpelijke bijrol als Britse coureur (Sacha Baron Cohen was in een gelijkaardige rol in ‘Talladega Nights’ véél grappiger) en ná de fameuze kraak blijft de film nog iets te lang bollen.

Alleszins: wij spoelen onze mond met Red Bull, duiken de avondvoorstellingen in, en zien u morgen terug. Yee-haw!

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven