Film Fest Gent - deel 4: zes films per dag bekijken begint zijn tol te eisen

, door (vvp)

larshall1200

Ondertussen groeien er hoornige schellen op ons netvlies en zit ons achterste onder de doorligwonden – als u ’s nachts iemand met een koperen beker tegen de veiligheidstralies van de Kinepolis hoort ratelen, dan zijn wij het – maar volharden zullen we!

Het is prettig om tussen de zware kunstfilms door eens te kunnen ontspannen, en dus waren wij met ‘Marshall’, eigenlijk een weinig om het lijf hebbend filmpje, maar wel één dat er fluks de pas in houdt, heel blij. ‘Marshall’ gaat over de échte Thurgood Marshall, in de jaren 40 de advocaat van de NAACP (de National Association for the Advancement of Colored People) en een zwart icoon dat later geloofd werd door mensen als Martin Luther King. Eigenlijk de advocaat van de burgerrechtenbeweging, lang vóór er van een burgerrechtenbeweging sprake was. In deze film werpt hij zich, samen met beginnend advocaat Sam Friedman (Josh Gad) op de zaak van een blanke vrouw die verkracht werd door een zwarte man. Met alle kronkels en retorische monologen die je van een klassiek rechtbankdrama verwacht.

En veel meer valt daar nu ook niet over te zeggen, behalve dan dat de rol van Marshall gespeeld wordt door Chadwick Boseman: hij gaf in ‘Captain America: Civil War’ al gestalte aan de impressionante superheld Black Panther (in 2018 krijgt hij zijn eigen film) en kruipt hier dus in de huid van een échte held. Boseman is een fijne acteur en vertolkt Marshall met veel swagger, al mankeert hij voorlopig toch nog een beetje de natuurlijke autoriteit die een rol als deze nodig heeft.

Over dan naar een bovengemiddeld boeiend sociaal drama: ‘L’atelier’ van Laurent Cantet, de regisseur die in 2008 de Gouden Palm won voor zijn lerarendrama ‘Entre les murs’. Hier heeft hij het over een zomercursus literatuur, waarbij een chique schrijfster (Marina Foïs) uit Parijs overkomt om samen met een groep doelloze jongeren aan een thrillerroman te werken. Heel de maatschappij zit in de groep vertegenwoordigt: moslimjongens en -meisjes, blanke en zwarte snoeshanen, gegoede en arme kinderen. Het hoofdpersonage is Antoine (Matthieu Lucci), een lokale jongen die duidelijk vol frustraties zit, en die zich online laat leiden naar filmpjes vol extreemrechts gedachtengoed. Wanneer het in de schrijfles over een moord gaat, begint hij iets té wild te fantaseren, zeker wanneer hij ook nog eens terechtkomt in een platonische haat-liefdeverhouding met de lerares.

De jongeren die de revue passeren, voelen allemaal waarachtig aan (zoals dat in ‘Entre les murs’ ook al het geval was), en hun ruzies en conflicten snijden rake pijnpunten aan in onze maatschappij. Terrorisme staat natuurlijk centraal, alsook wat zich zoal afspeelt in de kopjes van lone wolf-schutters: wat drijft iemand om zo aan het flippen te gaan? Zo heeft ‘L’atelier’ iets academisch – die vragen worden létterlijk onderzocht in de schrijfles – maar evengoed evolueert het verhaal in de richting van een oncomfortabele, donkere thriller, zonder evenwel z’n personages opzij te schuiven ten voordele van sensatie. Integer filmpje!

In ‘L’atelier’ suddert het geweld – of de dreiging van geweld – nog onder de oppervlakte, in de Finse horrorfilm ‘Lake Bodom’ mag het nog eens vollédig, zonder enige gêne, losbarsten. Leuk!

Al zal ‘Lake Bodom’ niet meteen uw kijk op het horrorgenre radicaal bijstellen. Het is een film uit de ‘Evil Dead’-school – vier jongeren trekken samen naar een afgelegen plekje bij een meer aan de rand van het bos, en daar worden ze één voor één belaagd door een onzichtbare killer – die zó gretig uit het schaaltje clichés plukt dat er nauwelijks wat te sidderen valt. De fake scare van de onnozele vriend die vanachter de tentflap tevoorschijn springt? Het meisje dat tijdens het vluchten valt en haar voet verstuikt? De personages die hun ziel blootleggen terwijl de killer evengoed één boom verder zou kunnen staan? Allemaal present! Alleen in het laatste, sappige kwartier begint ‘Lake Bodom’ entertainend (en bloederig!) te worden. Maar zelfs dan: het trucje met de toe gelijmde mond kennen we al van in het superieure ‘Ich seh, ich seh’ en voor de écht gesjeesde gore kan u beter nog eens naar pakweg ‘Haute tension’ kijken. Hap-slik-weg!

Hadden we nog dit grapje opgeschreven: ‘Lake Bodom’? More like: ‘Lake Boredom’! Haha!

Ja, zes films per dag kijken, het begint z’n tol te eisen. Wie ons morgen raaskallend tegenkomt in de Kinepolis-toiletten terwijl we het hebben over de metafysische dimensie van de Marvel-films: vergeef ons! Tot dan, alvast.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven