Film Fest Gent - Deel 5: Je zou voor minder een tot op de achterste rijen hoorbare zucht slaken

, door (vvp)

1200

Vanochtend wakker geworden uit een zweterige koortsdroom – we werden op de hielen gezeten door een blade runner, een dikke kolonel uit de Vietnamese jungle en een maffioso met een bebloede paardenkop onder de arm – en gedacht: hoog tijd om nog eens een filmpje of vijf na elkaar te bekijken.

Dit jaar werden we er nog eens aan herinnerd: in Wallonië weten ze hoe ze een filmpje in elkaar moeten steken. Eerst was er ‘Grave’, het fijngevoelige én bloeddorstige regiedebuut van Julia Ducournau, en nu nog eens ‘Tueurs’: alweer een eerste worp, dit keer van cameraman Jean-François Hensgens en zijn partner in crime, ex-topcrimineel François Troukens. Het gaat hier om een beenharde politiethriller die uitgaat van een intrigerende premisse: wat als de gevreesde, intussen mythische Bende van Nijvel (in het Frans, veel mooier: Les tueurs fous du Brabant) opeens opnieuw de kop zou opsteken?

Maar de beruchte bandieten zijn niet de protagonisten van ‘Tueurs’, wél een nietsvermoedende bende criminelen bestaande uit onder meer oude rot Frank Valken (Olivier Gourmet) en de jonge Vik (een in volle ‘pas maar op of ik duw mijn blaffer in uw gezicht’-modus verkerende Kevin Janssens). Zij worden erin geluisd door wat al snel de échte Bende van Nijvel blijkt te zijn. Aan agente Tesla (Lubna Azabal) om het kluwen van boevenstreken, leugens en samenzweringstheorieën te ontrafelen.

In de tweede helft vervalt ‘Tueurs’ min of meer in het stramien van de klassieke politiefilm – maskers vallen af, er volgen schietpartijen en ijskoude liquidaties – maar vandaag hebben we geen zin om te zeuren. Want tot aan het middelpunt, zéker in het eerste, bijna woordenloze halfuur, ontpopt ‘Tueurs’ zich tot een prachtig gefotografeerde, op een nachtelijke dum-dum-dum-soundtrack voorbij glijdende Waalse variant op ‘Heat’ van Michael Mann, waarin met veel gevoel voor stijl en suspense het doen en laten van Valken en de zijnen – allemaal geharde professionals – in beeld wordt gezet. Fraai!

Binnenkort komt ook ‘Het tweede gelaat’ van Jan Verheyen in de zalen, de eerste Vincke & Verstuyft film na ‘Dossier K’ van zeven jaar geleden: ook niet kwaad, maar ‘Tueurs’ is beter.

Van het harde Brusselse criminele milieu naar het bucolische platteland in het Frankrijk van de jaren 1910: ‘Les gardiennes’ is de nieuwe film van ‘Des hommes et des dieux’-regisseur Xavier Beauvois, en gaat over enkele vrouwen – de oude Hortense (Nathalie Baye), haar dochter Solange (Laura Smet) en vooral de nieuwe dienstmeid Francine (debutante Iris Bry) – die samen een boerderij onderhouden terwijl de mannen vechten aan het uitzichtloze front van WO I.

Beauvois zou Beauvois niet zijn als hij niet zijn sweet-ass time zou nemen om zijn verhaal te vertellen. Seizoenen komen, seizoenen gaan, en ondertussen ondergaan de vrouwen het rustig kabbelende leven van toen, een bestaan van een simpele, vandaag amper nog voor te stellen eenvoud. Op z’n mooiste momenten benadert de film (van heel ver, maar toch) de in magische herfstkleuren gedrenkte schoonheid van Terrence Malicks ‘Days of Heaven’, maar nog meer gelijkt-ie op Roman Polanski’s bloedmooie ‘Tess’ met Nastassja Kinski: ook daar werd een simpele boerendochter een speelbal van lot en liefde in een tijd waarin een boerendochter maar weinig eigen keuzes kon maken.

In ‘Tess’ moet ‘Les gardiennes’ duidelijk zijn meerdere erkennen – die film zegt méér over vrouwen in die tijd, bevat veel verbluffender shots én voelt met z’n drie uur toch minder lang aan dan deze ietwat kabbelende productie – maar wie zijn horloge even gelijk kan stellen met het ritme van dit bijzondere tijdsgewricht krijgt er een mooie noodlotstragedie, met een nog mooiere slotscène, voor in de plaats.

Dan hebben we nog een eigenaardig kleinood achter de kiezen gekregen, waarvan we eerlijk gezegd geeneens doorhadden dat het eraan zat te komen: ‘Wonderstruck’, de nieuwe film van ‘Carol’- en ‘Far from Heaven’-regisseur Todd Haynes. Haynes ging, als professionele nostalgicus, alweer graven in het prille verleden van de twintigste eeuw, en sneed een genre aan dat we nooit met hem hadden geassocieerd: de magisch-realistische kinderfilm.

‘Wonderstruck’ zou weleens Haynes’ meest ambitieuze film tot nu toe kunnen zijn. Zijn verhaal speelt zich af in twéé historische periodes: in 1927 en in 1977. In beide luiken trekt een kind op z'n uppie naar het grote New York, weg van alles, op zoek naar een soort van verloren ouderfiguur. De twee periodes worden door cinematograaf Edward Lachman enig mooi op 35mm vastgelegd. 1927 was de tijd van de stille film, toen het geluid net zijn intrede deed, van rariteitenkabinetten en op jazz dansende, in korte rokjes getooide flapper-meisjes; in 1977 lag New York onder het vuil, zag je overal olifantenpijpen, afro’s en pornocinema’s, en speelden de jukeboxen in de diners funk en vroege disco. Haynes doet de New Yorkse straten bruisen en knetteren, en hij durft het aan om een groot deel van het verhaal te laten ontplooien als een stille film – de beste vondst: de twee hoofdpersonages zijn doof – met een soundtrack die op maat gemaakt is van het decennium in kwestie.

En toch wil ‘Wonderstruck’ niet helemaal blijven plakken. De eerste helft van de film schippert als een losgeslagen driemaster tussen de twee verhaallijnen. De tweede helft is coherenter, maar toch kan de ietwat geforceerde conclusie niet helemaal bekoren of ontroeren. De accountant in ons denkt ook: voor wie ís deze prent? Voor kinderen is hij ongetwijfeld te traag, te vaag en te ráár, voor volwassenen is-ie dan weer erg whimsical, alsof je naar een tot leven gekomen prentenboek zit te kijken – vergelijk het met ‘Hugo’ van Martin Scorsese, maar dan ongrijpbaarder, abstracter en experimenteler.

Wij onthouden vooral één prachtig beeld: dat van de enorme maquette van het met lichtjes en straatlantaarns bezaaide New York, waarin onder sommige huizen kleine knipogen aan het verleden en aan overleden dierbaren verborgen liggen. De hele wereld als één groot memento mori, als een museum of een mausoleum ter ere van iedereen die er niet meer is. Je zou voor minder een tot op de achterste rijen hoorbare zucht slaken.

En zo kan het wel weer met de Gentse Tripels. Als u toevallig nog eens langsheen de steiger van Kaffee De Planck passeert, dan mag u onder het bord met de dagelijkse specials gerust een strookje Dafalgan achterlaten. Voedselpakketten richt u dan weer best aan Kinepolis, Ter Platen 12, 9000 Gent. Gebedjes mogen, al verkiezen wij nog altijd cash. Tot morgen!

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De website van Humo maakt gebruik van cookies.   Meer info   Deze melding niet meer weergeven