Erotische cultclassics: 'Oktoberfest! Da kann man fest...' (Hans Billian, 1973)

, door (es)

Meer erotische cultclassics »

In ieder van ons – ja, ook in u! - schuilt een Dr. Jekyll en een Mr. Hyde. De Jekyll in ons houdt van de films van Stanley Kubrick, geniet van de kortverhalen van Tsjechov, en legt af en toe een streepje Satie op. De Hyde in ons werpt zich graag op frieten met lookworst, gaat uit de bol op Italiaanse disco, en heeft zich gisteravond – uiteraard nadat onze huisgenoten Iejoor en Teigetje waren gaan slapen - te pletter geamuseerd met één van de vrolijkste erotische flicks die we tot nu toe hebben mogen aanschouwen: ‘Oktoberfest! Da kann man fest...’! Wat een verademing om eindelijk eens een film te zien die zonder gêne mikt op de Heilige Drievuldigheid die – laten we wel wezen – het leven de moeite waard maakt: borsten, billen, en bier. We hebben ons zelfs zógoed vermaakt dat we tijdens de eindgeneriek uit volle borst en al zwalkend rond de salontafel de niet uit het hoofd te krijgen titelsong meebrulden: ‘Oktoberfest! Da kann man fest!/Und richtig fröhlich sein!’

Ah, de Oktoberfeesten! Ieder jaar zakken tienduizenden mensen in lederhosen af naar München voor één van de merkwaardigste fenomenen ter wereld: de bierfeesten. Terwijl Beierse blaaskapellen van jetje geven, zitten de deelnemers aan ellenlange tafels in reusachtige tenten literpullen bier te zuipen en bratwurst te schransen – en dat zestien dagen lang. Voor sommigen is het de hemel, voor anderen de hel, en in dit geval vormt het de achtergrond van een seksklucht zoals – Deutschland über alles! - alleen de Duitsers die in de jaren 70 konden maken. In ‘Oktoberfest! Da kann man fest...’ trekken drie getrouwde heren, onder wie een Duitser van Italiaanse komaf, vanuit hun slaperige Beierse dorpje naar de biergartens in München, vastbesloten om eens goed aan de scharrel te gaan: ‘Als ik eraan denk, voel ik het al kriebelen in de broek!’ Tegen de sleur van het huwelijk, zo zijn de heren van oordeel, bestaat immers geen betere remedie dan een goed slippertje. Vandaar ook dat ze zich niet bepaald schuldig voelen: ze gaan immers niet naar de bierfeesten om hun echtgenotes te bedriegen, maar om hun huwelijken te redden. Sekskluchtlogica: er valt geen speld tussen te krijgen.

Eenmaal in München verloopt de jacht op gewillig vrouwvolk iets minder vlot dan verhoopt, maar dat neemt niet weg dat we ons à volonté kunnen vergapen aan blote boezems en derrières terwijl er valt te smullen van dialogen als: ‘Ich bitte Sie, kunt u niet met de tuchtiging van uw vrouw wachten tot u thuis bent?’ en – o, de poëtische schoonheid van de taal van Goethe - ‘Ich bin schon ganz nass.’ In de eigenaardigste scène stapt de Italiaan een wijkbioscoop binnen waar enkele tientallen knappe jongeren in oranje pluchen zetels al kussend en vrijend naar de Tirolerseksfilm ‘Liebesjagd durch sieben betten’ zitten te kijken. Wat dus betekent dat we heel even naar een erotische-film-in-de-erotische-film zitten te kijken: het heeft zowaar iets surreëels.

Meer cultureel verfijnde mensen zullen hier wellicht hun neus voor ophalen, en misschien hebben ze geen ongelijk, maar dat neemt niet weg dat het in 1973 in de Duitse bioscopen storm liep voor de wulpse strapatsen van de drie heren. Een mens vraagt zich evenwel af: wat deden die sekskomedies met de psyche van de kijker? Werden de toeschouwers op de één of andere manier gebrainwasht door de zwijnerijen die zich op het scherm voltrokken? Zou het kunnen dat men de bioscoopzaal verliet met een seksuele moraal die nog losser hing dan een paar jarretellen? Ging men weer naar huis in de overtuiging dat vrouwen altijd en overal ganz nass zijn en voortdurend bereid zijn om zich zonder tegenpruttelen laten betasten, of wist men een duidelijk onderscheid te maken tussen de cinema en de realiteit? Bestaat er een verband tussen sekskluchtconsumptie en grensoverschrijdend gedrag? We moeten nu zelfs even denken aan Harvey Weinstein, die zich na de beschuldigingen aan zijn adres verdedigde door te stellen dat hij ook maar een kind is van de ‘losse’ jaren 70. We ruiken een interessant debat, maar als puntje bij het geprikkelde paaltje komt, kunnen we alleen maar uit eigen ervaring spreken. Welaan dan: natúúrlijk heeft ‘Oktoberfest! Da kann man fest...’ onze onderbuik beroerd: op het moment dat die Deense griet haar rode badjas uitspeelde, met dezelfde zwierigheid waarmee Bayern München z’n wedstrijden speelt, konden wij onszelf luidop ‘Wunderbar!’ horen roepen. Maar het is zéker niet zo dat we achteraf de onweerstaanbare drang voelden om op onze knappe buurvrouw af te stappen en ongevraagd onze bratwurst boven te halen. Alle lederhosen bij elkaar genomen lijkt het ons zelfs een stuk gezonder én gezelliger om allemaal samen in een bioscoopzaal naar ‘Oktoberfest! Da kann man fest...’ te kijken, dan in je eentje achter gesloten gordijnen naar beenharde porno te zitten turen. En dan nu allemaal samen: ‘Oktoberfest! Da kann man fest!/Und richtig fröhlich sein!’

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan