Erotische cultclassics: 'Néa' (Nelly Kaplan, 1976)

, door (es)

Meer erotische cultclassics »

Bimbam de klokken, laat het vuurwerk knallen, en zet een bunnymasker op, want vandaag beleven we in de erotische cultclassicsfranchise een roemrijke primeur: voor de allereerste keer richten we onze rode spots op een cultclassic die werd geregisseerd door een vrouw! #MeHappy! ‘Néa’ werd geschreven en ingeblikt door Nelly Kaplan, een in Buenos Aires geboren cineaste die in de jaren 60 naam had gemaakt met enkele kunstzinnige documentaires over de schilders Rodolphe Bresdin, Gustave Moreau en Pablo Picasso en die in haar langspeelfilms (zoals ‘La fiancée du pirate’, ‘Papa les petits bateaux...’ en vooral ‘Néa’) steevast even sterke, onafhankelijke als verleidelijke vrouwelijke hoofdpersonages opvoerde.

'Het acteerwerk staat op niveau, de karakterschetsen snijden dieper dan gewoonlijk, er is zowaar een verhaallijn zichtbaar, de fotografie oogt zeer verzorgd, er hangt nergens een geur van sexploitation'

En het moet zijn dat vrouwelijke regisseurs echt een aparte bedrading onder hun vel dragen, want qua inhoud, toon én minnegloed is het verschil tussen ‘Néa’ en al die andere cultclassics die tot nu toe de revue zijn gepasseerd duidelijk voelbaar. Zijn de door mannen gemaakte erotische cultclassics – op enkele uitzonderingen na - nadrukkelijk gericht op instant-genot (waarbij elke reden goed genoeg is om een blote kont of een stel borsten te laten zien), dan kiest Kaplan eerder voor de traagbrandende sensualiteit. Het acteerwerk staat op niveau, de karakterschetsen snijden dieper dan gewoonlijk, er is zowaar een verhaallijn zichtbaar, de fotografie oogt zeer verzorgd, er hangt nergens een geur van sexploitation. Jawel, in ‘Néa’ zitten blootscènes, véél blootscènes zelfs, maar die vloeien altijd heel organisch voort uit het verhaal. En Kaplans hoofdpersonage, het 17-jarige schoolmeisje Sibylle, is geen heupwiegend seksobject maar een verstandige jonge griet die – zoals de mannen in haar omgeving zullen merken - niet met zich laat sollen.

Sibylle wordt gespeeld door de toen 20-jarige Zweedse actrice Ann Zacharias: geen voluptueuze seksbom die in een vochtige Alpenweide thuishoort, maar een intrigerende blondine met een fascinerend snoetje. Wij werden vanaf de eerste seconde gegrepen door de magnetische kracht van haar schoonheid, en hetzelfde geldt voor Axel Thorpe (goeie rol van de bekende Franse acteur Sami Frey), de boekwinkeleigenaar die Sibylle – in de knap geregisseerde openingsscène – op heterdaad betrapt terwijl ze een erotische roman uit de rekken probeert te stelen. Sibylle, niet van haar stuk te brengen, verweert zich door te zeggen dat al die boeken haar toch niets kunnen schelen, en dat ze beter kan schrijven dan al die gevierde auteurs samen. ‘O ja? Beter dan Apollinaire? Beter dan de Sade?’ vraagt de geïntrigeerde Thorpe, waarop Sibylle hem een fragment laat lezen uit de grote erotische roman waaraan ze werkt, ‘Néa’.

Thorpe is enthousiast over haar schrijfkunst, maar waarschuwt haar wel dat fallus met f en niet met een ph wordt geschreven. Waarop zij: ‘Spelling is een vooroordeel van de bourgeoisie!’ Net wat wij altijd zeggen wanneer de eindredacteur weer eens een tussen-n uit onze teksten heeft geschrapt! Thorpe biedt haar een uitgeefcontract aan en Sibylle zet zich naarstig aan het schrijven, maar er is een probleempje: omdat ze de liefde nog nooit zelf heeft geconsumeerd, stoot ze algauw op een writer’s block. En daar probeert ze wat aan te doen: ze verslindt erotische boeken, bestudeert met behulp van een (hilarisch groot) vergrootglas en een pincet de testikels van haar buurjongen (‘Bizar, bizar...’), begluurt haar moeder terwijl die ligt te rollebollen met haar minnares, en slaat – terwijl Cumes de kat snorrend en likkend toekijkt – zuchtend en kreunend de hand aan zichzelf. En tenslotte rekent ze op niemand minder dan Axel Thorpe om haar iets te geven wat geen enkele encyclopedie haar kan bijbrengen: praktijkervaring.

In 1976 werd ‘Néa’ in de markt gezet als de zoveelste kloon van de hitfilm ‘Emmanuelle’, maar dit was totaal onterecht. Wat Nelly Kaplan u voorschotelt, is een curieus en integer portret van een meisje van zeventien. Sibylle is verstandig, maar zoals alle tienermeisjes zit ze gevangen in een kolk van hunkeringen en verlangens. Ze is onervaren, maar snakt er naar om de fantasieën die ze tussen haar heupen voelt uit te leven. Ze wil het liefdegevoel zo grondig mogelijk leren kennen, maar geen enkele omhelzing is intiem genoeg, geen aanraking is subtiel genoeg. Ze is grappig, gevat, en getalenteerd tot op het bot, maar als ze een man in haar vizier heeft is ze even meedogenloos als een sniper. En zoals Thorpe op het einde mag ondervinden, gaat het nemen van wraak haar even natuurlijk af als het schrijven van een erotische roman. Dat Sibylle een slim meisje is, mag ook blijken uit die mooie scène waarin ze haar moeder de raad geeft om haar hardvochtige echtgenoot te verlaten en om een nieuw leven te beginnen met haar minnares – en wel nú, vandaag nog, onmiddellijk. Want als je 17 bent, dan kun je het later nog maken. Ben je ouder, dan is het nu of nooit. Zelfs Cumes de kat zou het daarmee eens zijn.

Humo's tv-tips in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan