
Concept
Elke week wordt een verborgen stukje vaderlandse geschiedenis prijsgegeven. Deze week: het Belgische automerk Imperia, gefabriceerd in het dorpje Nessonvaux.
Met
Sven Speybrouck
en vergeten delen van België.
Review
Na een uitstekend eerste seizoen waren onze verwachtingen hooggespannen. Speybrouck nam ons deze keer mee naar Nessonvaux, een 'godvergeten dorp in de buurt van Verviers in Wallonië'. In de tijd dat mannen nog vilten hoeden droegen, pijp rookten en de tijd aflazen van geërfde zakhorloges, maakte men in de Imperia-fabriek aldaar prachtige wagens.De binnenkant was al even mooi als de buitenkant: handgeborduurde stoffen, zichtbaar met liefde vervaardigd door vier dames van de afdeling afwerking. Toch was de Imperia een publiekswagen - enkel miljonairs zoals Henry Ford reden destijds met de duurdere en meer bekende Minerva.
Jammer dat we niet te weten kwamen hoeveel Belgische franken men honderd jaar geleden voor zo'n Imperia moest neertellen. Nu is zo'n oldtimer vast onbetaalbaar: over de hele wereld zijn er nog maar 92 exemplaren van te vinden.
Naar de al lang verlaten fabriek keerde Speybrouck terug met ex-arbeider Julien Hody, wat ontroerende beelden opleverde. Hody kwam er voor het eerst sinds de sluiting in 1958, vertelde hij met tranen in de ogen: 'Ik was altijd blij dat het maandag was, dan kon ik terug naar de fabriek.' Het siert Speybrouck dat hij de man niet verder stoorde in zijn nostalgische gemijmer.
We hebben gegniffeld bij het zien van Speybroucks gezicht toen hij naast een oud-medewerker plaatsnam in een Imperia en vervolgens vernam dat die man in geen 50 jaar zo'n wagen had bestuurd: de razende reporter keek zichtbaar ongemakkelijk in de camera. Nergens voor nodig: de auto tufte vlot langs de omliggende fabriekswegen.
Naast de 'gewone' Imperia's werden er in Nessonvaux ook racewagens gebouwd, en ook die wilde Speybrouck wel eens testen. Na enkele rondjes op het circuit van Zolder kon hij niet snel genoeg uit de auto kruipen: 'Hij is wel niet comfortabel. M'n rug is eraan.' 'Nu is dat anders,' beaamde chauffeur Paul beaat.
Wat we verder nog onthouden: de testbaan die op het dak van de fabriek werd gebouwd (samen met de Fiat-fabriek in Turijn enig in z'n soort) en de arbeiders die het tijdens de oorlog vertikten om Duitse legervoertuigen te herstellen en de boel dan maar saboteerden.
Respect, maar hun dwarsigheid zorgde er mede voor dat de fabriek na de oorlog dicht moest: de arbeiders wilden nog altijd niet met Duitsers werken, waardoor steeds meer stukken vanuit Amerika moesten worden ingevoerd.
Op 15 juli 1958 sloot de fabriek definitief de deuren. Maar niet getreurd: ene Yves Toussaint werkt aan een nieuwe, hybride Imperia, die als alles goed gaat deze zomer de fabriek uitrijdt. Opnieuw een leerrijke aflevering dus, waar we erg van genoten hebben, ook al kunnen wij ons niet veel voorstellen bij de termen 'TA 7', '1800cc' en 'zescilindermotor'. U?




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook