
Ik hoorde een hele tijd geleden al dat 'Het goddelijke monster', de dramaserie naar de gelijknamige trilogie van Tom Lanoye, een prestigeproject van heb-ik-jou-daar zou zijn. 'Prestige' is kennelijk nog steeds een toverwoord in het laagland. Om ons een idee te geven van de kwaliteit die ons boven het hoofd hing, lieten mensen die er belang bij hadden op goed zichtbare plaatsen merknamen als 'The Sopranos' en Shakespeare slingeren.
'The Sopranos': een adembenemend meesterwerk, en Shakespeare: de Zwaan van Avon - onnodig deze hoofdvogel nog voor te stellen, laat staan dat ik me daartoe geroepen zou voelen. 'Ze moeten mij nu ook weer niet uitlokken,' dacht ik, en zittend in een niet nader genoemde designklassieker zette ik me schrap voor 'Het goddelijke monster'. Reuzebenieuwd, welteverstaan.
Zou het kunnen dat wij vooral aan een lullig, breeduit in de kranten uitgesmeerd taalrelletje zullen denken als de televisieserie 'Het goddelijke monster' ooit het juiste antwoord op een vraag in 'De Canvascrack' zal zijn, op een keer? Deze serie speelt zich af in het zogenoemde Texas van Vlaanderen, de omgeving van Kortrijk, waar ook de Rodenburgs, rijken uit een lagere prijsklasse, verblijf houden.
Tussen haakjes: zouden die ver van de Deschryvers wonen? En aangezien soort soort zoekt: naaien beide families onder elkaar, én elkaar, terwijl Tom Lanoye ondertussen in Zuid-Afrika met z'n kekke pogostick nietsvermoedend van braai naar braai hupt? Alvast mijn excuses voor dit ordinaire, iets te gretig op hol gelach van het nu ook weer niet zo geletterde publiek mikkende grapje. Het vlees is zwak, vooral als het op een braai ligt te kissen.
Voor de couleur locale, of als waarmerk van zogenaamde echtheid die altijd weer fictie is, spreken de meeste personages van 'Het goddelijke monster' Kortrijks van eigen vinding, een klankpatroon dat volgens metingen van de plaatselijke heemkundige kring niet overeenstemt met het gerucht dat de ware inboorlingen maken als ze iets van elkaar gedaan willen krijgen in de schaduw van de Broeltorens.
Nu, dat approximatieve dialect is natuurlijk een heilloos idee. Niets is potsierlijker dan slecht geïmiteerde streektalen, en als hoofdrolspelers zich hun tekst in het dialect van Kortrijk niet tot in de puntjes eigen hebben kunnen maken, dan zou dat wel eens op gemakzucht kunnen wijzen.
Ook gemakzuchtig is de West-Vlaamse vertaling van het Nederlands van Lanoye: er is geen in de natuur voorkomende West-Vlaming die 'met opzet' zegt als hij 'expres' bedoelt, want dan zou hij meteen als spion van een andere provincie ontmaskerd worden en standrechtelijk geëxecuteerd. Voor de rest heb ik in het Europa der regio's geen vermeldenswaardig medelijden met het West-Vlaams. En vrees ik dat de lingua franca van Vlaams drama verkavelingsnederlands is, de officiële kromtaal van alledag.
De openingsscène van de eerste aflevering, het jachtongeval waarbij de noodlottige Katrien Deschryver haar man niet geheel ten onrechte voor een everzwijn houdt, was veelbelovend. En de schoonheid van Joke Devynck was denkelijk bijna net zo lumineus als die van de Moedermaagd die ooit vol glans en vol luister in een grot verscheen, omdat de Lotto Arena toen nog niet bestond.
Hiermee wil ik me gunstig uitlaten over de mooie fotografie in deze serie, voor zoverre 'mooi' nog iets betekent als esthetisch criterium. Na twee afleveringen zat mijn grootste genoegen nog steeds in het plaatjes kijken, want de ontwikkeling van het drama zelf liet mij, hoewel ik vooral op zondagavond erg empathisch ben, nagenoeg onberoerd.
Ik had de indruk dat ik 'Het goddelijke monster' in druk veel spannender vond, en dat het spel met clichés er aanzienlijk geraffineerder in was dan in deze serie. In handen van regisseur Hans Herbots is 'Het goddelijke monster' grotesk en realistisch tegelijk, dus half grotesk, met zo nu en dan een surrealistische of toch hallucinatoire uitschieter, waarvoor dan een digitale kunstgreep vereist is. Sommige dialogen ronkten ineens veel te theatraal, en die occasionele splitscreen, een oud kunstje, had voor mij ook niet gehoeven.
Wat ik tot nog toe zag was vooral veel vorm op zoek naar emotie, en voorts personages die knel zitten in een cliché waarbinnen de acteurs ook weinig speling lijken te hebben. Ik weet precies wat ik met deze zin bedoel, nu u nog.
Na twee afleveringen heeft 'Het goddelijke monster', dat fraai in beeld is gebracht, mij nog niet geraakt, en de angst en de walging die eigen waren aan bepaalde jaren negentig, de achtergrond van deze serie, heb ik nog niet nagevoeld. Ik krijg er maar geen contact mee, zo lijkt het. Het is in mijn ogen dus vooralsnog een latent meesterwerk.




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


4 reacties
reageer ooktheowlofthegame
Vrijdag 21 oktober 2011 - 21u39
Kolderesk, slechte dialogen, ongeloofwaardige verhaallijnen, bordkartonnen personages. Wel heel mooi in beeld gebracht. Mja...
reactiever
Dinsdag 11 oktober 2011 - 18u22
Dude, literair...
fjanssens
Zondag 9 oktober 2011 - 12u23
Na drie afleveringen afgehaakt. De zondag is te kort om naar dit soort pseudo artistieke brol te kijken. Het beroert niet, zielloze personages, en een blijkbaar erg verdoofde Joke Devynck. Sois belle et tais toi is hier wel erg letterlijk uitgebeeld.
emergo
Zondag 25 september 2011 - 17u40
Inderdaad. Het hinkt allemaal teveel op drie gedachten. Een klucht wil het niet worden, een hard boiled familie-epos, vooruit dan: een klein beetje. En daar doorheen geweven (sic) een soort misdaaddetective die lonkt naar De zaak Alzheimer c.s., maar dat bij geen stukken haalt, dus ook dat niet. Wat wil het nu eigenlijk' De kijker moet er zelf maar iets van maken. Nu ja, om dan weer te besluiten er niet naar te kijken, dat ook niet. Dus: voordeel van de twijfel dan maar.
Reageer ook