© vrt
De welvaartsstaat dreigt aan geld ten onder te gaan. De Zieke Mannen van Europa struikelen over elkaar, en de eurozone schudt ondertussen op haar grondvesten.Geen kleine spaarder heeft nog vertrouwen in het bankwezen, en straatventers, meestal afgedankte managers, gaan van deur tot deur met spaarsokken: breiwerk made in China.
In dit sfeertje waarin we eigenlijk op een nieuwe recessie zitten te wachten, wellicht de Grote Klap dit keer, zendt de moeder aller binnenlandse televisiezenders een serie uit waarin een familie ter hoogte van de universiteitsstad Leuven gezamenlijk de lotto wint. In het voorbijgaan moet ‘Rang 1’ wellicht onze aandacht vestigen op het stratenplan en het stadsschoon van Leuven.
Laten we ons nu al instellen op een cameo van Louis Tobback, in een draagstoel op de Bondgenotenlaan, en laten we ons daar vervolgens bij neerleggen, eventueel met roodgloeiende gedachten aan de sociaaldemocratie en wat er de laatste jaren van geworden is. Zijn er overigens nog Vlaamse provinciesteden waar nog geen serie is gedraaid? Zo ja: houden zo. Dat geldt ook voor Ronse.
Een televisieserie maken over mensen die de lotto winnen, is haast vanzelf een kansrijk idee, want nagenoeg iedereen zal zich al wel eens hebben voorgesteld hoe het is om ineens rijk of nog rijker te zijn, en wat een mens zoal zou doen en laten in zulke omstandigheden.
Het liefst zou ik prat gaan op andere dromen - ik speel nu eenmaal graag voor chiqueling van het type ongeadelde adel - maar ik moet toegeven dat ik aangaande de vulgaire lotto ook al mijn verbeelding de vrije loop heb gelaten.
Mocht ik van de ene dag op de andere gefortuneerd zijn dan zou ik alleen maar werken als ik er zin in heb, wat in de praktijk mogelijkerwijs op doorlopende lediggang en het occasioneel nastaren van een eenzaam schapenwolkje boven een glooiende wijngaard zou neerkomen, in een Italië dat in mijn droom maar niet failliet wil gaan.
Heerlijk, me dunkt. In mijn droom zijn de banken nog tamelijk betrouwbaar, of toch niet onbetrouwbaarder dan vroeger, op een enkele loketbediende na, die je meteen aan zijn gemelijke kop herkent.
Dat geld niet gelukkig maakt, zal wel een ingesleten christelijk beginsel zijn, maar ik herinner me nog uit mijn glorietijd dat krap zitten in de consumptiemaatschappij ook geen pretje was. Het stond je vrij om ‘Weg met de consumptiemaatschappij!’ te roepen, dat wel.
Het spreekt vanzelf dat een televisieserie als ‘Rang 1’ slecht moet aflopen, al was het maar voor het genoegen van lui die nooit iets op de lotto winnen: de familie Sterckx uit Leuven is al na twee afleveringen gedoemd om onder invloed van veel geld onenigheid te krijgen en uiteen te vallen, en dat geld ook nog eens sneller dan ze denken kwijt te spelen.
Daarbovenop zullen ze ook nog benijd en gehaat worden door elke buitenstaander die van hun buitengewone meevaller op de hoogte is. Chris Sterckx, een nogal stiekeme, ietwat gekwelde en ook wel wezelachtige advocaat gespeeld door Tom Van Bauwel, heeft van meet af aan al iets meer pech dan de rest van de familie: hij gaat vreemd, en krijgt van zijn geheime liefde te horen dat ze hiv-positief is.
En dan wín je potdorie eens de lotto! Ik maak me sterk dat de personages ooit nog in koor zullen uitroepen: ‘Wat waren wij gelukkig toen we de lotto nog niet gewonnen hadden!’ Ik hoop alleen maar dat wij, de kijkers, nooit zullen denken dat lottowinnaars eigenlijk slachtoffers van hun geluk zijn.
Het benieuwde mij hoe de acteurs het geluksmoment zouden spelen waarop het tot hen doordringt dat ze winnaars in rang 1 zijn. Zouden ze onder bacchantisch gekrijs het behangselpapier van de muren scheuren, en driest ronddansend allerlei huisraad aan gruzelementen slaan, en in hun opwinding ook elkáár enige schade toebrengen?
Zo opzienbarend was het allemaal niet: hun vreugde was moderato, zelfs iets beschaafder dan ik me bij de gemiddelde lottowinnaar voorstel, en ook wel bij de gemiddelde acteur die een lottowinnaar moet neerzetten.
‘Rang 1’ wil zo te zien ook een exempel zijn, iets waar je lering uit kunt trekken: we kregen de familie Sterckx te zien die zich collectief de wijze raad van een levensechte adviseuse van de Nationale Loterij liet welgevallen: een scène die zó in een informatief filmpje van deze nv van publiek recht had gekund.
De wijze raad kwam neer op wat verstandige mensen zelf zouden kunnen bedenken: leid het leven dat je altijd al heb geleid. Gun jezelf zo nu en dan een extra pleziertje maar loop daar niet mee te koop. Geef je baan niet op. Hang niet aan de grote klok dat je de lotto hebt gewonnen, en laat je geld beheren door een privébank.
Uiteraard zullen de personages van ‘Rang 1’ al die gulden regels met voeten treden, en daarna elkaar. Becca Sterckx (Lotte Pinoy) gaf meteen haar baan op, nadat ze eerder haar vriend, een schrijver, aan de deur had gezet.
Het werk van die schrijver zou volgens zijn uitgever naar dat van Brodsky zwemen: ‘Brodsky, de Nobelprijswinnaar’, welteverstaan, niet de koekenbakker uit Jekaterinenburg. En uitgerekend zo iemand geef je dan z’n congé als je de lotto wint. Ik vrees dat Becca Sterckx nog van hem zal horen, zij het niet wegens zijn literaire reikwijdte.
Net als het succesrijke ‘Dubbelleven’ behoort ‘Rang 1’ tot de prêt-à-porter van de televisieseries: acteurs die zonder meer hun werk doen in huis-tuin-en-keukendrama dat niet de karikaturale trekjes van de soap heeft, maar even makkelijk consumabel is.
Herkenbaarheid is vaak geruststellende voorspelbaarheid. Ik heb niets tegen dit soort verstrooiing op donderdagavond, maar ik ga er nu ook weer niet om juichen. En toch ben ik over het algemeen een enthousiaster mens dan ik denk.




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook