
Op school hebben sommigen van ons geleerd dat de Eerste Wereldoorlog de eerste moderne oorlog was, maar ‘modern’ kon er tussen 1914 en 1918 verdomd ambachtelijk uitzien.
In een archiefbeeld van het volledig zwart-witte ‘Niets is zwart-wit’ zag ik in een flits een frontsoldaat op de fiets een soort charge uitvoeren, in z’n eentje, of toch enigszins los van zijn strijdmakkers: met ware doodsverachting peddelde hij een glooiing op, vermoedelijk de punthelmen tegemoet.
Of anders vluchtte hij de verkeerde kant uit. Ik moest er even om grinniken, want het was een Pythonesk tafereel, maar mijn lachlust verging me snel in dit programma.
‘Niets is zwart-wit’ is een kunstige montage van bijzondere archiefbeelden en als gekraste film vermomde fictie, die gebaseerd is op dagboeken en ooggetuigenverslagen. De fictie is net iets minder huiveringwekkend dan de archiefbeelden, omdat ze nu eenmaal nooit tegen de ware aanblik van de oorlog op zal kunnen.
Dit keer werd ene dokter Depreter opgevoerd, een ingezetene van Tienen en een nog niet helemaal afgestudeerde arts die aan het front misselijkmakend oplapwerk moest verrichten: creatief met vlees en bloed, of toch redden wat er in het krijgsgevoel te redden viel, en de rest gaat de afvalemmer in.
Er was sprake van mandvollen geamputeerde ledematen, na een drukke werkdag in het lazaret. Vele armen en benen werden ook per vergissing of toch zonder urgentie afgezet, want à la guerre comme à la guerre en ook wel om van het gekerm af te zijn.
De onderliggende stelling van dit programma was dat oorlog medische ontwikkelingen bespoedigt. Ach ja, er was op de duur meer aandacht voor een soort plastische chirurgie, maar we kregen voornamelijk oorlogsslachtoffers te zien wier verminkte hoofd een kubistische versie was van hoe ze er ooit hadden uitgezien toen hun aanblik de kinderen nog niet bang maakte.
Gezichten van oude lappen vlees, waar geen plastische chirurgie tegen opgewassen was. Zou de mens, als puntje bij paaltje komt, liever Frankenstein dan dood zijn?
Ook onthutsend was de reidans der blindemannen: yperiet had die soldaten met blindheid geslagen, en in een polonaise stommelden zij door het beeld. Er waren nog andere schokkende dansen te zien: de ritmische tics van soldaten met shellshock.
En dan was er ook nog een met wetenschappelijk oogmerk gefilmde soldaat die telkens als hij het woord ‘bom’ hoorde schielijk onder de dichtstbijzijnde tafel dook. Vele soldaten die ervan verdacht werden waanzin te simuleren, werden zonder pardon naar het front teruggestuurd, hoe gek ze in werkelijkheid ook mochten zijn.
Als je niet krankzinnig werd noch het licht in je ogen of ledematen kwijtspeelde, kon je ook nog tyfus of tuberculose krijgen. En soldaten met verlof in Parijs trakteerden zichzelf vaak op een geslachtsziekte met accordeonbegeleiding. De commentaarstem van Jan Hautekiet zei dat ‘naar Parijs gaan’, op z’n West-Vlaams uitgesproken, in de loopgraven gewoon neuken betekende.
In De Panne, niet ver van het front dus, lag het legerhospitaal l’Océan: gek genoeg een soort paradijs voor iedereen die er het bed moest of beter: mocht houden. Er was zelfs een variététheater, en koningin Elisabeth, de latere begunstigster der kunsten, speelde er in hoogsteigen persoon voor verpleegster: ‘Het vaderland bedankt u voor uw onderste ledematen, mijn jongen.’
Aan het eind van de oorlog raakte dokter Depreter zelf een been kwijt, waarna hij zich luidens ‘Niets is zwart-wit’ in de vervaardiging van protheses ging specialiseren: een succesartikel na de Groote Oorlog. Voor de rest: miljoenen doden, op moderne wijze naar de verdoemenis geholpen.
Een hele vooruitgang. Goed dat we er rond deze tijd van het jaar nog steeds aan herinnerd worden, door middel van een pakkend en goed verteld televisieprogramma. Vrede zij met ons. Boem. Paukenslag.




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook