
Is God de artiestennaam van klein Pierke? Het ziet ernaar uit dat Martin Heylen, grand reporter, verslaggever van de grote vaart en journalistiek portrettist, zich ook in het tweede seizoen van ‘God en klein Pierke’ bemind zal weten te maken bij bekende mensen die hij tijdens hun werkzaamheden en in hun schaarse vrije tijd langdurig voor de voeten loopt, waar ook ter wereld.
Dit keer hing hij in de schaduw van Rudi Vranckx rond, de zo goed als onvervaarde oorlogsverslaggever van de openbare omroep. Weer duurde het niet lang of Martin Heylen viel zijn onderwerp in de armen en omhelsde in één vloeiende beweging ook de bijbehorende camera- en geluidsman. Er heerste wederkerigheid. Ze waren vriendjes geworden.
Dat je geliefd bent als journalist, is wonderlijk. Mij is het welhaast wezensvreemd: ik hou niet eens veel van mezelf. Voorts stel ik in mijn hoedanigheid van onafhankelijk doch ontstellend subjectief waarnemer vast dat Martin Heylen erg aaibaar is, of toch die indruk wekt bij meer dan één mens, die daarom nog geen naaste familie van hem hoeft te zijn.
Misschien zit zijn nu ook weer niet zó rijzige gestalte daar voor iets tussen: op een groepsfoto met hoge bomen als de Los Angeles Lakers zou hij opvallen, maak ik me sterk. Ik kan me voorstellen dat mensen die van nature in vogelperspectief op Martin neerzien, wel eens de aanvechting voelen om hem over de bol te strijken, en zich in het beste geval nog net weten te beheersen. Er zou hen anders wel eens een pittig knietje te beurt kunnen vallen.
Martin Heylen kan blijkens zijn televisieprogramma’s ook erg goed onbevangen rondkijken, met in zijn blik de onschuld van een plattelandse schooljongen uit de jaren zestig. Ik weet voor één keertje waarover ik het heb, als ik van plattelandse schooljongens uit de jaren zestig gewaag. Nu, in de journalistiek, op zichzelf ook al een krabbenmand, of een krokodillenvijver, of een adderkluwen, ben je niet met waarachtige onschuld gediend, vrees ik, maar als je ze oprecht kunt spélen: zoveel te beter. Het betekent ook dat je je waarachtige onschuld nog kunt herinneren, of dat je er tenminste een idee van hebt, en dat siert je.
Martin Heylen keek toe hoe Rudi Vranckx in zijn woonkamer zevenduizend dollar in een als broekriem vermomde portemonnee wurmde: de kijker, soms crimineel van inslag, wist meteen waar hij z’n geld verborg. Hij stond op het punt naar Libië af te reizen, ter gelegenheid van massale feestelijkheden tegen Kadhafi die toen nog volop leefde, en Martin sprak: ‘Ik zou eigenlijk wel graag meegaan.’
‘Liever niet,’ klonk het die keer deskundig, maar een tijd later dook Martin in Kaboel op, één van ’s werelds hellepoelen waarin Rudi Vranckx beroepshalve deed alsof hij thuis was. En passant dacht hij even hardop aan al z’n aldaar vermoorde collega’s, en bij uitbreiding ook aan twee miljoen oorlogsweduwen. Kwestie van Martin van harte welkom te heten in het pretpark Uitzichtloze Oorlog, waar ook hotelpersoneel zich wijselijk op kalasjnikovs verlaat.
En het leven gaat ondertussen onaangedaan door. Martin, niet afkerig van de petite histoire, ving middels zijn cameraploeg een telefoongesprek op dat Rudi Vranckx vanuit Kaboel met zijn moeder voerde. Willekeurige lieden als ik, belast met een geheugen, herinneren zich zijn moeder nog van een mooie aflevering van ‘Mijn moeder’ op Canvas.
In Kaboel maande haar eniggeboren zoon haar tot voorzichtigheid als ze de bus naar de markt in Leuven nam: ‘Die opstapjes zijn te hoog, en de deuren gaan te snel dicht.’ Er zullen op dat moment wel ergens kogels gefloten hebben in Kaboel, en het aantal oorlogsweduwen zal toen de twee miljoen wel overschreden hebben.
Op de Westelijke Jordaanoever, in Ramallah, ook een populaire vakantiebestemming van de duivel, raakte Martin ten faveure van zijn programma betrokken bij een actiescène: het was toen Abbas zelf bij de Verenigde Naties om officieel lidmaatschap van de onafhankelijke staat Palestina verzocht.
Om dat idee kracht bij te zetten, liepen die dag allerlei stenenwerpers uit, van oudsher vaak snotjochies, hele of halve kinderen tegen wie de staat Israël dan weer tot de tanden gewapende veiligheidstroepen inzette. Tussen die twee partijen in bevonden zich, tot nut van ’t algemeen, de op het eerste gezicht sympathieke Belgen Heylen en Vranckx, en hun respectievelijke cameraploegen.
‘Wat zou jij het liefst doen als je vijftien was?’ vroeg de geluidsman. ‘Naar school gaan of met stenen gooien?’ Hij zat niet op een antwoord te wachten, maar waarom gaan we er eigenlijk van uit dat ‘met stenen gooien’ de meest voor de hand liggende keuze is? Eerder had Vranckx gezegd dat hij in Bagdad, tijdens de tweede Golfoorlog, zeven kleuren stront gescheten had van angst – niet dat hij zich zó uitdrukte, maar ik helaas wel, wegens een tijdelijk gebrek aan goede manieren.
Na Bagdad dacht hij dat het wel nooit meer zo erg zou worden, wat hij al bij al verraderlijk vond, want in een oorlogszone kan nonchalance, of een schijntje te veel vertrouwen in de goede afloop, je natuurlijk nog iets sneller de kop kosten dan in het gewone leven in vredestijd. Een perskaart noch een honkbalpetje met het logo van de VRT erop helpen tegen oorlogsgeweld.
Er werd geschoten in Ramallah, zowel met rubberen kogels als met scherp, en Martin Heylen, gehuld in een te gek kogelvrij vest en met een kekke helm op, kneep ‘m zo discreet mogelijk, niet goed wetend waar het dichtstbijzijnde veilige heenkomen was, en dan ook alle kanten tegelijk uit willend, zij het in het zog van Rudi Vranckx. Heel even zag ik een gebrilde komiek in een oorlogsfilm, die naar een pointe tastte.
Onvrijwillige humor is de wreedste maar de beste. Rudi Vranckx zou later, toen hij voor het journaal een zogeheten stand-up moest doen, meer zenuwen vertonen dan in de gevechtszone. En waar verheugen oorlogsverslaggever en hun cameraploeg zich op na gedane werken? Op een biertje in de hotelbar.
Tussen de onlusten door ging Martin in Leuven een kopje koffie drinken met Rudi Vranckx en zijn moeder. Dat haar zoon het internationale leed van gewone mensen liet zien op de televisie, vond ze een goede zaak. Martin Heylen, die in zijn kijk op de wereld nogal snel uitgaat van het kerngezin als maat van alle schepsels groot en klein, was nog iets meer geïnteresseerd in wat zij van eventuele kleinkinderen dacht.
Ze vond het jammer dat ze die niet had, en Rudi Vranckx wimpelde verder gehengel naar privéaangelegenheden vriendelijk af, wat ik in zijn geval, mocht ik vriendelijk zijn, ook zou hebben gedaan. Dat deed hij ook in zijn uitwijkmogelijkheid Umbrië, een oogstrelende landstreek in het mooiste land van de wereld: ‘Hier denk ik heel weinig na over oorlog.'
Hij heeft er een optrekje, waarvan hij het interieur, indien aanwezig, niet aan het ruime publiek blootstelde. Nadat we, om in vredestijd een parallel met de oorlog te trekken, beelden van een Umbrische, door voorvaderlijke aandriften ingegeven jachtpartij hadden gezien – er beten enkele everzwijnen in het zand – gingen Rudi Vranckx en Martin Heylen buiten bij een vuurtje zitten – Vranckx zei dat hij niet tuk was op de jacht.
En dáár, bij dat vuurtje, zag Martin zijn kans schoon om te vragen of er een vrouw in het leven van Rudi Vranckx was: hij had nog een uitsmijter nodig, een antwoord op een kennelijke hamvraag. Rudi Vranckx stiet een exotische naam uit en een vermoedelijke Filippina kwam schroomvallig naderbij. Wel, dát gebeurde dus niet, die avond onder de hemel boven Umbrië.
De oorlogsverslaggever lachte de vraag van Martin weg, en noemde zijn moeder de vrouw in zijn leven. Geen speld tussen te krijgen. De commentaarstem van Martin zei dan maar dat hij de blik van Vranckx zo nu en dan had zien verstrakken: ‘Alsof hij al te veel gruwel heeft gezien.’ Ik, die op mijn hoede ben voor al te nobele bedoelingen en martelaarschap, kan me voorstellen dat iemand, behalve uit roeping, ook puur voor de kick oorlogsverslaggever wordt.
Het leven zal wel intenser lijken als je zo nu en dan het mes op de keel voelt, en adrenaline is net als opluchting een potente, erg verslavende drug.
Tot slot moet ik vaststellen dat ik een hoop woorden nodig heb om duidelijk te maken dat ik heel graag naar ‘God en klein Pierke’ kijk.




























![Aimé Van Hecke: 'Humo heeft afspraak met de 21ste eeuw gemist' [fotospecial]](http://img.humo.be/q90/w148/h148/img_352/352566.jpg)


0 reacties
reageer ookReageer ook